U wordt door niemand verwacht
Nederlandse Joden na kampen en onderduik
Door: Michal Citroen
Uitgeverij Het Spectrum, ISBN 90-274-6570-3 (304 blz);
Prijs HFL 34,90
Dit is een onthutsend verhaal, opgebouwd uit interviews met Joodse overlevenden uit de Duitse concentratiekampen. Het verhaal is bekend, maar
toch grijpt de koele notering van wat na de bevrijding ontkend en miskend werd aan ondervonden oorlogsleed je bij de keel.
Veel van de verhalen betreffen ondervonden harteloze 'opvang' of juist het totaal ontbreken ervan, of de botheid waarmee 'de' Hollander omgaat met andermans leed. De Indische mensen zullen zeggen: 'Zie je wel 'wij' waren
óók niet welkom, net zomin als de Joden'.
De door Michal Citroen genoteerde praktijkervaringen liegen er niet om en hebben onmiskenbare parallellen met het Indische verhaal, dat nu een ontknoping in het verschiet toont, genesteld in 'Het Gebaar' oftewel de tegemoetkoming van de regering n.a.v. ondervonden leed na de Japanse capitulatie.
Omdat de zaak - dat geldt in dezelfde mate voor de Roma, Sinti en Joden - door de regering met parlementaire consensus, bewust is teruggebracht tot een versimpeld model waarbij eens en voor al het 'gezeur' wordt afgekocht, kan het niet anders of de vergelijking met andere groepen wordt daarbij door belanghebbenden driftig gehanteerd. Dat is niet chique zal men tegenwerpen, bij wijze van
jijbak refererend aan de Joodse tegoeden, maar hoe dan wel?
Vragen die al verschillende keren eerder zijn gesteld in de groepen waarover het hier gaat.
Opvallend is ook in dit boek hoezeer de situaties dan uiteen lopen. De ondervraagde Joodse slachtoffers kunnen in voorkomend geval heel precies aangeven waar hun materiële schade ligt en dat ligt diametraal anders bij de Indische groep. Daar is zoals bekend een rapport over verschenen van de Begeleidingscommissie Onderzoek Indische Tegoeden, waarvan de uitslag te voorspellen was. Kort gezegd: De Japanse bezetting heeft niet tot gevolg gehad dat banktegoeden en levensverzekeringen van Nederlanders in Indië zijn aangetast.
Dat is natuurlijk andere koek, want de meeste 'gewone' mensen in Indië hadden eenvoudig geen banktegoeden en/of levensverzekeringen. Hun materiële schade is in de meeste gevallen direct van invloed op de dagelijkse behoeften: huisraad, kleding, persoonlijke eigendommen.
Is het leed daarom in categorieën van oplopende gradaties te brengen? Dat lijkt een retorische vraag, want 'ondervonden' leed bestaat alleen in de beleving van het slachtoffer, daar zijn geen criteria voor. 'Erg' heeft dan absolute waarde gekregen, erg subjectief, maar evenzeer geldig.
Het is ene de ene kant opmerkelijk, maar ook begrijpelijk dat op deze kwesties - in Joodse, maar ook in Indische kring - zeer verdeeld wordt gereageerd. Allerlei meetlatten zijn op tafel gelegd, zoals de verschillen tussen buiten- en binnenkampers. De verschillende belangengroepen binnen het Indisch Platform hebben zich wat dat betreft behoorlijk ingegraven, waarbij de kanttekening past dat met een min of meer evenredige verdeling tussen beide
categorieën geen rekening is gehouden. Binnen het IP zitten verhoudingsgewijs wel erg veel organisaties van binnenkampers en/of ex-militairen. Dat heeft tot onverkwikkelijke scŠnes geleid omdat tegenover de regering geen eenduidig standpunt kon worden gesuggereerd en gesteggeld werd over het buitensluiten van de - vooral uit Indo's bestaande - groep buitenkampers.
Als onzalig compromis is toen het voorstel uit de bus gekomen om Het Gebaar vooral aan collectieve doelen te geven. Dat dus in scherpe tegenstelling staat tot het Joodse standpunt, dat evenzeer verscheurd werd door soortgelijke discussies.
Antisemitisme
De schrijfster stelt in haar nawoord de vraag 'Een van de belangrijke, en tegelijkertijd moeilijk te beantwoorden vragen is in hoeverre
antisemitisme na de oorlog de houding van de Nederlandse autoriteiten ten opzichte van de joodse overlevenden
beïnvloedde. Met antisemitisme wordt hier bedoeld het geheel aan anti-joodse vooroordelen, gevoelens en handelwijzen die gebaseerd zijn op generalisaties over joodse stereotypen'.
Vervolgens: 'Toch kan antisemitisme niet dienen als de enige verklaring voor het gebrek aan opvang [...]. Andere
categorieën oorlogsslachtoffers, zoals mensen uit het voormalig Nederlands-Indië [...] hebben namelijk naoorlogse ervaringen die op diverse punten overeenkomen met die van de joodse oorlogsslachtoffers, en die ervaringen kunnen onmogelijk verklaard worden door
antisemitisme'.
Wat zijn bijvoorbeeld de vooroordelen jegens de Indische (Indo) groep?
Zoiets dus, maar het werkt lang na.
Het vooroordeel heeft waarschijnlijk in de eerste plaats een hele lange raciale oorsprong. Dat kan niet anders want de verhoudingen in de kolonie waren raciaal bepaald, of hadden een racistische connotatie die bovendien tot instituut verheven werd door de Hollanders en hun staatswetten. De verdeling naar inlanders, vreemde oosterlingen en Europeanen.
Dat, in combinatie met de niet verwerkte teleurstelling na de (afgedwongen) soevereiniteitsoverdracht en de mislukte militaire tussenkomst in de Oost, kan het langjarige taboe verklaren waaronder een open bespreking van de Indische situatie heeft geleden.
Kortom, er zijn uiterlijke overeenkomsten tussen de symptomen van onvrede binnen de Joodse en de Indische gemeenschap, iets anders is of de oorzaken van eenzelfde karakter zijn. Als dat niet zo is, valt de claim door het Indisch Platform i.v.m. de miljoenen van Het Gebaar niet te verdedigen. Ze zullen met wat anders moeten komen.
Intussen, voor een betere plaatsbepaling zou ik het boek van Michal Citroen ter lezing bij het IP van harte willen aanbevelen; bij iedereen trouwens die beducht is voor indocentrisch denken.