'Herinneringscentrum geeft Indische
Nederlanders een eigen plek'
Oftewel: een zuur stukje over ongevraagde fooien.
Het is opvallend stil geworden rond bovenstaande titel van een artikel, dat is gepubliceerd in VWS bulletin, (nummer 13) van 27 augustus 1998. Het stuk was allang bekend, maar we dachten toch maar eens af te wachten hoe de 'Indische gemeenschap' op zou reageren, helaas, het bleef stil:
"Tijdens de viering van de bevrijding van Nederlands-Indi‰ op 15 augustus liet minister Borst bekendmaken, dat zij een subsidie van vijf miljoen gulden verstrekt voor de oprichting van een Indisch herinneringscentrum. Het is de bedoeling dat de Stichting Indisch Herinneringscentrum het geld gebruikt voor de aankoop van een pand in de nabijheid van het Indisch Monument in Den Haag. Het herinneringscentrum zal dienen als bezinningsplaats voor mensen die de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indi‰ meemaakten en als educatief centrum".
Het artikel begint met deze alinea, waar je
meteen een paar vraagtekens bij kunt zetten. Zoals: hoe komt het ministerie
erbij, bij wie is de vraag of de behoefte aan zo'n centrum nagetrokken?
Bij mijn weten, niet bij "ons", ik bedoel de Indische gemeenschap. Mij
althans is daarvan niets bekend, maar ik verneem graag een andersluidend
bericht.
Het kan zijn dat het ministerie gebabbeld heeft met wat rondreizende bobo's en organisaties zonder gecontroleerde ruggespraak met een achterban. Maar dat betekent nog niet dat de Indische gemeenschap een keuze is voorgelegd in de vorm van alternatieven, die voortkomen uit gerichte raadpleging en inventarisatie bij deze zelfde groep.
Kijk eens, op zich is het beschikbaar stellen van
een fooi van vijf miljoen voor zeshonderdduizend Indische mensen (want die
pretentie krijgt het IHC, blijkens het persbericht) een investering van nog geen
tien gulden per persoon. Edoch, het Moluks Historisch Museum heeft het veelvoud
gekost, maar komt uiteindelijk vooral ten goede aan een kleinere groep.
Mogen we soms niet in die zin redeneren, het is hier toch een koopmansland?
Ach, zal men zeggen en het staat ook in dit
bericht:
"Een Indisch herinneringscentrum in de buurt van het Monument zal
aansluiten bij de spontaan gegroeide functie van gedenkplaats, en kan tevens de
toeloop van belangstellenden kanaliseren', vertelt Edy Seriese, projectleider
bij de Stichting Indisch Herinneringscentrum. De stichting is voortgekomen uit
het Indisch Platform, het rechtstreekse overlegorgaan tussen uiteenlopende
Indische organisaties en de Nederlandse regering. 'Een contemplatieruimte zal
gelegenheid bieden tot bezinning en in een speciale presentatieruimte zal
aandacht worden besteed aan voorlichting.' Nu zijn bezoekers van het Monument om
wat na te praten of even te zitten nog aangewezen op een nabijgelegen
hotel'."
Ook hier weer een paar uit de lucht vallende
kreten, waarop minstens zoveel vragen moeten worden gesteld:
Hoe stelt men zich dat voor 'de toeloop [...] kanaliseren'? Een paar duizend man
van het monument naar het gebouw van IHC? Hoe rijmt dat met de ruimte binnen het
gekochte pand. Als zestig mensen daar elkaar willen ontmoeten, heb je al
ongeveer hondervijftig vierkante meter nodig.
Hoe komt het toch dat de Stichting IHC is voortgekomen uit het Indisch Platform en dat we dat niet weten? Heeft dat Indisch Platform, of hebben de 'uiteenlopende Indische organisaties en de Nederlandse regering' dat ooit uitgelegd aan de Indische achterban, laat staan gevraagd naar haar oordeel? (Wie van de doorsnee leden uit de Indische gemeenschap kan bijvoorbeeld drie aangesloten organisaties bij het Indisch Platform oplepelen?)
Hoewel je begrip kunt hebben voor de neiging om democratische verworvenheden en principes ietwat te omspelen, omdat het maar tijd kost en weldra de eerste generatie toch in het graf ligt, valt dit niet goed te verteren. Waarom die contemplatieruimte - modieus verschijnsel dat je steeds meer in b.v. ziekenhuizen en aanverwante instellingen terugvindt - gekozen is als zinvolle oplossing voor de besteding van de eerder genoemde fooi, blijft daarom duister. Ik kan het verkeerd zien, maar wie legt dat uit?
