Gepasseerde kansen?
Hoe het Indisch Platform troeven weggeeft.
Het wordt wat eentonig, elke keer als iets
bijzonders gebeurt, moet de informatie komen van buiten het Indisch Platform.
Net alsof niet juist de achterban het meeste recht heeft om volledig te worden
ingelicht over de stand van zaken.
Op 18 april 2000 staat een algemeen overleg gepland tussen de Tweede Kamer en de
ministers van VWS en financiën. Daarbij zal het regeringsstandpunt ter
discussie staan, zoals 21 maart werd verwoord m.b.t. 'Het Gebaar', de
genoegdoening aan (o.m.) de Indische gemeenschap.
Brief van IP
Vooruitlopend op de vergadering van 18 april, heeft het IP nu een schrijven
gericht aan alle fracties van de Tweede Kamer. In feite is de brief een
herhaling van het al op 29 februari j.l. geformuleerde persbericht n.a.v. 'Het
Gebaar': het toegezegde half miljard aan de Indische Gemeenschap zou te weinig
zijn. Dit bericht stond al bol van onlustgevoelens omdat het IP kennelijk was
afgepoeierd tijdens de onderhandelingen met het Kabinet; termen als 'teleurstelling,
ongerustheid en betreuren, geen goed overleg, laat staan akkoord met kabinet'
zetten de toon van dat persbericht.
Toegevoegd werden een paar nieuwe elementen:
'Peper-reisje'naar Japan?
De voorzitter van IP, Ruud Boekholt, was niet bereikbaar voor commentaar. Hij
blijkt op uitnodiging van het ministerie van buitenlandse zaken in Japan te
zitten, voor de onthulling van een monument in Mizumaki, t.g.v. 400-jaar
Japans-Nederlandse betrekkingen. Nu kan iedereen voor zo'n gelegenheid op
staatskosten naar Japan gaan, het is echter zeer de vraag of JUIST de
voorzitter van het IP in deze periode dat zijn club wijd ter discussie staat -
mede in verband met aantijgingen van belangenverstrengeling en 'afkoop'
opdat het bezoek van de Japanse keizer in mei rustig verloopt - niet beter thuis
had kunnen blijven.
Het zal interessant zijn na te gaan op welke titel hij naar Japan vertrok. Als
dat 'in functie' is, dus namens de Indische gemeenschap zoals Boekholt
altijd graag wil beweren, dan is zijn functioneren als voorzitter van het IP
werkelijk onmogelijk geworden. Hij zal dan ook niet als zodanig -
vertegenwoordigend de Indische gemeenschap - aanwezig kunnen zijn tijdens de
commissie-vergadering van dinsdag 18 april.
Trouwens, het bezoek van de keizer aan het Amsterdamse monument baart de autoriteiten kennelijk grote zorg. Naar verluidt zijn de (hotel-)kamers aan de Damzijde voor de dag van de Japanse kranslegging bij wijze van voorzorg 'gereserveerd'. De parallel is schrijnend omdat de historie zich herhaalt: eerst geen plaats voor joden in de hoofdstad, nu dus geen Indische mensen rond de Dam! Misschien kan het IP de rol van de Joodse Raad overnemen en zeggen wie wel en wie niet mag komen?
Vervolgingscriterium
Commentaar gevraagd aan het ministerie van VWS betreffende het z.g. 'vervolgingscriterium'
waar de brief van IP verschillende keren naar verwijst, werd - in tegenstelling
tot wat de voorzitter van het IP schrijft - ontkend dat er sprake zou zijn van
een regeringsdictaat en geen enkele discussie mogelijk was.
Waar gaat het om?
Bij de discussies rond 'Het Gebaar' - m.a.w. de genoegdoening vanwege de kille
ontvangst in Nederland en het ondergane leed - werd dit 'vervolgingscriterium'
gehanteerd. Kort gezegd, alleen ex-geinterneerden en binnenkampers komen in
aanmerking voor genoegdoening, buitenkampers - dat is dus de grootste groep van
Indische mensen, meestal Indo's - vallen buiten de boot. Ondanks de met de
Nederlandse situatie niet vergelijkbare omstandigheden gedurende de Japanse
bezetting en daarna tijdens de Bersiap. Zoals bekend heeft dit verschil in het
verleden al de nodige ellende veroorzaakt bij toepassing van de z.g.
oorlogswetten: WUBO en WUV.
Op een vraag of dit gegeven als dictaat was verstrekt door de regering, werd
ontkennend geantwoord. De verslaggeving, mede weergegeven in het
regeringsbesluit m.b.t. het kwart miljard is een gevolg van de besprekingen
tussen de partijen, waarvan een dus het IP is.
