Het Westerse muziekleven in Indonesië na de oorlog, deel II
De Bond van Kunstkringen, met zijn rijke
vooroorlogs verleden, toen zo veel artiesten Indi‰ bezochten, nam de draad
weerop in '48 en verzorgde weer talrijke tournee's door de archipel. Om een paar
grote namen te noemen: Gieseking, Siki, Kentner, Bogtmans, Bruins, Frid, Rampal,
Bobesco-GentyRicci, Presti-Lagoya, K”ckert- en La Salle strijkkwartetten.
In 1955 waren er 299 uitvoeringen en in '56, toen de Kring 40 jaar bestond 375 !
Peter Pears en Benjamin Britten oogstten toen veel succes en lieten zich ook
inspireren door de Balinese gamelan muziek. Een gratis verblijf op Bali besloot
de meeste concertreizen! Door de politieke ontwikkelingen kwam in 1957 aan dit
alles, ondanks de toenemende Indonesische belangstelling, een einde.
Een andere instelling de Stichting Culturele Samenwerking (STICUSA) vestigde
zich ook in Jakarta en probeerde de Westerse cultuur aan te moedigen door o.a.
het sturen van bladmuziek, het verzorgen van lezingen, het verlenen van
studiebeurzen en het organiseren van concerten. De leiding kwam uiteindelijk tot
het besef dat de samenwerking eenzijdig werkte en moest, na stopzetting van de
Nederlandse subsidie, de kantoren sluiten.
In1947 voelde men in Jakarta de behoefte aan een echt symfonie-orkest en na
audities ondstond er, na overkomst van veertig musici, onder leiding van
dirigentYvon Baarspul een hecht ensemble, dat zich vestigde in het radiocomplex
aan het Merdeka plein. Het eerste concert vond plaats in augustus '48. Men begon
te werken aan een uitgebreid repertoire en al gauw kwamen er
abonnementsconcerten, die werden gegeven in de Garden Hall, de Schouwburg, de
Willemskerk en de Portugese Buitenkerk. Met bekende solisten werden zelfs grote
werken uitgevoerd met een gemengd koor, zoals het Requiem van Mozart en de
negende Symfonie van Beethoven. Zelfs de 4e van Bruckner en de 5e en 6e van
Tsjaikowsky werden vertolkt.
Het orkest ging op tournee per schip (Ophir) naar steden als Semarang,
Soerabaya, Makassar en Den Pasar. Singapore, waar het succes overweldigend was,
werd aangevlogen. De "Radio in overgangstijd" zond veel concerten uit,
zodat ook de buitengewesten meeprofiteerden. Na het aflopen van het tweejarig
contract keerden veel musici terug naar Nederland.
Depianist/dirigent Henk te Strake wist met de achterblijvers en enige
Oost-Europese musici een kleiner, doch voortreffelijk radio-orkest samen te
stellen, dat echter eind 1953 ophield te bestaan. Het Erasmushuis, nauw
verbonden aan de Nederlandse Ambassade, nam in 1966 de fakkel over en nodigde
vooral Nederlandse musici uit voor concerten in Indonesi‰. Er kwamen z .g.
master-classes maar ook werden docenten voor langere tijd uitgeleend aan
Universiteiten of muziekscholen.
In het nieuwe gebouw op Kuningan beschikt men over een modern auditorium (320
stoelen) met een goede acoustiek. Ook het Goethe-instituut maak geregeld gebruik
van deze zaal. Direkteuren :Vinkenborg, Strumphler, Verstrijden, Roos, Korthals
Altes tot '98, thans Mevr.Drs G.Wolters. Het Erasmushuis verzorgt
zelfstandig tournees door heel Indonesi‰ van uitgezonden musici.
Het Erasmus Huis heeft een site op internet: http://www.neth-embassy-jakarta.org/