DE BOND VAN KUNSTKRINGEN IN INDIË
Deel III

Hoewel opgericht in 1916 is dit unieke instituut pas tot grote bloei gekomen in de naoorlogse jaren. Uit die periode is nog veel bekend over de organisatie, over de talrijke concerten, de artiesten en de omstandigheden. Niet alleen volgden tournees op het gebied van muziek, toneel en ballet elkaar in snel tempo op, vaak overlapten ze elkaar en vonden uitvoeringen, verspreid over de gehele archipel, op hetzelfde tijdstip plaats. Juist in deze turbulente jaren nam de publieke belangstelling enorm toe. Het ledental in iedere kring en het aantal kringen dat aansluiting zocht met de Bond, steeg tot ongekende hoogte. Deze stijging kwam voor het grootste deel uit Indonesische milieus. Met de universiteiten, in het bijzonder in Jakarta en Bandung, en met de Radio Republik Indonesia ontstond een zeer nauwe samenwerking die leidde tot een groot aantal studentenconcerten en radio-uitzendingen. Jarenlang werden de leden op de hoogte gehouden van de activiteiten via de verspreiding van een eigen orgaan, dat heel toepasselijk "Parnassus" heette. Het bevatte aankondigingen, programma's en toelichtingen.

De Bond werkte als een wereldomvattend impresariaat en het is bijna onvoorstelbaar dat voorbereiding en uitvoering van tournees in handen waren van vrijwilligers, enthousiaste medewerkers, die de organisatie naast hun dagelijkse werkkring verrichtten. Veel van deze mensen zijn inmiddels overleden, maar gelukkig is veel materiaal bewaard gebleven en gearchiveerd, zoals namen van kunstenaars, programma's en reisroutes.

Vrijwel geen enkele tournee verliep volgens schema; verbindingen vielen uit, reserveringen werden onverwacht afgezegd, meegebrachte instrumenten lieten het, als gevolg van het hete en vochtige klimaat, afweten. Kortom, een scala van onvoorziene gebeurtenissen trok een wissel op het improvisatietalent van zowel artiesten als organisatoren. De strijkers werden meestal meteen na aankomst naar de vioolbouwer gestuurd om hun instrumenten tropenbestendig te maken door middel van het aanbrengen van een speciale lijm. Pianozaken hadden volop werk aan het onderhoud en stemmen of vervoeren van de instrumenten.

Men kan zich afvragen, waarom de Bond zich desondanks zulk een grote bekendheid had verworven in de wereld, zodat het vele malen voorkwam dat artiesten van het internationale podium, na afloop van een tournee zich tot de vertegenwoordiging van de Bond in Amsterdam wendden om te informeren naar de mogelijkheid van een vervolgtournee. De goodwill die de Bond had opgebouwd stoelde op het feit dat de artiesten tijdens hun tournee logeerden op particuliere adressen van Nederlanders en Indonesiërs die bij de plaatselijke kunstkring hun gastvrijheid aanboden.

Géza Frid

Hoe het de musicus tijdens zo'n inspannende kunstreis verging, is door de componist-pianist Géza Frid nauwgezet en humoristisch verwoord in zijn boek "In tachtig jaar de wereld rond" (Strengholt 1984). Tijdens drie reizen naar Indonesië speelde hij op vele podia op goede en slechte piano's voor de Kunstkring alsmede op jeugdconcerten. Er werd dan speciaal een stemmer vrij gemaakt die met hem meereisde. Hij dirigeerde tevens het Radio Philharmonisch orkest van Batavia, als invaller voor de chef-dirigent.

Eind 1957 maakte het Smétana-kwartet uit Praag, dat op weg was naar Australië, een tussenstop in Jakarta om daar enige concerten voor de Bond te geven. Zij hadden alleen de warme Europese rokkostuums bij zich en dus werden ze snel naar Pasar Baru gebracht, waar een Chinese kleermaker, in no time, vier witte katoenen jasjes naaide, die hen voor oververhitting behoedden. Een trieste bijkomstigheid was dat het concert in de Schouwburg vanwege politieke omstandigheden niet door kon gaan. Maar het optreden, dat daarvoor in de plaats, op de grote achtergalerij van het huis van de Tsjechische ambassadeur werd gegeven, maakte alles weer goed.

Aan dit alles kwam een abrupt slot. Eind '57 begin '58 overspoelden de politieke ontwikkelingen ook het culturele leven in Indonesië. De Oost-Westverhoudingen op dit terrein werden weggevaagd. De escalerende Nieuw-Guinea-problematiek leidde uiteindelijk tot een exodus van Nederlanders. De Bond, organisatorisch kwetsbaar door het vertrek van talrijke vrijwillige medewerkers, loste op in een vacuüm van een, in die tijd, ongewisse toekomst.