Vertrouwd en Vreemd 
Ontmoetingen tussen Nederland, Indië en Indonesië 
Uitgeverij Verloren, ISBN 90-6550-622-5 (280 blz, ill); HFL 35,- 
Redactie: Esther Captain, Marieke Hellevoort, Marian van der Klein

De VVG (Vereniging voor Vrouwengeschiedenis) onderzoekt en stimuleert activiteiten op het gebied van gender- en vrouwengeschiedenis. In deze twaalfde bundel van de reeks 'Tipje van de Sluier' laten verschillende auteurs zien hoe die ontmoetingen tussen vrouwen en mannen, 'bruinen en blanken', arm en rijk verliepen. Een rij wetenschappers, fictieschrijvers en journalisten laat hun licht schijnen over het koloniale verleden. Romanschrijvers Alfred Birney en Wies van Groningen schreven speciaal voor deze bundel een kort verhaal. Anderen bespreken thema's als arbeid, religie, politiek en vrouwenbeweging. Kleur, sekse, rijkdom en status blijken steeds de bepalende factoren te zijn voor de omgang tussen de verschillende groepen in en buiten de archipel. In de fotogalerij komen hedendaagse associaties met 'tempo doeloe' los. Uit de persoonlijke bijdragen van o.m. musicus Ernst Jansz, striptekenaar Peter van Dongen en anderen blijkt het nostalgische verlangen naar het 'oude Indië' nog steeds te bestaan, maar is tegenwoordig ook ruimte voor nieuwe, verrassende en bijtender beelden van het Indische verleden. Zoiets staat in de aanbeveling van de uitgever. Dat klopt in grote trekken, de bundel is heel verzorgd uitgegeven met een afwisselend samen gestelde lijst auteurs en onderwerpen. Die variëren van een stukje familiekroniek in 'Zonder Gezicht' van Alfred Birney, statistische opsommingen van gemengde huwelijken door Elsbeth Locher-Scholten, mythen doorprikkende beschouwing van Jan Willem Schilt over contractkoelies in Deli, aandacht voor suffragette Aletta Jacobs en haar Indische reis, een fotogalerij met korte omlijstende verhalen, tot het onderbelichte thema van Indonesiërs in het Nederlands verzet (1940-1945) door Emile Schwidder.

Kortom teveel om op te noemen in het kader van een korte recensie: Mengelwerk. Dat is tegelijk de hoofdkritiek die je op het boek kunt maken: de samenbindende lijn ontbreekt. Stuk voor stuk - natuurlijk is ook de kwaliteit niet constant, zoals in de begeleidende artikelen van de fotogalerij - zijn de aangeboorde thema's de moeite waard. Het kan echter niet anders dat voor de doorgewinterde Indië-watcher veel aangevoerde informatie 'niet nieuw' is. Aan de andere kant zal deze diversiteit ook aantrekkelijk zijn voor een eerste kennismaking, want veel gegevens zijn langzamerhand ondergesneeuwd in de overvloed aan Indische non-fiction literatuur.

Gezien de doelstellingen van de VVG is aandacht voor vrouwenstudies natuurlijk heel goed verdedigbaar, iets anders is of je zulke uiteenlopende onderwerpen zonder overkoepelend uitgangspunt moet presenteren. In het voorwoord wordt wel een aanzet gegeven, maar die zet zich niet door en bovendien is de ondertitel 'Ontmoetingen tussen Nederland, Indië en Indonesië' wel héél erg een dooddoener. Je mist b.v. een brede kijk die een redactie kan tonen door uit te leggen waarom juist deze artikelen zijn gekozen.

Incesttaboe? 
Het afsluitende artikel van Esther Captain is dan ook meer een pleidooi geworden voor de eigen 'Indische' identiteit van de (haar) derde generatie, dan dat duidelijk wordt wat de hoofdtrend is in de diversiteit van onderwerpen. Een deel van haar betoog stoelt op de veronderstelling dat binnen de - in Nederland verkerende - seksen geen of nauwelijks relaties tussen Indo's worden geambieerd. Dat is inderdaad waar, men trouwde liever buiten de 'blauwe' groep, om het zo te stellen. (Overigens is het incesttaboe sterk cultuurgebonden. Men kent immers verschillende culturen: Oud-Egypte, Zuidzee-eilanden, waarbij huwelijken en relaties tussen directe familieleden - al dan niet onder zekere voorwaardelijke omstandigheden - heel gewoon waren, respectievelijk gedoogd werden.) Captain ontvouwt vervolgens de theorie dat zulks is toe te schrijven aan een incesttaboe. Waarbij de zelfregulerende beperking van (seksuele) relaties binnen een gezin, a.h.w. wordt uitgebreid tot de hele 'Indische familie', lees de héle Indische gemeenschap. Let wel: hier in Nederland.

De verhalen immers van tóen en dáár klinken anders: het gefoezel tussen rasgelijken neemt geen einde. Máár met één uitzondering, als het op trouwen aankwam was de keuze tussen blank en bruin nogal 'gampang': je koos voor blank, dat werd als rasverbetering gezien en maakte je kansen op een hogere maatschappelijke trede beter. De 'afkeer' voor de eigen 'bangsa' komt eerder voort uit eurocentrisch denken en dat is eigenlijk in het huidige Indonesië nog steeds aan de orde. De 'betere' kringen nu gedragen zich niet alleen 'seperti belanda', ook de maatschappelijke status neemt toe. Captain maakt m.a.w. niet goed duidelijk waar ze haar incesttaboe op baseert en waarom niet eerder sprake is van het ingebakken rasverbeteringssyndroom. Dat laatste werd meegenomen naar Nederland: je maatschappelijke kansen werden gedacht erdoor te verbeteren!

Als je deze zaken op zo'n manier bekijkt dan is de belangstelling van de derde generatie misschien meer modieus bepaald. Ik heb dat eerder eens als 'Anstiel' betiteld: beautiful people with kulit langsep, bruin getint scoort hoger dan witblank.

Indisch Een meermalen door mij geponeerde stelling 'Indisch was toen en daar en niet nu en hier' wordt door Esther Captain als aanloop voor haar betoog gebruikt. Het komt mij voor dat ze met de theorie van incesttaboe die stelling niet heeft ontkracht. Integendeel ik zou willen pleiten voor een andere benaming als we het hebben over Indische relicten en ontplooide cultuurelementen die hier zijn geworteld. What is in a name?