Indo's in Indonesië III Opgetekend in 1995 door Emma de Bruin Kops Tommy Hadiah Tommy Hadiah werd vlak voor de Tweede Wereldoorlog geboren. Hij woont nu met zijn gezin in een mooi huis aan de rand Bogor (West-Java). Zijn beroep is musicus en hij treedt nog regelmatig op bij officiële gelegenheden. In 1960, ik moet toen een jaar of 20 geweest zijn, besloten mijn ouders naar Nederland te gaan. Mijn vader zei: "Ga jij ook maar wat urusen (regelen), want het is beter dat je met ons meegaat". Daar was ik het wel mee eens. Politiek rommelede het toen in Indonesië geweldig door al dat gedoe met Nieuw Guinea. We zaten midden in de Orde Lama-tijd. De tijd van Soekarno. De toestand was belabberd en het zag er ook niet naar uit dat daar spoedig verbetering in zou komen. Zeker niet voor iemand zoals ik met een donkere huid en een Hollandse naam. Bovendien was mijn hart vol van Nederland. Ik had daar veel vrienden; Indische jongens maar ook totoks. Ik had op een Hollandse school gezeten. Daar had ik aardrijkskunde gehad en veel over vaderlandse geschiedenis geleerd. Ik wist al een heleboel over dat land. Dus ging ik maar wat regelen. Dat was natuurlijk niet allemaal direct voor elkaar. Dat duurde wel evenetjes. Juist in die tijd werd ik door de Indonesische regering gevraagd naar Europa te gaan. Samen met anderen zou ik Indonesië moeten vertegenwoordigen op een culturele manifestatie. Daarvoor kreeg ik een Indoneeisch paspoort. Dat kon niet anders, dat begreep ik ook wel. Precies één dag nadat ik dat paspoort gekregen had kwam er een bericht dat ik mijn visum voor Nederland kon komen afhalen. Net te laat dus. Ik wist niet wat ik doen moest. Het was echt verschrikkelijk moeilijk om te beslissen. Dat visum lag voor het grijpen en zou zo kunnen vertrekken. Aan de andere kant was het toch ook een eer om met dat Indonesische team mee te gaan. We konden allemaal goed met elkaar opschieten en ik had er erg naar toe geleefd. "Je moet doen wat je hart je zegt", zei iemand tegen mij. Ja, eigenlijk wist ik al wat mijn hart zei: hier blijven, hier hoor je thuis. Dat is gek hoor, eerst weet je heel zeker dat je naar Nederland wilt, dat je liefst zo snel mogelijk weg wilt uit die beroerde toestand en dan merk je ineens dat je toch anders bent gaan denken. De Nederlandse consul kwam naar mij toen en vroeg: "Hoe is het Tom. ga je nog naar Holland?". "Ik weet het niet, meneer", zei ik , "mijn situatier is wat beter geworden, misschien blijf ik dus eerst maar even hier". De consul zei: "Okay, it is up to you, maar als je van gedachten verandert zijn wij nog steeds bereid je naar Nederland te laten gaan". Zonder dat ik er om gevraagd had kreeg ik na ongeveer een half jaar weer een briefje of ik niet naar Holland wilde. Maar intussen was er voor mij een heleboel veranderd. Ook had ik Enny leren kennen. Ik wist zeker dat ik hier zou willen blijven. In 1962, toen ik in Europa was, ben ik even in Nederland geweest. Mijn ouders woonden daar toen al samen met mijn broer en zusje. In zo'n klein pensionnetje zaten ze. Zo klein dat ze er geen bezoek bij konden ontvangen. We hebben toen in het huis van een tante met elkaar gepraat. Mijn vader hoopte dat ik zou blijven, maar dat ging niet meer. Nederland was niet geschikt voor mij. Ik paste er niet. Dat land was voor de witte spitsneuzen. Bruine mensen met platte bruine neuzen hoorden er niet thuis. He is toch niet voor niets dat God mensen met een verschillend uiterlijk heeft geschapen? Ik zei: "Ik kan het echt niet, pappie, ik kan echt niet naar Holland emigreren". Hij was erg teleurgesteld, dat kun je wel begreijpen. Het was wel erg leuk om een tijdje in Nederland te zijn; om de dingen die ik vroeger geleerd had nu eens echt te zien. Toen moest ik ineens ook weer extra veel aan mijn schooltijd denken. Dat was een hele gezellige tijd. Mijn beste vriendje was Kees. Een echte totok. We deden alles samen. Samen naar de bioscoop en samen op de fiets naar de haven. Ze noemden ons de black-and-white-tweeling. Onafscheidelijk waren we. We hebben trouwens nog altijd contact. Als hij hier komt zegt hij: "Ik woon in Nederland en dat is goed, want ik ben Nederlander, maar mijn hart hoort nog altijd hier, dat kan ik niet meer veranderen". Hij is dus ook een beetje gespleten, net als ik. Ik ben Indonesiër en dat ben ik van harte, maar tegelijkertijd voel ik me nog heel Nederlands. Ik denk in een heleboel anders dan de mensen hier. Dat is natuurlijk logisch. Zo'n Europese opvoeding zet je niet zomaar opzij. Maar het maakt mij ook wel eens erg in de war. Dan voel ik mij echt iemand van twee werelden. Toen ik weer terug was in Indonesië wilde Enny en ik gaan trouwen, maar haar ouders waren het daar niet mee eens. Zij wilde dat hun dochter met een Indonesiër trouwde. Niet met zo'n halfbloed, die ook nog eens geen islamiet was. Een oom van Enny hoorde van de moeilkijkheden. Deze oom was een kyai, een islamgeleerde en ook een hele wijze man. Hij zei aan Enny's moeder, dat je verliefsheid nu eenmaal niet kon tegen houden en dat ik een goede jongen was. Er moest helemaal geen bezwaar zijn tegen een huwelijk. Toen vonden mijn ouders het goed en mocht hij ons trouwen. Maar voor het zover was moest ik mijn naam veranderen. Dat was beter, vond hij. Hij schreef een paar namen op stukjes papier en deed die in een glas. Drie keer moest ik een papiertje pakken en alle drie de keren las ik dezelfde naam. Dat was dus wel duidelijk, die naam moest het worden. Die naam gebruik ik nu nog, maar wel met mijn Hollandse er achteraan geplakt. Die oom had mij gezegd dat ik dat doen moest. Ik ben islamiet geworden en ik probeer daar naar te leven. Dat lukt niet altijd zo goed. Enny lukt dat wel. Die is diep gelovig en dat vind ik geweldig. Ik ben natuurlijk niet zomaar naar de islam overgestapt. Daar heb ik heel goed over nagedacht. Het had altijd al wel aantrekkingskracht voor mij. Ik voel me er meer bij thuis dan bij het christendom. Ik zit wel eens te mijmeren. Hoe zou mijn leven er uit gezien hebben als ik toen wel naar Holland gegaan was? Misschien was het mij net zo goed gegaan. maar misschien had ik altijd heimwee naar hier gehouden en dan zou ik altijd mijn puser (placenta) horen roepen: ik ben hier, hier ben ik begraven en daarom hoor jij ook hier te zijn. En zo is het ook. Mijn puser ligt hier begraven en dus ben ik verbonden met deze grond. Vooral de laatste tijd voel ik dat steeds duidelijker. Wat er ook gebeurt, het is mijn land en het blijft mijn land. Het land waar ik van houd. Een Engelsman heeft eens gezegd: "Right or wrong, it is my country" en zo voel ik het ook. Precies zo.
|