Wel is duidelijk geworden dat Zalm niet zo'n moeite had met individuele
uitkeringen, in tegenstelling tot Kok die mordicus tegen was omdat dit niet zo
mogen uitlopen op een politieke schuldbekentenis die doorgetrokken zou kunnen
worden naar volgende regeringen. Volgens Kok diende het nu te gaan om een 'gebaar' van de regering, waarmee Boekholt
instemde, hoewel onduidelijk is
wanneer hij dat mandaat van het IP verkreeg. Al met al waren direct betrokken
bij de besprekingen vooraf: Kok, Zalm, Ferdinandus (Pelita), Lucardi (Bersama
Kuat en IP) en Boekholt.
Dat stelt de zaak in een ander daglicht, zodat de vraag gewettigd is hoe dat criterium in de besprekingen is terecht gekomen. Verder vragen - hoewel daarvoor geen stukken konden worden geleverd - leert dat de voorzitter van het IP zelf bij het ministerie VWS adviseerde geen individuele uitkeringen te doen omdat het 'onbegonnen' werk zou zijn. Vandaar de uiteindelijke toekenning voor projectmatige verwerking, waaronder het IHC (35 miljoen) en Pelita voor een slordige 200 miljoen.
Onderhandelingen
Wie in de VPRO-uitzending 'Lopende zaken' zag hoe de Joodse
vertegenwoordigers onder eenzelfde druk moesten werken, herinnert zich ook hoe in
die uitzending de Joodse delegatie doorlopend aangaf dat de andere partij -
i.c. de regering - de onderhandelingen voerde met een stel gewiekste en door de
wol geverfde onderhandelaars. (Zie Kok met decennialange vakbondservaring,
zie Zalm met vastgebakken schaterlach, zie mevrouw Borst met lange
onderhandelilngen in de medische sector).
M.a.w. de voor de verschillende groepen optredende vertegenwoordigers -
waaronder het IP - waren amateurs. Het kwalijke is echter dat het
niet onderkend werd om zich eventueel te laten steunen door even gehaaide
doorgewinterde onderhandelaars. Je kunt ook ter plekke vinden dat je
te weinig tijd of te weinig gegevens hebt om te kunnen besluiten, dan vraag je
uitstel, of je pakt het koffertje en stapt op. Maar niet achteraf krijten dat je
tekort bent gedaan en je daarmee in de ogen van de volksvertegenwoordiging
volstrekt ongeloofwaardig maken.
Pelita
Nu wordt ook duidelijk hoe de overheersende rol van Pelita binnen dit kader
totstand komt. Op zich is het al een vreemde zaak om Pelita binnen de pierenpot
van IP te vinden, een gesubsidieerde instelling om maatschappelijke noden te
lenigen en later als adviseurs/begeleiders te fungeren bij aanvragen t.b.v.
WUBO, WUV, WIV.
Even apart van het fenomeen dat Pelita niet het complete vertrouwen heeft van de
gehele Indische groep - met name is bij het begin van de overkomst naar
Nederland vaak de klacht geuit dat het een typische 'Belanda' organisatie
was, waar de gemiddelde Indo zich niet thuis voelt en dat werkt lang na -,
liepen hun oorspronkelijke werkzaamheden af. Het is logisch dat Pelita toen
probeerde allerlei deelprojecten van de grond te krijgen, maar het gaat te ver -
zoals nu blijkt bij de financiële uitkomst van 'Het Gebaar', eerder
gepubliceerd in BLIMBING - die (nieuwe) rol zo te benadrukken dat ongeveer
driekwart van de gelden in feite zullen worden beheerd door Pelita, of een nieuw
op te richten stichting t.b.v. de zorgsector. Een sector die kennelijk door
Pelita in de loop van een halve eeuw dermate verwaarloosd werd dat nu geen
structurele financiering aanwezig is en dus een beroep wordt gedaan op 'Het
Gebaar'.
CONCLUSIE
Kortom, terugdenkend aan de VPRO-documentaire is bij de onderhandelingen tussen de
zogenaamd vertegenwoordigde Indische Gemeenschap en regering sprake geweest van
een amateuristische aanpak door het IP.
De conclusie zou nu moeten luiden, dat men het hele bedrag van 250 miljoen niet
dient te accepteren. In elk geval moet toegeven dat het IP verre van een
vertegenwoordiging vormde van de Indische groep en dat alle toezeggingen,
garanties en wat al niet jegens de Nederlandse regering geen waarde bezitten,
omdat de Indische groep er niet achter staat.
In de allereerste plaats zou het IP lef moeten hebben zichzelf te ontbinden -
niemand is onvervangbaar - en zou gezocht moeten worden naar een betere en meer
adequate spreekbuis voor de Indische groep.
(NB: Zoals bekend is de
dalang degene die in het Indonesische wayangspel het verhaal vertelt en de
poppen hanteert; maar voor de lokale toehoorders vormen zijn opmerkingen over de
heersende situatie van het dorp vaak het zout in de pap. Door zijn speciale
positie is de dalang vaak zeer goed op de hoogte van plaatselijke gebeurtenissen
en omdat hij daarvan zelf deel uitmaakt kan hij kritiek leveren: ter lering en
vermaak. Het enige minpunt is dat de dalang weleens dronken, of mabuk, is.)