Indische mensen verneukt?
Na de commotie rond afkoopsommen aan Joodse en Sinti-Roma gemeenschappen, is nu blijkbaar de grootse groep van buitenaf komende Nederlanders die onder de laatste Wereldoorlog en nasleep ervan leden, aan de beurt.
Niet voor niets haalt die kwestie nu de krantenpagina's. Aanleiding een Japans keizerlijk bezoek aan Nederland, i.v.m. vierhonderd jaar 'vriendschappelijke' handelsbetrekkingen. Zo toert het Concertgebouworkest in dat kader door Japan.
De gesprekken tussen de Indische groep en het Kabinet worden gevoerd door het z.g. Indisch Platform, een zootje ongeregeld van zestien organisaties met al-dan-niet een achterban van hoog slachtoffer gehalte.
Over de gesprekken en procedures wordt stiekem gedaan, het is bijvoorbeeld niet goed mogelijk de namen van de zestien organisaties te weten te komen, laat staan wat hun betrokkenheid is en hoe het reilen en zeilen van het Indisch Platform naar de achterban wordt doorgespeeld.
Een paar dagen voordat premier Kok naar Nippon vertrekt, is er - volstrekt onbekend bij de Indische groep, laat staan dat men vooraf op de hoogte werd gesteld van de punten van bespreking - een gesprek geweest tussen Indisch Platform en het Kabinet.
Op eenzelfde manier werd twee jaar geleden 'opeens' vijf miljoen subsidie - aangevuld met een half miljoen per jaar structureel van mevrouw Borst - gegeven aan het Indisch Herinnerings Centrum (Indisch Huis in den Haag). Ook op instigatie van het Indisch Platform. Na een jaar blijkt uit een gehouden enquete dat bijna driekwart procent van de Indische mensen de besteding helemaal niet ziet zitten. Liever wenste men het geld besteed aan b.v. Indische bejaardenzorg. Terwijl een weldenkend mens waarschijnlijk zal zeggen dat die zorg uit de algemene middelen dient te komen: b.v. vanwege de extra zorg die mensen toekomt, wanneer ze dementerend terugvallen in de taal van hun jeugd, waar de verzorgers onvoldoende mee kunnen.