Dalang Mabuk over Mizumaki
N.a.v. zijn bezoek aan Japan tijdens de viering
van 400-jaar handelsbetrekkingen, heeft de voorzitter van het Indisch Platform,
Ruud Boekholt, een brief aan zijn organisatie geschreven.
Openheid is troef, helaas mankeert dat volkomen bij het IP, zodat Dalang Mabuk
meent de meest relevante punten uit deze brief te moeten publiceren.
'Op donderdag 16 maart j.l. ontving ik een
telefonisch verzoek van de heer Ader, dat het bestuur van de Stichting 400 jaar
Nederland-Japan en de Minister van Buitenlandse Zaken het op prijs zullen
stellen indien ik als voorzitter van het Indisch Platform deel zou willen
uitmaken van de delegatie aan de Holland Week in Japan, in het bijzonder voor de
herdenking in Mizumaki.
Dit verzoek kwam laat en onverwacht en kwam mij daarom slecht uit, omdat de
tweede week van mijn vakantie samenviel met deze Holland Week. In nader overleg
heb ik besloten mijn vakantie af te boeken en aan het verzoek te voldoen voor de
periode van 18-22 april.
Ik had aanvankelijk begrepen dat in Mizumaki één krans zou worden gelegd door
de Minister van BuZa en dat ik daarbij aanwezig zou zijn. Ik ontving
reispapieren en het programma één week voor vertrek naar mijn vakantieadres in
Spanje, warin stond dat er vijf kransen zouden worden gelegd: door de Minister
van BuZa, bevelhebber Zeestrijdkrachten, de heer Winkler, de voorzitter IP en de
voorzitter Nationaal Comite 4&5 mei. [...]
Na het concert van het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Nagasaki was er een
ontvangst, aangeboden door het Japans bestuur. Tijdens deze ontvangst heb ik nog
uitvoerig met de Prins van Oranje gesproken en vond ik gelegenheid voor de
Japanse Kroonprins Naruhito. Ik heb de Japanse Prins duidelijk de gevoelens van
de Nederlandse oorlogsslachtoffers kunnen overbrengen, maar hem ook gezegd dat
het Indisch Platform de intentie heeft het staatsbezoek van zijn vader waardig
te doen verlopen. [...]
In Mizumaki liggen de kolenmijnen waar de Nederlandse krijgsgevangenen tijdens
de oorlog hebben moeten werken. Het monument ter nagedachtenis aan de
Nederlandse slachtoffers ligt op een heuvel aan de rand van een bos. De
plechtigjeid was sober doch kreeg een bijzonder karakter door het optreden van
de tamboers en pijpers van de Koninklijke Marine. Behalve de plaatselijke
Japanse autoriteiten was ook aanwezig mevrouw Keiko Hieda, vice-gouverneur van
de Fukuoka perfectuur, te vergelijken met onze Commisaris van de Koningin. Het
was de eerste keer dat een dergelijke hoge autoriteit aanwezig was bij een
herdenking. [...]
De woorden van de heer Winkler over het gezamenlijk herdenken in Nederland
vonden geen bijval van de Nederlandse delegatie. De voorzitter van het Comite
4&5 mei, mevrouw Kruseman en ik hebben tegenover de pers duidelijk onze
mening kenbaar gemaakt dat een dergelijke herdenking niet bespreekbaar was.[...]
Conclusie: Het was een goede zaak dat een vertegenwoordiger van het Indisch
Platform deze Holland Week heeft meegemaakt. Ik heb beide kroonprinsen
rechtstreeks onze gevoelens kunnen overbrengen. De directe reacties tegenover de
media waren nuttig en positief. Anders had men wederom kunnen opmerken dat één
en ander buiten en zonder de Indische gemeenschap heeft plaatsgevonden en zou
wellicht de EKNI van de heer Winkler worden gezien als de Indische
vertegenwoordiging in deze Holland Week. Ook van de andere delegatieleden, de
minister, de ambassadeur in Japan en de andere ambassadeleden, heb ik alleen
positieve reacties gekregen.
Het bedrijfsleven heeft aan boord van de drie oorlogsschepen hun
bedrijfsexpositie gehouden. Ook van deze zijde, o.a. van de heren Schraven,
voorzitter VNO en Baudoin, directeur EVD heb ik lovende woorden gehoord over de
aanwezigheid van het Indisch Platform deze week. Ik ben van mening dat het
Indisch Platform in deze week veel goodwill heeft gekweekt en dat hebben we wel
nodig. Tenslotet kan ik constateren dat de Holland Week in Japan een
evenwichtige manifestatie is geweest. Naast economische belangen en het
culturele optreden,zijn de zwarte bladzijden van de oorlog duidelijk aan de orde
geweest.'
w.g. R. Boekholt, ongedateerd.
Commentaar: De dronken dalang denkt dat de
voorzitter IP nog niet in zijn eerste leugentje gestikt is.
De Minister van BuZa heeft voor de TV in een interview, staande voor het
monument in Mizumaki, gezegd dat hij de gedachten van Winkler moedig vond en
zeer apprecieerde.
Bijkomende vraag is natuurlijk wat in godesnaam mevrouw Kruseman van de 4 en 5
mei-herdenking in Japan had te zoeken, zij heeft haar toko op de Dam. Afgezien
nog van de alles verpletterende aanwezigheid van economische- en
handelsbelangen, die alleen maar in de handen zullen wrijven bij het optreden
van het IP in het buitenland.
Bitter vindt Dalang Mabuk de aanblik van een kransleggende operette generaal
(lees elders de mening van ex-dienstplichtige KNIL-ers) bij het monument voor de
in Fukuoka omgebrachte (Rudy Kousbroek zal ongetwijfeld zeggen 'zacht
ontslapen') gevangenen, waaronder Dalang's vader. Bitter omdat toch de geur
hangt van een Indo die in volle oorlogstijd in een pro-Jappenkamp Halimoen heeft
vertoefd. Boekholt vertelt dat zelf in een interview met Edy Seriese (In: 'Het
einde van Indië', blz 64). Een pro-Jappenkamp omdat mensen als Van den Eeckhout
van het gewraakte Dahler-bureau daar de scepter zwaaiden. Dat Boekholt daar een
gekleurd verhaal over weggeeft, zegt niets over de werkelijke situatie in
Halimoen.