|
ROBERT MEYN, schrijver van MAHAKAM Interview voor Blimbing
MAHAKAM is een historische roman die speelt vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Nederlands Indië, later Indonesië. Straks iets over de inhoud, maar eerst dit: Ik heb bij het schrijven een groot aantal hoofdzakelijk Nederlandse boeken geraadpleegd, omdat de echt gebeurde verhalen die in het boek staan beschreven historisch moeten kloppen. Deze boeken zijn in MAHAKAM vermeld. Bovendien is het originele manuscript consciëntieus doorgenomen door een aantal mensen die veel kennis dragen over het onderwerp. Ik zou met name de marine-historicus dr. P.M. Bosscher willen noemen, die ik veel erkentelijkheid verschuldigd ben, en zeker wat betreft het deel over de Slag in de Jave Zee. Nog een algemene opmerking: Veel beschreven figuren zijn fictief, maar menig lezer zal zichzelf, of andere lotgenoten, herkennen. Er zijn een aantal echte namen, anderen enigszins of geheel om begrijpelijke redenen veranderd. Zogeheten 'endnotes' zullen de authenticiteit van het een en ander accentueren. MAHAKAM opent met een nogal spectaculaire aankomst van het m.s. Oranje te Sabang, begin 1946. Aan boord bevinden zich de 11-jarige Wim en zijn moeder. Wims vader, Jan, boormeester voor BPM, iss al in september 1945 vertrokken en sinds kort is hij betrokken bij de wederopbouw van het in Oost-Borneo gelegen olieveld Louise nabij de plaats Sanga-sanga aan de rivier de Mahakam. Na enige weken in Batavia te hebben vertoefd reizen moeder en zoon verder en wordt de familie in Balikpapan herenigd. Vandaar gaan zij per kleine rivierboot door naar Louise. Op die boot ontmoet Wim een Indische jongedame, Nuri. Zij zal in in het verhaal een belangrijke rol spelen. Zoon Wim vindt haar een nogal intrigerende figuur. Wim verblijft in Louise tot het einde van het volgende schooljaar. Het is een periode waarin hij niet alleen een overval van 'extremisten' meemaakt, maar tevens aanwijzigingen krijgt over een vroegere affaire tussen zijn vader en een dame die op foto's opvallende gelijkenis vertoont met de mysterieuse Nuri. Dan, op uitnodiging van een vroeger geëmigreerde broer van vader, wordt Wim naar Amerika gezonden. Dertig jaren gaan voorbij en dan krijgt de in Amerika wonende Wim ineens een ingeving om naar Indonesië te reizen en enige personen op te zoeken die hij in zijn prille jeugd heeft meegemaakt. Zouden zij nog in leven zijn? Gedurende zijn verblijf in Amsterdam krijgt hij zijn vader eindelijk zover diens lang verzwegen verhaal te vertellen. Dit, het tweede deel, neemt het grootste gedeelte van het boek in beslag. Het neemt de lezer eerst terug naar het jaar 1928 waarin Jan's eerste reis naar de Oost plaatsvindt, zijn verloofde (Jannie) achterlatend. Hij reist samen met een oude schoolvriend (Henk). Ze gaan een opleiding voor (olie)boormeester volgen. Het boek gaat verder in op het leven in de olie-industrie, dus in Indië. Daar, als gevolg van een ongeluk op de Mahakam rivier, ontmoet Jan Nuri. Er is een boottocht op die rivier waarbij het een en ander aan't licht komt. Maar dan brengt een (geheime) opdracht in Nieuw Guinea Jan en Henk's eerste uitzending van vijf jaar tot een einde. Bij terugkeer worden beiden ontslagen. Zware malaise in de industrie. Realiserend dat zij Indië (en voor Jan, tevens Nuri) wel voorgoed kunnen vergeten en een nieuw leven zullen moeten beginnen emigreren Jan en Henk naar Zuid Afrika. Zij komen er al gauw aan de slag. En dan, niet lang na hun aankomst, staat ineens Jannie op de stoep. Jan en Jannie trouwen en krijgen een zoon (Wim) en alles lijkt erop dat Zuid Afrika hun tweede moederland zal worden. Maar onverwacht worden Jan en Henk door de BPM teruggeroepen naar Sumatra. De Tweede Wereldoorlog breekt uit. In maart 1940 gaan moeder en zoon toch met verlof vooruit naar Nederland. Vader zal na twee maanden volgen. Ook in Azië breekt de oorlog uit en het gezin wordt gescheiden. Tijdens de Japanse inval zijn Jan en Henk betrokken bij de vernielingen van hun eigen olieinstallaties. Jan komt door een samenloop van omstandigheden in Nieuw Guinea terecht en weet nog net bijtijds naar Australië te ontsnappen. Via Australië wordt hij uiteindelijk naar Curaçao gezonden en blijft daar tewerkgesteld tot mei 1945. Henk mist een laatst vlucht vanuit Balikpapan. Na een zware tocht door de binnenlanden worden hij en zijn gezelschap, onder wie kinderen, door de Japanners achterhaald. Een moeder en dochter maken het per KPM-er naar Darwin. Dit vormt de inleiding tot een realistische beschrijving van de Slag in de Java Zee. Er gebeuren elders, door toedoen van Japanse soldaten, verschrikkelijke dingen. Deel drie is een vervolg van deel een. Jan heeft zijn verhaal verteld, doch eigenlijk ook weer niet alles. Ondanks zijn waarschuwingen beseft hij dat zoon Wim niet zal rusten voor hij precies weet hoe het met die Nuri zit. Er is een laatste, spannende, gebeurtenis aan de Mahakam. Kortom, de ontknoping.
