|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Afgang van een feestje
Duidelijk is dat een feestje mislukt als een van de belangrijkste partners ontbreekt.
Hoe je het ook wendt of keert, Indië/Indonesië IS de belangrijkste partner die heeft bijgedragen aan wel en wee van de VOC.
Langzamerhand wordt door ieder weldenkend mens erkend dat de waarde van deze multinational - overigens, niet de eerste ter wereld - voor Nederland belangrijk is geweest, als investering. Want de VOC hield er ook in 1799 mee op. Daarover is nu voldoende geschreven.
Speurend naar de wortels van de zoveelste mislukking in de relatie tussen Nederland en haar vroegere kolonie, is het niet al te moeilijk de oorzaak te vinden.
Arrogantie
De aaneenschakeling van bejegeningen die de ex-kolonisator zich meende te moeten veroorloven, kan naar keuze worden uitgebreid. Laten we een paar sterk uitspringende, doch willekeurige voorbeelden noemen.
Akkoord, ouwe koeien, maar toch hier genoemd omdat het evenzoveel uitingen van belanda-arrogantie zijn:
- het indertijd negeren van Soekarno, als symbool en door zijn landgenoten als winnaar van de onafhankelijkheidsstrijd beschouwde president
- de menselijke koehandel die met de Molukkers is gespeeld bij het overbrengen naar Holland, het ombouwen van Duitse deportatiebarakken tot onderkomen van oud KNIL-militairen
- de afhandeling van de Nieuw Guinea-crisis, met daaraan voorafgaand het menselijk drama dat de inmiddels onder Nederlandse druk
Warga Negara Indonesia geworden Indo's, werd aangedaan
- de zinloze slachtpartij die een dolgedraaide Nederlandse minister van justitie liet aanrichten onder slapende Molukse treinkapers
- de jarenlange steun aan het Soehartoregiem onder aanvoering van de Oranjefamilie
- de blamage dat Indonesië's grootste historische partner verstek liet gaan bij de viering van haar vijftigste verjaardag, omdat oud-strijders de Godmother van de Oranjefamilie een dagje op Biliton wensten te laten overnachten
Eenzelfde arrogantie kenmerkt deze VOC-'viering'. Indonesië haakt terecht af, formeel vanwege het argument dat er niets te 'vieren' valt, in werkelijkheid omdat het land nimmer werd betrokken bij de voorbereidingen, waarbij gevoeligheden over en weer besproken hadden kunnen worden en niet de mallote situatie ontstaan was dat de Republik Indonesia weliswaar alle deelname aan VOC-uitingen verbiedt, maar dat minister Kwik van economische zaken op 'persoonlijke titel' een van de twee hoofdspeeches houdt. Waarin nadrukkelijk ingebouwd een politieke boodschap van president Megawati, relaterend aan haar vader.
Minister Kwik die subtiel de kwestie Soekarno nogeens opdiept - een stugkijkende Beatrix ten spijt - en refereert aan de desastreuze gevolgen op allerlei gebied van het VOC-optreden in het verleden. Hij somt weliswaar ook de zegeningen op, maar eerder met het oog op de toekomst, dan direct m.b.t. de VOC.
Zijn rede vergoedt nog iets van de dodelijke verveling met de aanblik van gapende koninklijke gasten en bewindslieden, die naar de taaie woordenstroom van professor Blussé van Oud Alblas luisteren.
Geen stellingname, alleen de zo gretig aangegrepen 'historische correctheid' met de rimram van beschouwing vanuit alle kanten.
Meer gehoord deze dag: bij Barend en Witteman, de met boerenpet en zijden shawl getooide conservator Wagenaar van het Amsterdams Historisch Museum. Neerbuigendheid en arrogantie ten top. De man is niet eens in staat een consistente, duidelijke en verhelderende tentoonstelling in zijn tent op te zetten. Brallend alsof het nu niet juist daaraan ligt dat de schaduwzijden nog steeds onvoldoende belicht worden en ontkennend dat ook bij geschiedschrijving emotie mag en kan. Zoals bij de demonstrerende Molukkers., die angstvallig op het Plein worden geïsoleerd, ver van de ingang van de Ridderzaal.
Meer gehoord deze dag: bij Barend en Van Dorp, rasijdeltuit Boudewijn Büch, getooid met steriele handschoenen, die in zijn verzameling (hoe komt hij aan deze in archieven thuishorende zaken?) octrooien grut, jammerend dat hij zo moe wordt van dat gezeur om as de kop te strooien. Waarna hij raaskallend overgaat tot de West Indische Compagnie en de slavenhandel.
Arrogante risottoverkoper!
Tenenkrommende schoolvoorstelling
Goed, je kunt zeggen als feest wordt gevierd, dan pakken we eens flink uit. Maar kijkend naar de officiële opening in de Ridderzaal, voelde je een steeds grotere schaamte.
