Memo Geschiedenis voor het Examen
CSE Basiskatern HAVO/VWO Nederland en Indonesië
Martien van Gastel, Paul van Houdt, Anjo Roos, Bram Roozemeijer en Marlouk Wester
Uitgave van Malmberg, Den Bosch.

De blijvende belangstelling van Molukkers en Indische Nederlanders in ons land voor de relatie Indonesië-Nederland is volgens de auteurs de belangrijkste reden om dit thema als examenonderwerp voor de jaren 2001 en 2002 aan te wijzen. De titel van het CSE (afkorting voor 'Centraal Schriftelijk Examen')-onderwerp is: 'Nederland en Indonesië: vier eeuwen contact en beïnvloeding'. De hoofdvraag luidt: Nederland en Indonesië raken in de loop der eeuwen steeds meer met elkaar verbonden. Waardoor onderscheiden zich de verschillende vormen van contact tussen de twee landen en hoe kan worden verklaard dat de band verbroken is? 

Ter voorbereiding op het geschiedenis dient het basiskatern, bij het basiskatern hoort een werkboek (een voor HAVO en een voor het VWO). In dit basiskatern staan teksten en bronnen, in het werkboek vragen en opdrachten. Aan het eind van het basiskatern bevindt zich het onderdeel 'Geschiedenis in de praktijk' waarin de leerling een bepaald probleem zelf moet onderzoeken met behulp van een stappenplan voor onderzoek. Daarbij maakt hij/zij gebruik van de leerlingendisk (CD-ROM) die toegevoegd is aan het basiskatern. 
Het basiskatern begint met een inleiding op de hoofdvraag waarna vijf hoofdstukken volgen. Elk hoofdstuk beslaat een historisch tijdperk. Het eerste hoofdstuk de periode rondom de VOC; het tweede hoofdstuk gaat over de tijd van het cultuurstelsel; het derde over 'Afronding en consolidatie van het Nederlands gezag'; het vierde behandelt 'Ethische politiek en nationaal bewustzijn'; het vijfde hoofdstuk betreft tenslotte de periode rond de dekolonisatie. 

Vol lof ben ik over de goed opgezette methodische aanpak in het basiskatern en in het werkboek: het historisch feitenmateriaal wordt in het katern beknopt, verantwoord en overzichtelijk weergegeven en ook de opdrachten in het werkboek zijn van gedegen kwaliteit, maar ik heb wel kritiek op een aantal inhoudelijke zaken die te weinig of geheel niet zijn verwerkt in dit boekwerk. In de tekst van de inleiding wordt uiterst beknopt ingegaan op de geschiedenis en de bestaande culturen van de volkeren in de Indonesische archipel vóórdat de Nederlanders hun intrede deden in dit werelddeel. Over de verschillende godsdiensten in de archipel wordt in de inleiding alleen het volgende gezegd: 'Door de handelscontacten kwam Indonesië ook in aanraking met achtereenvolgens het Hindoeïsme, het Boeddhisme, de Islam en tenslotte het christendom'. Naar mijn oordeel wordt wel heel weinig informatie gepresenteerd over de godsdiensten, culturen die al lang vóór de komst van de Europeanen bestonden. 

De rest van het basiskatern legt vooral nadruk op economische ontwikkelingen die een belangrijke rol speelden in die relatie en ook hier wordt te weinig ingegaan op de bestaande inheemse culturen en de Indo-europese. .Vóór de komst van de Nederlanders en andere Europeanen kende het Indonesische eilandenrijk al grote beschavingen en keizerrijken zoals het koninkrijk Sriwijaya op Sumatra (778-1252 n.Chr), het rijk Madjapahit (1293-1478) op Java, het rijk Mataram eveneens op Java (1582-1755). In de tijd dat de Europeanen voor het eerst voet aan wal zetten op de Indonesische eilanden bestond er nog niet die grote achterstand op het gebied van kennis en technologie tussen Europeanen en de bevolking uit de Oost en vormden zij dikwijls gelijkwaardige handelspartners. Pas in de tijd dat de Verenigde Oost-Indische Compangie (VOC) van handelaar was uitgegroeid tot bestuurder (soeverein) legde zij de bevolking van de Indonesische eilanden allerlei beperkingen op zoals het verbieden van het gieten van kanonnen, het aangaan van (handels)relaties met andere buitenlandse handelsondernemingen dan de VOC. Door deze beperkingen raakte veel kennis die eerst wel aanwezig was verloren en stierven speciale ambachten uit. 
Tijdens de Industriële revolutie in de negentiende eeuw behaalde Europa (het Westen) een grote technologische voorsprong op andere volkeren in Afrika en Azië die zij tot op de dag van vandaag niet echt meer hebben kunnen inhalen. Deze belangrijke informatie ontbreekt in het basiskatern en dit geeft mij reden om de samenstellers te verdenken van Eurocentrisch denken in hun geschiedkundige beschrijving van de relatie tussen Indonesië en Nederland. Met Eurocentrisch denken bedoel ik dat de samenstellers van het basiskatern de relatie tussen Indonesië en Nederland vooral beschrijven vanuit een visie die zich meer richt op Europa en Europese standpunten dan op Indonesië. 

