Ministerie draait kraan dicht bij het IHC
Uit een in de openbaarheid gekomen schrijven, (dd 13 april j.l.) van de Directie Verzetsdeelnemers, Vervolgden en Oorlogsgetroffenen (drs J.W. Brak) aan het bestuur van het Indisch Herinnerings Centrum 'Indisch Huis' blijkt dat het ministerie van VWS (mevr. Borst) niet op de hoogte was van de ontslagname van IP-secretaris Leo J. de Coninck. VWS moest dit uit verschillende publikaties vernemen.
NB: Zoals BLIMBING al eerder meldde, trad Leo de Coninck - die op Koninginnedag in Vlissingen een
Koninklijk lintje kreeg - af als secretaris van het Indisch Platform, maar bleef in functie bij het IHC.
Zelfs na telefoontjes met de voorzitter IHC, Ruud Boekholt, werd niet gerept over een zodanige bestuurscrisis, die zou leiden tot terbeschikkingstelling van de portefeuilles door alle bestuursleden. Noch werd de inschakeling van een formateur bij het nu demissionaire bestuur - mevrouw Sari van Heemskerck-Pillis Duvekot - bij VWS gemeld.
Het blijkt dat e.e.a. tot grote ontstemming aanleiding geeft bij het
ministerie:'Het had dan ook verwacht mogen worden dat u het ministerie tijdig
zou informeren over de diepgaande crisis die inmiddels in uw bestuur is
opgetreden'.
Het ministerie VWS heeft al enkele miljoenen in het 'Indisch Huis'-project
gestoken en draagt dus mede-verantwoordelijkheid voor het al-dan-niet slagen ervan. In de brief van VWS is
sprake van 'Dit vormt voor mij basis voor een ernstig verwijt'.
In niet mis te verstane ambtelijke bewoordingen wordt het bestuur van het IHC duidelijk gemaakt dat het geen nieuwe financiële verplichtingen mag aangaan, voordat de
problematische bestuursituatie is gesaneerd en in detail inzicht is gegeven in de hele financiële gang van zaken. Ook dient duidelijkheid te komen over eventuele nieuwe of herziene bouwkundige en organisatorische voornemens. De voorgenomen openingsdatum van 8 december a.s. dient aan dit alles ondergeschikt te zijn.
Het ministerie ziet met belangstelling een nader accountants-onderzoek tegemoet.
Nu is met dat onderzoek intussen ook iets aan de hand. De penningmeester van IHC had VWS om een
'onafhankelijk' onderzoek gevraagd (met waarnemers van VWS), omdat hij zich aangetast voelde in zijn goeie naam. VWS heeft de bal terug gespeeld, zeggend dat de verantwoordelijkheid voor de opdracht tot zo'n onderzoek bij het bestuur IHC ligt. Nu blijkt dat
'onafhankelijke' onderzoek opgedragen te zijn aan dezelfde firma - Blankenstein en Van Brenk - die al de jaarlijkse stichtingsfinanciën controleert. Formateur mevrouw Heemskerck had voor deze constructie gewaarschuwd.
Binnen het IHC-bestuur leidde dit intussen tot tweespalt, waarbij de meerderheid besloot om de kosten van het accountants-onderzoek af te wentelen op secretaris De Coninck en penningmeester Meyer.
Als gevolg van dit alles komt het Indisch Huis vanwege de lopende financiële verplichtingen in de knel. Kort gezegd: tot september 2000 zal ongeveer 2,5 miljoen nodig zijn o.m. vanwege de aanbesteding. De voorzitter heeft voordat hij naar Japan vertrok opdracht gegeven eventueel een lening te sluiten met de villa van het Indisch Huis als onderpand. Dat zou nodig zijn ter overbrugging omdat van VWS geen voorschot meer valt te verwachten. Binnen het demissionaire bestuur is nu onenigheid vanwege de persoonlijke aansprakelijkheid in geval van een lening. Hoe dan ook de situatie is thans dat de bouw - ongeacht de status van het bestuur - gewoon doorgaat. Zelfs nu blijkt dat de uitgezochte aannemer met een begroting komt die ruim driekwart meer bedraagt dan de oorspronkelijke raming van het IHC.
Dalang Mabuk wees al eerder op de slechtste keuze uit de drie opties welke waren geformuleerd door het organisatiebureau Swilion, die het IHC doorlichtte, waarbij het zittende bestuur blijft zitten, terwijl het allang duidelijk is dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken en het alleszins geboden is de meest radicale optie te volgen. Het hele bestuur zou dan aftreden en worden vervangen door een nieuw bestuur.
In het laatste geval zou een externe adviseur het bestuur begeleiden bij de wijziging van de bestuurs-samenstelling en het formeren van een financiële commissie. Zo zou het denkbaar zijn een interim-bestuur de lopende zaken te laten afdoen, terwijl een nieuw bestuur wordt aangezocht.
Voordelen zouden zijn:
- De thans verziekte interne bestuursproblematiek wordt radicaal opgelost
- Jongere mensen krijgen de ruimte om de doelstellingen te realiseren
- De eenzijdige leeftijdsopbouw wordt doorbroken.
Men kan met enige spanning de eerstvolgende bestuursvergadering van het IHC op de
dag van de arbeid, tegemoetzien. Waarschijnlijk kan men na afloop het Weens
Congres citeren: 'de heren dronken een glas, de heren deden een plas en alles
bleef zoals het was'.
- Dalang Mabuk