Drie 'blokjes' cultuur omlijstten de twee hierboven al genoemde toespraken. Onder elektronische geluiden van een westers gestemde gamelan kwamen één voor één enkele acteurs en actrices de zaal binnen, papiertje in de hand waarop ze zoekend de teksten in groot-Nederlandse traditie met volle toneelstem opdreunden. Stel u voor: acteur Hans Dagelet, stotterend over een woord als
'ronggeng' - en dit uitsprekend als 'rong - geng'), in de ene hand een spiekbriefje in de andere kop en schotel met thee, waar het labeltje (Sosro-thee?) leutig uitbungelde. Intussen bij toerbeurt met de andere acteurs zinsneden uit dagboeken, reisverslagen en wat dies meer zij, uitbrakend.
Dit alles omlijst, dan wel van muzikaal behang voorzien door een mannenkoor dat meer dan braaf VOC-liedjes bromde. De schunnige waren weggelaten, een onduidelijk barokensemble clavecineerde, floot blok en gambaadde daarvoor in de plaats lieve deuntjes uit de Gouden Eeuw.
De zaal - eens zat Igor Stravinsky in dezelfde ruimte en luisterde, gezeten naast Koningin Juliana ongelovig hoe zijn eigen concert in D om zeep werd geholpen - keek verbijsterd, Maxima dook weg achter haar treurige hoed, Willem Alexander straalde plaatsvervangende schaamte uit.
De eerste spreker - later door Ernst Hessing, voorzitter van het feestcomité, betiteld als
begenadigd redenaar - raffelde in monotone schrijfzinnen zijn feestrede af, de bewindslieden vielen in slaap: Frank de Grave dacht dommelend aan Srebrenica, Kok knoopte zijn jas nog maar eens dicht, Borst trok haar truitje nog maar eens recht en Jorritsma was haar hoed vergeten, zodat bleek dat ze zich niet had laten haarkammen door de NOS.
Tweede culturele blok: een voortschrijdende optocht van figuranten met 'n onduidelijk geluid- en muziekdecor. De figuranten op een lange rij gezet, pakten elk een voorbeeld van de VOC-handelswaar en vertoonden die hoog geheven aan het dolzinnige publiek, dat de Ridderzaal met warmvoelend nationale trots vervulde:
payong, mandje 'cengkeh', stukje 'batik sutra', blikje thee, mandje koffie, maquette op stukje hout van VOC-schip, Hindoestaanse vrouw, een mandje
'pala' als referentie aan de kleine groep Molukkers die buiten demonstreerden ver van de Ridderzaal vandaan gehouden. Een
'senapan' waarmee velen indertijd zijn neergeknald, werd in dezelfde stoet trots getoond, de
'inlanders' die uiteindelijk het menselijk kapitaal vormden voor de verrijking door de VOC, waren om de kosten te drukken niet geïnviteerd.
Zelfs de westers gestemde gamelan klinkt als aangepast aan de westerse arrogantie, in plaats van je af te vragen of het niet meer in de rede had gelegen de meespelende westerse instrumenten te laten meeklinken met het oosterse instrumentarium.
Speelvijver
Na de compacte speech van minister Kwik - een voorbeeld hoe je eerst oude wonden openkrabt, dan zout erin strooit en vervolgens zorgt voor een goeie pleister -, die ongemakkelijk werd beluisterd, volgde het derde culturele blokje. Daar was helemaal geen touw aan vast te knopen: wapperende gewaden, onduidelijke beelden, pathetiek van de ergste soort. Geen wonder dat het VOC-schip uiteindelijk is vergaan.
Wat eerst een soort 'catwalk' leek te zijn, ontpopte zich aan het slot als langwerpige waterbak; dan komt een jongetje - blanke Indo, bloot bovenlijf, verkeerde sarong en met zwarte 'pitji' op het hoofd - dat met een uit papier gevouwen bootje gaat spelen. Die komt voor geen meter vooruit en dan is het afgelopen, het jongetje tilt het bootje weer uit het water.
Symbool van wat? Zoals gezegd, een bedroevend schoolfeestje en nog niet eens dansen na afloop!
Voorzitter Hessing noodt tenslotte eenieder uit om tijdens de hierop volgende receptie te 'netwerken', de Koningin kijkt besmuikt, zij heeft kennelijk andere netwerken.
Gemiste kans.
Conclusie: een feestje dat in elkaar is gezet door een zootje cultureel ongeregeld, zeker wat betreft de broodnodige inbreng van Aziatische elementen, die nu ontbraken. Men had toch een van de nu rondreizende Indonesische theatergezelschappen een opdracht kunnen geven, wedden dat er dan iets inspirerends uit was gekomen?
Dalang Mabuk
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Steunpunt Buitenlands Pensioen-belang
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|