Wat blijft over van het konijn?

Langzamerhand wordt één ding duidelijk: 350 miljoen smelt als sneeuw voor de zon. Werd tijdens de onderhandelingen tussen Indisch Platform en regering nog gesproken over honderdtienduizend gegadigden, bij de afsluiting van het 'akkoord' was het getal gestegen tot honderdveertigduizend. Nu, bij het moment waarop de adviescommissie Sari van Heemskerck met haar werk begint, wordt intern gefluisterd dat het honderdtachtigduizend (en nog meer indien de rechthebbende doelgroepen niet in de klauw worden gehouden) personen zullen worden. Een simpel rekensommetje toont aan dat de uitkering aan een Japanse vrije beursval is begonnen. Van drieënhalf mille per persoon, zal nu misschien zoveel resteren dat een retourtje economyclass naar Jakarta met enige moeite kan worden betaald.

Of dat voldoende is om het gemor van de Indische achterban te smoren, valt sterk te betwijfelen, zeker nu de argeloze Indo in het land beseft wat de verhouding is ten opzichte van uitkeringen voor Joden, Sinti en Roma. Die verhouding zal in zijn nadeel verkeren van één staat tot tien. Waarmee het door de regering en IP gestelde doel ruim overschreden wordt. De uitkering moet immers niet gezien worden als feitelijke compensatie, maar dient als 'Het Gebaar' teneinde voor het gevoel de bittere pil van gemankeerde opvang en aandacht voor de Indische mensen te vergulden. 
Nu zijn gevoelsmatige overwegingen in keiharde financiële onderhandelingen nooit de stevige basis om het met elkaar eens te worden. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de wijze waarop het IP de onderhandelingen heeft gevoerd.
Thans is duidelijk geworden dat gedurende deze rit meermalen om steekhoudende cijfers aan het IP is gevraagd. Toen die uitbleven kwam de merkwaardige overstap van individuele naar collectieve besteding van Het Gebaar, gevolgd door een schrikreactie waarbij het IP geconfronteerd wordt met stemmen uit het land, dat stelselmatig buiten de informatie en raadpleging werd gehouden. Verschillende critici - waaronder Dalang Mabuk - hebben bij herhaling op de foute koers gewezen, het voerde allemaal tot niets.

Vernederend

Is het wonder dat na de behandeling in de Tweede Kamer commissie, de Indisch groep nogeens extra de pin op de neus wordt gedrukt door de parlementariërs? In begeleidende brieven - volgend op enkele zedenpreken tijdens de behandeling - wordt zowel door de regering de 'geldigheid' van Het Gebaar terug verwezen naar de rol van het IP dat voor dezelfde regering als dé gesprekspartner wordt gezien. Punt uit!
Toch is het even vernederend om tijdens de nasleep van deze behandeling bijna niemand te horen die naar de consequenties van zulke verantwoordelijkheid informeert, of het IP huiswaarts stuurt. Integendeel er duiken vodjes papier op die zogenaamd gelden als aanmeldingsformulier voor de eventuele toekenning. Een van de deelnemende organisaties bij het IP doet gretig mee aan deze verwarring en Pelita komt pas na lang treuzelen met een verontschuldiging en rectificatie.

Stilzwijgen

Wederom hult de Indische achterban zich in stilzwijgen. Dat geeft de reactionair rechtse Nic van Rossum de kans uit te halen in een column (zie de link onder TELOR BUSUK). Van Rossum is oud-adjunct van Elsevier en bespreekt elke week financiële kwesties.

Het is opvallend hoe gedwee en kritiekloos de Indo's - dat door ons op het Prikbord werd gezet - reageren, deels zelfs in positieve zin.
Het is alsof niemand de beledigende en insinuerende anti-toon opmerkt die van het stuk afspat. De gebruikte gemeenplaatsen, zoals: 'Ze beheersten de Nederlandse taal perfect, waren gemiddeld hoger opgeleid dan de autochtone bevolking, gedroegen zich Aziatisch gelaten en gedwee, zetten hun krontjongmuziek niet te hard, zochten en vonden werk als ambtenaar bij overheid of sociale zekerheidsinstelling (zeg maar achter het loket in plaats van ervoor) criminaliteit was hen vreemd, ze vormden geen getto's, spraken hun temerige taaltje alleen onder elkaar en vermengden zich met de autochtonen.'

Telor Busuk

Men vulle zelf de gebruikte terminologie in m.b.t. bijvoorbeeld typeringen van joden en het scenario van een nieuwe film 'Jud Suss', is geboren. Nu onder de titel 'Indo Manis'.

Een van de redactieleden van BLIMBING drukte het kernachtig uit als volgt:
'Ik vind de hele toon van het stuk beledigend, nog afgezien van een aantal pertinente onjuistheden. Om er slechts één te noemen: vanaf 1957 zijn er volgens de officiële cijfers geen 150.000 maar rond de 60.000 spijtoptanten naar Nederland gekomen. Van Rossum profileert zichzelf in dit stuk als de verkeerde totok [...]. Deze man heeft de klok horen luiden en schrijft een in mijn ogen hooghartig stukje over een groep weerloze mensen, die op allerlei manieren door de Nederlandse overheid zijn verneukt. 
Van Rossum zou een vent zijn als hij het lef had net zo'n badinerend stukje te schrijven over onze joodse landgenoten. Die hadden hem dan al lang en terecht aangeklaagd. 
Walgelijk dus!