De Geschiedenisdagen van de KNHG (Kon.Ned.Historisch Genootsch.) zijn bedoeld om een groter publiek dan alleen geschiedkundigen in contact te brengen met het vak geschiedschrijving. Daartoe wordt een groot afwisselend programma aangeboden dat de historie van verschillende kanten bekijkt. Daar is niets op tegen, integendeel. De laatste geschiedenisdagen (17en18 november) zijn in tweeën gedeeld: de eerste dag blijft in de eerste plaats gericht op vakhistorici, de tweede heeft de bedoeling een meer algemeen publiek te lokken. Het zou dus volstaan te melden dat ditmaal 'Nederland in de koloniën - De koloniën in Nederland' aan de beurt is, parallel aan het thema voor de schoolexamens van het lopende schooljaar.
Een bezoek op de tweede dag leert Dalang Mabuk een aantal zaken die vooral zelfbevestigend zijn. Omdat de fysieke beperking verhoedt dat de bezoeker alles meemaakt - er zijn liefst vijf parallelprogramma's met workshops en gespecialiseerde voordrachten -, ligt het voor de hand de meer 'algemene' onderwerpen te kiezen. Allereerst: het programma is een typisch voorbeeld van kool en geit sparen, met de gedachte dat als je iedereen uitnodigt vanzelf de scherpe kanten wegslijpt. Zo bijvoorbeeld de Indonesische minister van onderwijs Jahja Muhaimin, die oeverloos kan doorgaan met het uiten van loze slogans en kwesties (mensenrechten) risicoloos aansnijdt zonder meningen te geven. Een genante zaak dus, geen van de geleerde en hooggeleerde aanwezigen durft hem tegen te spreken: een reisje naar Jakarta is immers zo verspeeld. Maar dat geldt voor meer programma-onderdelen.
Het eerste onderdeel waarnaar je kon uitkijken, gold 'De koloniale ervaring; de literatuur en de geschiedenis', met twee referenten Marion Bloem en Frans Lopulalan, o.l.v. Wim Willems. De derde spreker, Astrid Roemer had afgezegd i.v.m. de dood van collega Edgar Cairo, ze werd vervangen door Frans Martinus Arion. Wat al gauw bewaarheid werd, kon je voorspellen. Twee volmaakt lege doppen bevolkten met hun gesjirp, gekwaak, aandachttrekkerij het podium en maakten van de discussie een farce. Misschien was het bedoeld als egotrip, maar daar kon het publiek niet wijzer van worden. Arion was de enige die met 'n afgewogen oordeel op de identiteit van zijn schrijverschap inging, binnen de context van de Antillaanse cultuur en als exponent van zuid-amerikaanse en caraibische invloeden. Je kunt natuurlijk wel beweren dat er geen goede Nederlandse schrijvers zijn en vervolgens kwaadheid suggereren als de mate van eigen geslaagdheid als Indo-schrijver wordt gerelateerd aan de groep waar je uit voorkomt (Bloem). Maar dat betekent nog niet dat je schrijverij, losgemaakt van die band met je achtergrond, iets voorstelt in universele zin. Groot misverstand: Bloem (te krappe jas-aan, jas-uit, 'mengibas rambut panjang', 'kiang-kiut'de voorzitter in de rede vallen) wil 'gewoon' als schrijver beoordeeld en gewaardeerd worden, zonder haar Indo-achtergrond. Wat blijkt uit de feiten? Ze schrijft eerst een paar onopgemerkte boeken die niets te maken hebben met die culturele achtergrond en dan, - min of meer contrecoeur - krijgt zij aandacht vanaf het ogenblik dat Indische zaken betrokken worden in haar werk als auteur en cineaste. Hetzelfde bij poseur eerste klas Lopulalan - dwars voor het publiek zittend, hoofd achterover gooien, spelen met waterglas, voorzitter schofferen omdat de poseur niet kan aangeven waarom Nescio zijn grootste voorbeeld is -, na zijn mooie debuutnovelle intussen verworden tot een hoogst irritante postmoderne windbuil (luister ook naar zijn bijdrage aan de Teleac-serie over Indische schrijvers). Het blijft eeuwig zonde dat de organisatoren hebben gekozen voor deze twee forumzitters, in plaats van te zoeken naar weliswaar minder bekende, maar wél veel authentiekere auteurs uit de Molukse en Indische groep.
