EXCUUS VRAAG EN AANBOD, de droevige geschiedenis van Rolf Breier Toen hij bijkwam, na zijn hersenbloeding in 1996, openbaarden zich bij Rolf Breier spraakproblemen. Hij kon de woorden niet vinden om te zeggen wat hij wilde. Hij moest, 72 jaar oud, spraakklessen krijgen. Het ongeluk overkwam hem in zijn woonplaats, Kiel, in Noord-Duitsland. Dat leverde voor de Duitstalige spraaklerares een moeilijkheid op. Want, toen hij terugkeerde in het land der levenden, sprak Rolf alleen maar Nederlands, zijn moedertaal. Rolf is een in Duitsland woonachtige Nederlander. Nederlander was hij en is hij. Zijn in Tsjechië geboren Oostenrijkse vader had zich in Nederlands-Indië tot Nederlander laten naturaliseren. Werd vader Breier daarom met zijn beide zonen, Harald en Rolf, in Semarang opgepakt en geïnterneerd, na de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940? Samen met NSBers en hen die als zodanig werden aangemerkt. Niet samen met de Duitsers. Op het eiland Onrust en in Ngawi (Midden Java) werden ze gevangen gehouden, de NSBers en ook een aantal mensen die gemakshalve, maar ten onrechte, zo werden genoemd. Wie dat waren? We weten het precies. In De Java-Bode van 8 juli 1941 werd een complete lijst gepubliceerd, onder de kop AAN DEN SCHANDPAAL! Keurig alfabetisch, genummerd, met naam en voornamen. Voedsel voor het gesundes Volksempfinden van die dagen. Drie Breiers stonden op die lijst. Niet dat vader NSBer was. Zijn zonen, jongens van 16 en 17 jaar oud, evenmin. Maar de brieven die uit Wenen bij de Breiers in Indië arriveerden waren sinds 1938 beplakt met postzegels met een onsympathieke beeltenis, Hitler. En in de Oostenrijkse club, die vader Breier nog wel bezocht, stond sinds de Anschluss, in plaats van een piek, een vlaggetje met een swastika op de kerstboom. Zouden zulke dingen de politieke inlichtingendienst ter plaatse tot vergaande conclusies hebben verleid? Toen Rolf Breier in 1940 werd opgepakt, was hij leerling van de HBS in Semarang. Nog steeds betaalt hij zijn donaties aan de zeer actieve reünistenvereniging van die school, maar hij komt er niet toe om de halfjaarlijkse, goed georganiseerde, gezellige, hartverwarmende, bijeenkomsten van die vereniging te bezoeken. Hij heeft zijn studie aan de HBS van Semarang niet kunnen afmaken; deze scholier werd, volkomen onschuldig, in kamp Ngawi ingesloten en later gezet op het schip de Tjisedane, samen met ruim 160 andere geïnterneerden. Het schip vervoerde deze zogenaamde 'onverzoenlijken' naar Suriname. Om ze vast te houden in een concentratiekamp aan de oever van de Surinamerivier op het terrein van een voormalige plantage, de Jodensavanne. De boottocht van Soerabaja naar Paramaribo vond in oorlogstijd plaats. De kapitein van de Tjisedane had een instructie meegekregen: bij een vijandelijke aanval konden de bemanning, de passagiers en de bewakers van de gevangenen het schip verlaten. De geïnterneerden niet. Een vergelijkbare instructie gold later ook voor de Van Imhoff, het schip dat Duitse geïnterneerden vervoerde en door een Japanse bommenwerper tot zinken werd gebracht. De meeste Duitse geïnterneerden zijn toen verdronken. Onder hen de schilder Walter Spies. Er zijn mededelingen dat in het onderschip van de Tjisedane torpedokoppen klaar lagen om tot ontploffing te kunnen worden gebracht als het schip door bemanning, bewaking en passagiers zou zijn verlaten, en alleen de geïnterneerden nog aan boord waren. Wie deze instructie heeft gegeven is onbekend. In het Nederlandse concentratiekamp in Suriname verbleef Rolf Breier tot zijn vrijlating in