In de tweede plaats richt mijn kritiek zich zoals al is gezegd op de schaarse informatie die in het basiskatern te vinden is over Indo-europese cultuur, definities van 'Indisch' en 'Wat is Indisch zijn'. Over Indo-europese cultuur vanaf het begin van de negentiende eeuw zegt het basiskatern niet veel meer dan dit (p. 17): 'Zo ontstond een karakteristieke mengcultuur: de Indo-europese cultuur met wortels in de VOC, met Nederlandse en Indische elementen. Kenmerkend voor deze Índische levensstijl waren een grote gastvrijheid, de ruime huizen met grote veranda en het samenleven met talloze bedienden.' Over specifieke uitingen van Indo-europese cultuur als krontjongmuziek en de Komedie Stamboel ofwel 'Oost-Indische Opera' wordt in het katern niets gerept. 
Aan het eind van het werkboek getiteld 'Geschiedenis in de praktijk' worden de leerlingen via Internet en de Cd-rom leerlingendisk aan het werk gezet om op zoek te gaan naar 'Indisch' en 'Wat is Indisch'; en daarbij worden ze op het spoor gezet van de websites van het Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers en het Indisch Informatiepunt van Rick van de Broecke.  Waarom het voor de leerlingen noodzakelijk is om de website van het LSEM te bezoeken is mij een raadsel, omdat ik op de website van deze organisatie totaal geen informatie heb kunnen vinden over 'Wat is Indisch'.  
Het lijkt alsof de auteurs van het basiskatern het meer aan de leerlingen zelf willen overlaten om bij de Indische bronnen definities te vinden van termen als 'Indisch' en 'Wat is Indisch' of 'Indisch-zijn', dan dat zij bereid zijn hiervan zelf duidelijke definities te geven. Dat het nodig is om heldere definities te geven van deze begrippen, heb ik in de afgelopen jaren keer op keer gemerkt wanneer ik mensen in mijn omgeving deze termen heb horen gebruiken zonder dat ze zich er bewust waren van ze eigenlijk inhouden. 
Zo heb ik mensen horen spreken over 'de Indische taal' of 'Jij spreekt Indisch, hé' en met 'de Indische taal' of 'Indisch spreken' wordt dan bedoeld 'Maleis' of 'de Indonesische taal' (spreken). Ook wordt wel eens tegen iemand die een Nederlandse vader en een Indonesische moeder gezegd: 'Jouw moeder is Indisch, hé'. Met deze voorbeelden probeer ik aan te geven hoe belangrijk het is om correcte definities te geven van termen zoals 'Indisch', 'Indonesisch' en 'Indische mensen' die in de dagelijkse omgang in Nederland door leken op willekeurige wijze door elkaar worden gebruikt (gado-gado). 

Tot besluit wil ik benadrukken dat ik - ondanks mijn kritiek - zeer blij ben met dit basiskatern, het werkboek en de CD-ROM die samen het pakket vormen, omdat in een zestigtal bladzijden op didactisch verantwoordde wijze de nodige historische kennis bijeen is gebracht over deze vier eeuwen contact en beïnvloeding tussen onze twee landen. Via dit schoolproject krijgen nieuwe generaties van jonge Nederlandse, Molukse en Indisch-Nederlandse mensen gelegenheid om zich de nodige kennis eigen te maken over de relatie tussen Nederland en Indonesië waardoor zij meer inzicht krijgen en beter hun houding kunnen bepalen ten aanzien van hedendaagse ontwikkelingen binnen die bilaterale relatie en met betrekking tot de actuele gebeurtenissen in het Indonesië van nu.

ISBN nr 90208: Omschrijving: Prijs: Euro:
92770 Basiskatern  f  30,--  € 13,61
92789 Werkboek  f  10,--  € 4,54
92797 Antwoordenboek  f  13,--  € 5,90
9286X Docentenboek + toetsen  f  40,--  € 18,15
2000/2001, havo/vwo
Nederland en Indonesië