Bij de volgende zinnen van het artikel gaan je tenen helemaal krom staan, door de oudbakken stoplappen die gebruikt worden:
"Bij de eerste klanken van het lied "Manise, manise" beginnen de aanwezigen in de Prins Willem-Alexanderzaal van het Haags Congrescentrum spontaan te applaudisseren. Hier en daar zingen of neuri‰n mensen zachtjes mee met de wat exotische melodie, die vrolijk maar tegelijkertijd weemoedig in de oren klinkt. Heimwee naar Indi‰ is hier voelbaar, in deze ruimte vol gedeeld Aziatisch verleden dat abrupt ten einde kwam bij de Japanse capitulatie op vijftien augustus 1945. Op deze dag precies drie‰nvijftig jaar geleden".
Waar we nu duidelijk in een periode liggen dat opeenvolgende generaties moeite hebben elkaars standpunten te delen, of te begrijpen en aan te voelen, lijkt deze tekst regelrecht geschreven op het sentiment van nostalgische gevoelens. (Voor de goede orde: aan die gevoelens mankeert op zich niets, wel aan de suggestie dat die een wijder blik op de toekomst zouden kunnen geven, dan alleen verwijzing naar de tijd die goed was en nooit weerkeert.) Maar ook dat kan ik verkeerd waarnemen en je bent nooit te oud.........
Misschien dat een volgende alinea uitkomst biedt:
Concrete plannen voor een herinneringscentrum ontstonden naar aanleiding van
kamervragen in december 1996 over het opvallend ontbreken van een dergelijk
centrum. Erkenning voor de problematiek van de ruim 440.000 Indische
Nederlanders die ten tijde van de onafhankelijkheid van Indonesi‰ na de
bevrijding van de Japanners gedwongen waren het land te verlaten, is slechts
langzaam op gang gekomen. Vergeleken met de Europese oorlogsslachtoffers was er
zeker tijdens de eerste vijfentwintig jaar na de oorlog bitter weinig aandacht
voor Indische mensen in Nederland. Het regelen van zaken als oorlogspensioenen
en uitkeringen liet lang op zich wachten.
Ziet men niet in dat dit een 'chotspe' is? De sigaar uit eigen doos als tampon voor het bloeden?
Een voorwaarde die de minister stelt voor de subsidi‰ring van het herinneringscentrum is, dat de Stichting Herinneringscentrum nog dit jaar een investeringsplan indient voor de bouwkundige aanpassingen van de behuizing, de inrichting en de educatieve opzet van het centrum. Ook moet de stichting aangeven hoe zij de exploitatie van het herinneringscentrum denkt te financieren. Al eerder beloofde minister Borst hiertoe een jaarlijkse bijdrage van vijf ton.
Hoe zit het daarmee? Er noest dus een investeringsplan etc in 1998 bij de minister liggen, heeft iemand van de Indische gemeenschap iets van zo'n plan vernomen, of blauwdrukken gezien, of vragen gehad welke invulling 'zinvol' zou zijn? Die bijdrage van vijf ton per jaar is dus nog geen gulden per persoon van de Indische groep. De juffrouw met het schoteltje kijkt tegenwoordig zuur als je die munt neerlegt.
Seriese schreef het plan "Link naar de toekomst", waarin zij ondermeer de noodzaak aangeeft van het herinneringscentrum voor de Indische overlevering. 'Indische mensen missen een plek voor zichzelf, waar hun specifieke, niet Europese oorlogservaringen voelbaar en aanschouwelijk worden gemaakt. Een plaats die hun herinnert aan de tijd van toen en hoe het was in Indi‰, zoals dat bijvoorbeeld bij Westerbork en kamp Vught ook het geval is voor mensen die in Europa in concentratiekampen hebben gezeten', aldus Seriese.
Laat mevrouw Seriese voor zichzelf spreken wat
betreft die 'Link naar de toekomst'; ik wil bijvoorbeeld helemaal niet dat mijn
specifieke en niet-europese oorlogservaringen voelbaar en aanschouwelijk worden
gemaakt op een plek die referenties heeft met plaatsen als Westerbork en Vught
en Duitse concentatiekampen.
Om het nog duidelijker te stellen: ik zou dat ook niet voor mijn kinderen, die
nu rond de dertig zijn, wensen.
Wat dan wel? Nou, daar heb ik - hebben velen van mijn generatie - andere idee‰n
over: never asked for.
Moeten we daar zo zuur over doen? Ja, hier ligt
een gemiste kans, die aan de jongere generaties geboden had kunnen worden en een
werkelijke link naar de toekomst zou betekenen. Dat is de vraag naar
samensmelting van culturen binnen Europa, waaronder de Indische en de verdere
ontwikkeling op b.v. terreinen van kunsten en cultuur.
Waarom is niet gekozen voor een centrum dat zich daar onderzoekend en vooral
stimulerend mee bezighoudt? Wil men iets overhouden van de eigen culturele
waarden, dan zal het uiteindelijk daarvan moeten komen: meegroeiend met de
melting pot hier en niet vijftienduizend kilometer hiervandaan.
NB: De letterlijke citaten komen uit het artikel van het ministerie VWS.