Iedereen, en ik dus ook, die als jong kind dramatische evenementen heeft meegemaakt, of deze herhaaldelijk heeft aangehoord van familie of vrienden, zal deze gebeurtenissen in beeld gedurende zijn verdere leven bij zich dragen. Het valt niet te vermijden. Jaren lang zal hij er naar streven om de juiste toedracht te kennen. Het wordt een obsessie. Op een gegeven moment komt het idee naar voren de hele wereld er bij te betrekken: reünies, Tempo Doeloe Clubs, films, de verhalen, ze moeten de wereld in voordat het te laat is. Dus een boek, maar ja nooit meer dan een zes voor Nederlands, en Engels als tweede taal, onmogelijk! Het idee liet me voor jaren niet los, het enige wat nodig was was iemand die gewoon zou zeggen: "Rob, geen gezeur, jij schrijft een boek! Wij kunnen het niet meer. Als ik straks vanaf boven die wolken daar naar beneden kijk en uitvind dat je boek er nog niet is dan komt er gedonder!" Die iemand kwam. Het staat netjes beschreven in mijn voorwoord.
Nee. Aan het einde van bijna elk hoofdstuk had ik geen idee hoe het volgende hoofdstuk eruit zou zien. Dat kwam ondermeer omdat ik de eerste helft van MAHAKAM meer in de trant van een dagboek had geschreven.
Zeer zeker. Je zou MAHAKAM ook kunnen zien als een lesje aan de Amerikanen over wat er nog méér is gebeurd in de Pacific. Het waren niet slechts de Philippijnen en de eilanden in de Stille Oceaan waar veel ellende was. De meeste Amerikanen weten niet waar Indonesië ligt, sommigen hebben van Bali gehoord.
Ik heb groot vertrouwen dat MAHAKAM, zoals ik het in het Engels heb geschreven, in Nederland een behoorlijke aftrek zal kunnen vinden. Maar natuurlijk hoop ik dat de vraag hoog genoeg wordt voor een Nederlandse vertaling. De Amerikaanse uitgever houdt daar rekening mee.
Ja, ik heb materiaal genoeg voor nog een dergelijk boek. Ik ben er nog niet aan begonnen. Door verscheidene voormalig Nederlanders hier in Houston ben ik gevraagd een ander Indisch oorlogsverhaal aan te pakken. Daarvoor zouden alle originele documenten hier in Houston ter beschikking zijn. Het gaat om een drama dat in Nederland veel stof zal doen opwaaien. Verdere bijzonderheden kan ik helaas niet geven. Sorry.
Ik heb de oorlog overleefd in Nederland. Daarna met de Oranje naar Indië. Maar inplaats van Wim naar Amerika werd ik in 1947 teruggestuurd naar Nederland. Dit was vanwege de beroerde toestanden toen in Indië. Via een zeevaartschool, twee schepen, militaire dienst en een HTS kwam ik bij een welbekende vatenmaker terecht die mij tewerkstelde in Engeland, Italië en Frankrijk. Maar toen ik na drie jaar mijn Fiatje 500 nog niet kon afbetalen dacht ik, nu moet ik weg. Ik kwam als werktuigbouwkundige terecht in de aluinaarde en bauxiet eerst in Suriname vier jaar), daarna in Jamaica (vier jaar) en toen per ongeluk in Louisiana. Na een jaar geloofde ik het wel daar en kreeg werk in St.Croix (US-Maagden Eilanden), waar ik na een goeie twee jaar werkelijk mijn kans kreeg: Medan, Sumatra. Eindelijk naar Indonesie, en wel in de olie! Daar in de buurt vier jaar gewerkt, en via een overplaatsing naar West Texas toch nog vijf jaar in Jakarta, tot de hele olieindustrie in elkaar stortte. Daarna nog wat gependeld tussen St. Croix en Texas tot dat ik werd gevraagd naar Venezuela te komen. Weer in de bauxiet.
Ik ben nu 61 jaar en ik denk dat mijn vrije reisjes naar verre plaatsen wel afgelopen zijn. Ik heb een lieve Indonesische vrouw. We hebben ook een aantal goede Indonesische vrienden hier in Houston. MAHAKAM heb ik grotendeels geschreven gedurende mijn tijd in Venezuela. Wel heb ik gedurende vakanties in Jakarta medewerking gehad. Een aantal oudere Indonesiërs zijn me zeer behulpzaam geweest met het verstrekken van betrouwbare informatie.
MAHAKAM door Rober
Meyn is uitgegeven door Sterling House Publishers (Trade
Size |