MERDEKAPLEIN



De dag breekt aan

waarop er vanaf het Merdeka plein

ballonnen zullen opgaan

rood en wit

afstekend tegen het vale ochtendblauw

terwijl langs zelfbouwkrotjes

waar nu volop gelachen wordt

treinen hoog het Gambirstation binnendenderen

uit Depok en Bogor

en een tandeloze vrouw

die de trappen veegt van de oude Immanuel kerk

aan de overkant

giechelend zich de dansstapjes van haar jeugd herinnert

en jonge mannen in sarongs

tevreden zullen rondhangen

in de portalen van de Nationale Moskee

en toeristen in het café van de Borobudur

verbijsterd het stille geluk

in de ogen van hun serveerster

zitten te bewonderen

De dag breekt aan

waarop geen schildwachten

urenlang versteend in de houding staan

terwijl in de tuin van het paleis

de president zinloze toespraken houdt

en corrupte functionarissen

nauwelijks de slaap kunnen weerstaan

De dag breekt aan

wanneer in een nieuw land

dat zijn plaats gaat innemen

op het wereldtoneel

de zon zal opkomen

en grootouders weer zullen huilen

bij het horen van het Indonesia Raya

de armen niet meer de stad uit wraak verbranden

geen ambtenaren afgekocht worden

en geen propaganda via alle televisiekanalen tegelijk

de geest van het volk meer zal versmoren

De dag breekt aan

dat jullie vrij kunnen spreken

dat Moslems en Protestanten

Hindus en Katholieken

Chinezen en Sundanezen

elkaar oprecht zullen omhelzen

geen jongeren meer in gevangenissen

zullen wegkwijnen

geen noodkreten van de gemartelden

kunnen worden gedempt

door soldaten in donker galmende gangen

niemand spoorloos kan verdwijnen

geen arbeiders slavenloon aanvaarden

iedere moeder melk voor haar kinderen kan kopen

en niemand aan machtigen

zijn ziel meer zal verpanden

De dag breekt aan

wanneer de warme klanken van jullie taal

opniew inhoud zullen hebben

en de woorden weer betekenis

dan zal het land uitbarsten van vreugde

en de goudgelakte vlam van het Nationale Monument

plotseling in brand staan met echt vuur

De dag breekt aan

dat jullie 'Merdeka'-ideaal eindelijk volbracht zal zijn

  • Aart van Beek,

mei 1998