Een van de meest ergerlijke zaken deze tweede dag was wel dat de organisatie zo in elkaar stak dat nauwelijks publieke discussie mogelijk bleek. Dat gebeurde al in het forum over literatuur, maar zou zich over de hele dag uitstrekken. Ook dat was te wijten aan verkeerde instructies voor de voorzitters die de verschillende forumleden ongeremd hun oeverloze drab lieten spuien. Dat kwam schrijnend over in het debat onder de titel 'Het koloniaal verleden'. Hier zaten de zeer- en hooggeleerde dames en heren uit de mafia van historici, vertegenwoordigd in een halfzachte Utrechtse, een dominerende Leidse en een pragmatisch Rotterdamse clan, géén Amsterdammers. Wie? Wim van den Doel, Leiden - Susan Legêne, KIT - Elsbeth Locher-Scholten, Utrecht - Piet (bijgenaamd 'Slavenpiet') Emmer, Leiden - Henk Schulte Nordholt, Erasmus Univ. - Alex van Stipriaan, id - en Voorzitter Cees Fasseur, Leiden. Niet de minsten dus. Wat? Binnen een uur hielden de dames en heren hun voorgelezen ego-referaat, dat omwille van de discussie natuurlijk was toegespitst op kernpunten. Merkwaardig was al de introductie toen men zich naar voren drong om te verklaren dat er tóch wel een koloniaal Indisch streepje door hun eigen privégeschiedenis liep. De relevantie van deze verklaringen bleek daarna nergens. Na enig empathisch inzicht van de twee dames, kwamen de macho-kanonnen aan bot, elkaar verdringend met spitse formuleringen en simplificaties vanwege 'politieke correctheid' van een kwalijk allooi. Opvallend immers dat in dit forum geen enkele representant zat van de groepen mensen die aan den lijve - goedschiks of kwaadschiks - te maken hebben gehad met het Nederlands kolonialisme tóen en nú nog steeds voortdurend. Geen woord over de problemen in de Molukken, noch over Surinaamse toestanden. Zijn deze voorbeelden soms niet voortgebracht door het koloniale verleden? (NB: In een andere zaal stonden de relaties tot de Molukken wél centraal, nadeel van de simultaan lopende sessies) De verschillende 'perkaras' binnen de Indische gemeenschap versimpeld tot het werk van veteranen (Schulte Nordholt) en/of een hele kleine beperkte groep (id. Van den Doel). De ijdeltuiterigheid was niet van de lucht: Ik houd me eigenlijk bezig met het Indonesië van nú. Nou ja, tenslotte bleven vijf (!) minuten over voor reacties uit de zaal. Een deelnemer vroeg om de gedrukte teksten van de referaten, die later op internet zullen komen, de tweede (een Antillaanse hoofddocent aan de Leidse universiteit) verwoordde zijn indrukken als volgt. Hij richtte zich tot Piet Emmer, bekend door een boek over de slavernij, zich verbazend over het gebrek aan inbreng door de betrokken groepen en het gebrek aan invoelingsvermogen achter de tafel. Als volgt: 'U bent wel bekend als Slavenpiet, maar u ként het gevoel niet van Piet de Slaaf'. Op het moment dat er leven in de brouwerij kwam, werd de zitting gesloten.
Wat tenslotte het grote 'Dekolonisatiedebat' zou moeten worden, droeg alle negatieve kenmerken die boven al werden aangestipt. O.l.v. de witharig gepermanente Paul Scheffer draaiden de forumleden hun verlichte stukjes af: Jahja Muhaimin, Ernst Hirsch Ballin, Cees Fasseur, Hans Breeveld en Frans Martinus Arion. Het aangekondigde zestigerjaren boegbeeld Hans van Mierlo was er niet. De meest zinnige en beknopte uitspraken kwamen van de Surinaamse en Antillaanse deelnemers, de uitspraken van de politici konden niet anders zijn dan rechtvaardiging voor de door hen genomen in het dekolonisatieproces. Kortom een stierlijk vervelende, voorspelbare en nauwelijks bij de realiteit aansluitende 'discussie'.
Conclusie: Dalang Mabuk vraagt zich in gemoede af, wat nu b.v. de weerslag zal zijn van deze Geschiedenisdagen op de leerlingen die het speciale thema Indië/Indonesië voorgeschoteld krijgen. Als je de informatie uitsluitend via websites binnenhaalt dan leert de ervaring dat enige begeleiding door de betreffende docenten op z'n minst wenselijk is. Maar wat moet je nou met een houding, een attitude, van de vaklui die alles te maken heeft met prestiges en tegen elkaar opbieden door vakidioten? Zolang de feiten maar kloppen? Dat lijkt een kortzichtig standpunt, maar helaas was het gedeelte van de Geschiedenisdagen dat bezocht kon worden een ongewild voorbeeld hoe nuanceringen niet worden aangebracht, hoe vooroordelen alleen zijn vervangen door wat modieus 'politieke corerctheid' heet. NB: Met het vele sponsorgeld van deze dagen bleek het niet mogelijk om de toegang tot een voor de kleine boeng (waarom zou 'ie niet geinteresseerd zijn?) aanvaardbaar niveau te brengen. Nu was je aan entree en reiskosten gemiddeld meer dan honderd gulden kwijt! Je zult maar Piet de Slaaf zijn en dan niet eens koffie krijgen als je na een eind rijden aankomt.
Dalang Mabuk