|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Verslag van een IP-leek
Op 17 april heb ik samen met Jacqoues Bominaar, namens de Stichting
Belangenbehartiging voor de Indische Na-oorlogse Generatie, een bijeenkomst
bijgewoond van het Indisch Platform. Hierbij een aantal punten die mij als
betrekkelijke nieuwkomer, waar het gaat om zaken aangaande de Indische
gemeenschap, zijn bijgebleven.
De voorzitter, de heer J. de Kleyn, gaf vooraf aan het overleg aan wat het doel
van de bijeenkomst was, namelijk: informatie geven over wat het I.P. doet en
luisteren naar datgene wat er leeft bij organisaties die niet bij het Indisch
Platform zijn aangesloten.
Ik vond het een interessante ochtend, temeer omdat ik in het verleden het een en
ander over het Indisch Platform heb gehoord maar nooit rechtstreeks met hen te
maken heb gehad.
Aan het begin van de bijeenkomst heb ik gevraagd of er notulen zouden worden
gemaakt en of de Stichting Belangenbehartiging Inog die kon ontvangen. Er is
uitgelegd dat er geen officiële notulen zouden worden geschreven, omdat het geen
vergadering was maar een informatiebijeenkomst. Zo is de bijeenkomst inderdaad,
ook vooraf in de uitnodiging benoemd. Wat dat betreft was dit helder.
Gaande de bijeenkomst riep dit toch een spijtig gevoel bij mij op. Er werden
namelijk zinvolle dingen gezegd, door zowel het IP als door organisaties die
niet in het IP vertegenwoordigd zijn. Ik vind het jammer dat deze informatie
niet is genotuleerd en wordt verspreid onder de deelnemers aan deze ochtend. Dat
zou in mijn beleving recht hebben gedaan aan de sprekers en de onderwerpen die
aan bod kwamen. Daarnaast zou het een van de drijfveren voor deze
informatiebijeenkomst: meer openheid vanuit het IP, kracht hebben bijgezet.
De heer de Kleyn heeft de vergadering geopend en iedereen heeft zichzelf kort
voorgesteld. Er waren oa vertegenwoordigers vanuit Stichting Sakura, Stichting
Tong Tong en de Stichting Pensioen Belangen Indische Buitenlanders.
Vervolgens heeft de heer de Kleyn kort verteld over de structuur van het Indisch
Platform. Er is een adviescollege waarin zeventien Indische organisaties
vertegenwoordigd zijn. Het IP is geen rechtspersoon. Er zijn criteria voor het
toetreden tot het IP en die staan nu ter discussie, vertelde de heer Kleyn.
Verder overlegd het IP met de regering en is zodoende ook betrokken geweest in
overleg rondom Het Gebaar. Wat ik meen te hebben begrepen is dat het IP in het
verleden door de regering als vertegenwoordiger van Indische gemeenschap is
beschouwd en dat het IP zich een tijd lang ook zodanig heeft gepresenteerd.
Ik mis hierin een belangrijke schakel. Namelijk, het IP is geen rechtspersoon en
heeft dus geen statuten waarin haar doelstelling staat weergegeven. Hoe
objectief de representanten uit de zeventien organisaties zich dus ook menen op
te kunnen stellen, binnen het IP, en vast met de beste wil, het IP hoeft
juridisch gezien aan niemand verantwoording af te leggen.
Het verbaast mij dan ook dat het IP op deze gronden als overlegpartner heeft
opgetreden en dat de regering daarmee heeft ingestemd. Bij navraag naar deze
missende schakel, gaf de heer de Kleyn aan dat dit een punt is waar op dit
moment opnieuw naar wordt gekeken binnen het IP omdat men zich inmiddels
realiseert dat er iets niet klopt aan de huidige constructie.
Echter, of er iets zal veranderen aan de constructie zoals die nu is, blijft
uiteindelijk een keuze van het IP, en daar heeft verder niemand invloed op
behalve het IP. Op dit moment is het IP naar mijn idee dus niet democratisch. Ik
kijk uit naar de veranderingen hierin.
Overigens heeft de heer de Kleyn nadrukkelijk aangegeven dat het IP zich
inmiddels niet meer presenteert als zijnde vertegenwoordiger van de Indische
gemeenschap maar alleen van de zeventien Indische organisaties die aangesloten
zijn bij het IP.
Wat blijft bestaan is het spanningsveld rondom het feit dat het IP ondertussen
wel de gesprekspartner is en blijft van de regering.
Een opmerking van een van de aanwezigen was dat iedere organisatie zich ook
zelfstandig kan wenden tot de regering. En uiteraard kan dat ook. Maar wel is
het jammer dat er dan geen gezamenlijke fuist gemaakt wordt en de krachten niet
worden gebundeld.
Ook is er een vraag gesteld over de visie van het IP met betrekking tot de
Indische na-oorlogse generaties en hun plek binnen het IP. Hierover heeft de
heer de Kleyn gezegd dat het IP wel een visie heeft over de tweede en derde
generaties maar hij is er niet nader op ingegaan. Wel heeft hij aangegeven dat
hij het zelf belangrijk vindt dat de na-oorlogse generaties het in de toekomst
gaan overnemen van de huidige eerste generatie, binnen het IP. Of dit standpunt
gedeeld wordt door de leden van het IP is me niet duidelijk geworden.
Vanuit de Stichting Belangenbehartiging Inog heb ik aangegeven dat we actie
willen gaan voeren richting de politiek voor betere afstemming van hulpvraag en
hulpaanbod wat betreft (Indische) naoorlogse generatieproblematiek en dat wij
dat afgelopen woensdag hebben voorgelegd aan andere na-oorlogse generatie
organisaties. Ook heb ik aangegeven dat de heer E. Schenkhuizen van het ICC ons
hierin zijn steun heeft toegezegd. Bij navraag of het IP hier ook zijn steun aan
zou willen verlenen heeft de heer de Kleyn gezegd dat hij dat in de vorm van,
mogelijkerwijs een brief, wel zou willen doen.
De heer de Kleyn heeft verder verteld over het brede historische onderzoek ivm
rechtsherstel waar het NIOD mee bezig is. Het IP is ook in deze een partner aan
de onderhandelingstafel. Er is een mooi schema getoond met allerlei paden die
worden bewandeld en aspecten die aan de orde zullen komen tijdens het onderzoek.
De Indische financiele tegoeden zullen een hoofdmoot gaan vormen en dit gedeelte
van het onderzoek zal twee en een half jaar gaan duren. In totaal zal het
onderzoek vier jaar in beslag nemen. Het onderzoek wordt gefinancierd door de
regering en dit staat los van het geld dat voor het gebaar is gereserveerd.
De heer de Kleyn geeft aan dat het IP zijn handen de komende vier jaar
hoofdzakelijk vol zal hebben met de volgende dingen:
• het naar buiten treden middels informatiebijeenkomsten zoals deze en het
publiceren van stukken in Indische bladen over het IP
• het op de voet volgen van het NIOD onderzoek
Wij kunnen dus, naar mijn idee, als na-oorlogse generatie gaan kijken hoe wij,
ook richting de politiek, onze krachten kunnen bundelen, maar wij hoeven hierbij
voorlopig niet veel van het IP te verwachten.
Misschien, zo bedacht Jacqoues op de terugreis, is het tijd om een Naoorlogs IP
op te richten? Een rechtspersoon waar alle Indische na-oorlogse
generatieorganisaties zich bij kunnen aansluiten?
Het was een intensieve maar interessante ochtend.
Emilie van Leeuwen
Voorzitter Stichting Belangenbehartiging Indische Na-Oorlogse Generatie
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|