juli 1946. Tot een jaar na het einde van de tweede wereldoorlog zijn de geïnterneerden vast gehouden. Zonder verhoor, zonder verklaring, zonder excuses. Met zijn lotgenoten werd hij op de boot naar Nederland gebracht. Pas anderhalve maand tevoren had de Interneringsdienst het Surinaamse Rode Kruis 'een lijst van geïnterneerde NSBers' gezonden, zodat de moeder van Rolf een jaar na het einde van de oorlog vernemen kon dat haar man en zonen nog in leven waren. Ook de familie van de andere geïnterneerden waren zes jaar lang ongeïnformeerd gebleven. Briefwisseling tussen geïnterneerden en familie was er niet geweest. De gevangenen van de Jodensavanne hebben dwangarbeid verricht. Sommigen zijn gemarteld. Twee hunner zijn door bewakende Nederlandse mariniers 'op de vlucht' doodgeschoten. Rolf Breier heeft in de Jodensavanne vriendschap gesloten met een mede-geïnterneerde, Ernest François Eugène Douwes Dekker, achterneef van Multatuli. Ook al geen NSBer, maar iemand die voor Indonesisch nationalisme had gekozen en, net als een aantal andere nationalisten, sympathie koesterde voor de Aziatische grootmacht Japan. Hij had de leus 'Indië los van Holland' al in 1912 gelanceerd. Deze Ernst Douwes Dekker wist in 1946 vanuit Nederland naar Indonesië te komen, waar hij nog één maal in Nederlandse gevangenschap zou raken alvorens in 1950 te sterven. Hij nam de naam Danudirdja Setyabuddhi aan; onder die naam wordt hij in het Indonesië van nu geëerd als een officieel erkende held van de onafhankelijkheidsstrijd. Rolf heeft zijn herinneringen aan Douwes Dekker bewaard en genoteerd. Ze gaan deel uitmaken van een nog te maken boek. Er komen tekeningen bij, want Rolf heeft op de Tjisedane en in de Jodensavanne tekeningen gemaakt, die bewaard zijn gebleven. Hij heeft zij tekentalent ontwikkeld, nog op advies van Walter Spies, in dagen van vóór de internering en de ondergang van de Van Imhoff. Hij heeft lessen gevolgd in Amsterdam, Parijs, Venetië, Wenen. Hij maakt schilderijen waarop werkelijkheid zich vermengt met fantasie en waarop gevonden voorwerpen hun plaats krijgen. Daar zijn voorwerpen uit de Surinaamse gevangenis bij. Interessant detail: de nu 75-jarige Rolf Breier krijgt een maandelijkse AOW-uitkering van f 62,-. Toen ik bij de SVB eens informeerde hoe dat zat, is me uitgelegd dat het bedrag is vastgesteld op grond van de twee jaar die hij sinds 1957 in Nederland woonachtig is geweest. Voor elk doorgebracht jaar twee procent van het totaal. Zo is de wet. Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat ik aan Rolf denken moest toen ik laatst iemand weer eens hoorde claimen dat Japan excuses aan dient te bieden voor het leed dat zij, vooral in de kampen, in Nederlands-Indië onschuldige mensen, onze landgenoten, hebben aangedaan. Ook in de ziel van Rolf Breier zitten de diepe wonden van ondergane vernedering en aangedaan onrecht. Zes jaar van zijn leven zijn hem afgepakt. Door zijn landgenoten. Ook zonder enig excuus. Voor excuus is het nooit te laat. De Britse regering heeft in juli 1998 excuus aangeboden voor de executie van deserteurs tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Om excuus kun je vragen. Je kunt het ook aanbieden. Voor ons land zie ik verschillende mogelijkheden. Excuus aan hen die we ooit eeuwenlang koloniseerden. Aan de nazaten van vervoerde slaven. Aan de vrouwen van Srebrenica. En aan Rolf Breier en zijn lotgenoten. Als we zo'n voorbeeld eens zouden geven ... Wie weet bezoekt ons dan ooit een Japanse keizer, die het gebaar van Willy Brandt in Warschau imiteert. Een mooi visioen!
|