OVERPEINZINGEN VAN DE DALANG MABUK

Of, hoe gevoelig is de Indo-gemeenschap: een Taboe of Anstiel?

Het blijft opvallen hoeveel nieuwe uitgaven verschijnen die gewijd zijn aan hetzij het Indië-van-toen, of de Japanse-tijd, of de Bersiap, of de moeizame assimilatie in Nederland.

Daar is niets op tegen, het bewijst hoe ingrijpend die in de eerste alinea genoemde perioden zijn geweest voor de betrokkenen. Vervolgens ontstaat na ruim vijftig jaar een opmerkelijk feit, dat eens in vergelijking met andere migranten-culturen (Spanjaarden en Italianen eerst, dan Marokkanen en Turken) moet worden onderzocht. Namelijk het fenomeen waarbij vaak krampachtig geprobeerd wordt de eigen identiteit op te fleuren, in ons geval met een Indische achtergrond. Let wel, zonder zelf ooit die achtergrond te hebben meegemaakt. Een verschijnsel dat goed valt waar te nemen onder de z.g. tweede (en derde) generaties die 'iets' met Indië hebben.

Betrekkelijk weinig weten we bijvoorbeeld van de tienduizenden Indische mensen die naar de VS, naar Z-Afrika, Z-Amerika en N-Zeeland vertrokken, omdat ze het leven in Holland niet wensten te leiden. Voorzover zij niet teleurgesteld terugkeerden naar Nederland, wat zijn de parallellen met degenen die wel altijd hier zijn gebleven?

En wat is de verbinding met jongere generaties? Dat lijkt een terechte vraag, waaraan gekoppeld moet worden in hoeverre daar (VS, Australië etc) dezelfde problematiek van (non-)aanpassing en traumatische verwerking is waar te nemen, met name bij de niet-eerste generatie.

Na de laatste verkiezingen is het op z'n minst opvallend te noemen dat je bij de verschillende grote partijen 'allochtonen' van de meest uiteenlopende origine als volksvertegenwoordiger ziet. Kijk je rond naar mensen met 'Indische' signatuur dan houdt de vergelijking op en doemt de klemmende vraag of deze groep dan inderdaad dusdanig geassimileerd, geintegreerd of wat dan ook is, dat elk verschil met de autochtone Hollanders verdwenen is?

Als je zo nu en dan uitlatingen van deze groep beluistert, zou je het tegendeel denken.

In Nederland is het alsof de theorie van niet te ontlopen mid-life crisis juist hier een voorbeeld stelt: de generatie die na 1950 in Nederland werd geboren grijpt nu de macht.

Daar is niets tegen, bij Oidipus was het al zo dat de vader vermoord en de moeder door de zoon wordt gehuwd. Zij het dat Oidipus in onwetendheid handelt, door het lot vanwege de goden voorbestemd tot eeuwige verdoemenis en paria-dom. De paradox ligt in het feit dat Oidipus' ellende pas voor hemzelf duidelijk wordt nadat hij op de hoogte komt van zijn afkomst.

Niet echter bij onze na-oorlogse Indische generaties (nu dus laat-veertigers en begin-vijftigers): goed opgeleid, meestal goed terecht gekomen in een ratrace met Belandas, die een thuiswedstrijd spelen. Daar ligt juist de paradox dat die niet weet waar ze vandaan komt: het voorbeeld van de zwijgende ouders is bijna stereotype geworden, zodat hun kennis op dit gebied gebaseerd is op van horen zeggen, of projectie.

Adriaan van Dis preludeert in zijn toespraak van de 4 Mei-herdenking min of meer op dezelfde gevoelens. Hoever kan men gaan bij de creatie van een zelfbeeld, dat gebaseerd is op ervaringen van anderen: de ouders, de vader, de moeder?

De erkenning van dat laatste zal weleens een grotere overwinning kunnen zijn dan het 'herkennen' van die achtergronden. Die misschien niet eens bestaan.

NB: mabuk=dronken; de dalang=de verteller bij het wayangverhaal