Het ontregelende bezoek van Keizer Akihito is een week voorbij en dat geeft Dalang Mabuk de kans een paar conclusies te trekken. Ter leringh ende vermaeck.

Voorgeschiedenis:
De Indische gemeenschap stapt hopeloos verdeeld in de onderhandelingen met de Regering, die er baat bij heeft 'Het Bezoek' te koppelen aan 'Het Gebaar'. Hoewel feitelijk 'Het Gebaar' (genoegdoening vanwege de magere ontvangst in Nederland) en 'Het Bezoek' (twee jaar voorbereid hoogtepunt van 400-jaar Japans Nederlandse betrekkingen) niets met elkaar te maken hebben. 
(Zie over de strak geplande voorbereiding: VN, 27 mei, 'Diplomatiek Mikadospel'.)

Door amateurisme van de vertegenwoordigers van het IP (de gesprekspartner voor de regering) zijn de ene na de andere troef prijsgegeven, of eenvoudig niet uitgespeeld. Immers, toen de doorgewinterde profi regeringsonderhandelaars 'Het Gebaar' en 'Het Bezoek' aan elkaar koppelden, had dat voor de Indische vertegenwoordigers ook hun sterkste drukmiddel kunnen zijn. Daar is onvoldoende rekening mee gehouden, zodat IP vrij snel in de val trapt van zogenaamd meepraten en daardoor gecommitteerd zijn. De uitspraken en gedragingen van verschillende deelnemers ana de onderhandelingen wijzen daarop dat men zich heeft laten inpakken. Waar meespeelden z.g. 'vererende' uitnodigingen voor theevisites, reisjes naar Japan en in het laatste stadium de zeer gewraakte diner- en lunch-bijeenkomsten voor de keizer.

Ook het duidelijke standpunt van de Nederlandse regering die nu definitief af wil van wat in verschillende commentaren 'het gezeur van de Indische gemeenschap' wordt genoemd, speelt een rol die niet door de Indische vertegenwoordigers wordt uitgebuit. Eerder laat men zich gebruiken als spreekbuis voor het regeringsstandpunt door dezelfde regering naar de ogen te zien en tegen de wil van hun achterban posities innemen, zoals het niet-demonstreren (verpakt als 'waardig'), het wél deelnemen aan lunch en diner (verpakt als de mogelijkheid om te lobbyen) en het lafhartig géén standpunt innemen als een bejaard deel van de achterban het demonstratierecht wordt ontzegd.

Het is opvallend dat bij dat 'Indische gezeur' door de verschillende media-commentatoren en columnisten (Etty, Zijderveld, Blokker) geen enkele verwijzing wordt gemaakt naar het thans ook nog steeds voortdurende 'Joodse gezeur'. Ook dat wordt niet als onderhandelingstroef uitgespeeld, zoals het IP zich de opvatting van de regering dat 'Het Gebaar' in collectieve projecten terecht moet komen, wel al te eenvoudig door de strot liet glijden. (Zie: de mening van mevrouw Belinfante - in VN 'ellendegeld' genoemd -, over de loodzware lobby van Amerikaanse Joodse organisaties; lobby-steun in het geval van de Indische mensen ontbreekt helemaal.)

Grootste blunder in het voortraject is het opdracht geven aan Pelita voor een uitgewerkt bestemmingsplan van 'Het Gebaar', als collectief project. Terwijl de (nooit-geraadpleegde achterban) iets heel anders wil in de individuele sfeer en niet begrijpt waarom niet eens en voor al de tweedeling tussen 'binnen-' en 'buiten-'kampers wordt geslecht. Nu wekt het verdelingsplan voor 'Het Gebaar' de indruk vanuit het perspectief te zijn geschreven van een stichting die in 2002 verdwijnen moet en bezig is nieuwe taken te vinden. 

De Voorzitter van het IP maakt zich doorlopend schuldig aan draaikonterij, voor-zijn-beurt praten en foute adviezen geven aan de Regering. Verre van zich als 'voorzitter' te gedragen, heeft hij voortdurend zijn anders willende achterban in de zeik gezet: diner, lunch, met PUR-voozitter Goof Huyser in apenpak meelopen op de Dam, toespraken in Japan. 

Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de andere dinerdeelnemer, voorzitter Horstmeijer van de Stichting 15 augustus-herdenking, die in een Ontbijt-TV interview de onthutsende uitspraak deed dat hij gegaan was omdat er ook mensen waren binnen zijn achterban, die daar vóór waren. Waarmee hij de oude Nixon-doctrine van 'zwijgende meerderheid' voorzag van een hedendaags voorbeeld. Geen van beide voorzitters werd daarna opgemerkt - ze hoefden het niet met de demonstratie ééns te zijn, maar hadden kunnen tonen dat ze solidair waren met - bij de door Haagse, Leidse, Rotterdamse en Apeldoornse politie monddood gemaakte demonstrerende achterban. Desertie van publieke stellingname als een klein deel van 'hun' bejaarde achterban het demonstratierecht en vrije meningsuiting bij het Binnenhof wordt onthouden, valt beiden direct aan te rekenen.

De acties en reacties die 'Het Bezoek' oplevert, vinden nauwelijks voeding bij de Indische gemeenschap zélf: zie de magere reacties in de verschillende media, zie de geringe belangstelling bij demonstraties, zie het volledig wegblijven van de tweede generatie.

Kortom, de morele en psychische schade bij veel betrokkenen, is na 'Het Bezoek' groter dan voordien en zal nog een tijd doorwerken als frustratie bij grote delen van de Indische gemeenschap. Historicus B. van Poelgeest ('Japanse besognes' is van zijn hand) heeft het in een NRC-interview (dd 27/5) als volgt geformuleerd: ' De gevoelens - sinds 1971 specifiek gericht op Japan - gaan verder dan het verlangen naar erkenning van het slachtofferschap. Ze worden nog steeds gevoed door het onbegrip in Nederland over het koloniale verleden, dat komt op deze mensen over als een gedeeltelijke ontkenning van hun bestaan. En dat doet pijn'.

Dalang Mabuk vindt het vooral triest dat een belangrijk deel van de pijn wordt veroorzaakt door vertegenwoordigers - of die zich zo noemen - van de Indische gemeenschap, dat heet gewoon verneukt door je eigen bangsa. Dat zullen de heren zich duidelijk moeten aantrekken.

SLOTCONCLUSIE:
Het is zeer de vraag voor de Dalang Mabuk of enige vorm van consideratie of terughoudendheid jegens de Koningin (van het begin af op de hoogte en waarschijnlijk medestimulator van alle démarches teneinde haar keizerlijke vriend een ongestoord bezoek te geven) nog langer op zijn plaats is. Boven de partijen staan, betekent ook dat je extra rekening moet houden met de andersdenkenden. Dat heeft bijna geheel ontbroken de afgelopen maanden, een geregisseerde theevisite ten spijt, waar dus geen tegenstanders van 'Het Bezoek' waren ontboden.

Dat geldt in eenzelfde mate voor de Regering, die zich beroept op een zwijgende meerderheid die het met haar eens is en voor verschillende vertegenwoordigers van de Indische gemeenschap, zoals hierboven wordt gemeld.

We leven in een democratie, waar je door gedrag en uitlatingen kunt tonen waar je staat. De Dronken Dalang meent in een van zijn heldere momenten dat ook praktisch getoond kan worden wat je van het hele gedoe de laatste maanden vindt. 

WEGBLIJVEN!
Dat kan door de Stichting 15 augustus-herdenking massaal te boycotten, er zijn uit die hoek geen stemmen geweest die het gedrag van hun voorzitter desavoueren. Omdat de herdenking dit jaar een elfde lustrum betekent, is bovendien al uitgelekt dat een 'feesttent' wordt geplaatst en dat de Koningin zal verschijnen, plus natuurlijk haar zetbaas Wim Kok. Er wordt al gesteggeld wie wél en wie niét in de tent mag!

Dalang Mabuk gaat niet naar die herdenking, maar roept bovendien iedereen op dat voorbeeld te volgen en het inschrijfgeld eventueel terug te vragen. Men kan die herdenking ook in eigen kring of bij een plaatselijk monument beleven. Daarmee maak je het de St. 15 augustus-herdenking ook makkelijker hun invités te selecteren op rang en stand. Het Schorremorrie kan dan achter de dranghekken blijven.

Gampang, of niet?