Mobilisatie 1914

In 1914 zakte mijn vader voor zijn eindexamen HBS, maar dat hielp hem niet om uit de verplichte dienst te blijven, de zogenaamde Mobilisatie. Wat hij beleefde op zijn eerste dienstplichtdag verwerkte hij in een opstel dat bewaard is gebleven. Justine Swaving.

Arnhem 31 Juli 1914
Wie in Nederland herinnert zich deze datum niet. Het was de dag, waarop bekend werd dat alle dienstplichtigen moesten opkomen om hun diensten te bewijzen voor het heil en welzijn van het Vaderland.
Hoevelen van onze jongens hadden niet veel liever willen genieten van het heerlijke zomerweer na de inspannende tijd van de verschillende examens
Een schoolkameraad en ik kregen de 31 ste Juli om drie uur het bericht dat we moesten opkomen. We gingen naar het stadhuis waar we zagen dat Gouda mijn oorlogsstandplaats was.
Het was voor mijn kameraad beroerder dan voor mij, want hij had een reisje willen maken naar zijn ouders in Indi‰. Na enig gemopper gingen we er op uit om inkopen te doen, want wat konden we er verder aan veranderen. De volgende morgen - heel vroeg - vertrokken we naar het station en na een uur wachten namen we afscheid, want mijn kameraad moest een andere richting uit.
De reis tot Utrecht was vrij leuk want ik ontmoette weer andere schoolkameraden die ook naar Gouda moesten. We zaten in een coup‚ tweede Klasse met twee wachtmeesters en twee landweersoldaten. We spraken gezellig met elkaar en ‚‚n van de wachtmeesters liet zijn vlijmscherp geslepen sabel zien. We rilden er van. Zelfs de wachtmeesters , toch allen militairen van beroep, vonden de oorlog ook een verschrikkelijke toestand.
Als je in je hart geen soldaat bent en je bent bovendien tegen het militairisme dan begrijp je echt niet waarom zoïn wrede oorlog gevoerd moet worden. Ik denk dat er individueel nog te weinig mensen zijn die vinden dat oorlog niet mag bestaan.

In Utrecht moesten we overstappen en de reis naar Gouda was verschrikkelijk! We stonden in een benauwd hokje, tussen ruwe vloekende en spuwende mensen in en het was bepaald een verlichting toen we in Gouda konden uitstappen.
We ontmoetten op weg naar de kazerne meer lotgenoten . Gezamenlijk meldden we ons aan en de eerste woorden die we te horen kregen waren: "Donder maar op, we kunnen jullie voorlopig nog niet gebruiken."
We konden dus afmarcheren en na een tijdje gewandeld te hebben, kwamen we in een park, dat voor Gouda werkelijk heel aardig was. Tot tegen twaalf bleven we daar zitten en toen gingen we een caf‚ binnen want de honger deed zich goed voelen.
Veel was er niet te krijgen, maar we stelden ons tevreden met wat er geboden werd en het smaakte ons best dank zij de honger. Na een poosje gebiljart te hebben gingen we het maar weer eens proberen en tegen drie uur liepen we kazernewaarts , waar we tot onze grote blijdschap een troepje reservisten troffen , bijna allemaal jongelui uit Arnhem. Ook zij wachtten op nadere bevelen.
Eindelijk , om vier uur mochten we de kazerne in waar we gelukkig allemaal bij elkaar bleven in een grote zaal
De kribben werden ons aangewezen en daar er natuurlijk niet voor eten gezorgd was mochten we naar buiten om zelf ergens ons middagmaal te zoeken.
In het caf‚ nuttigden we dit allemaal gezamenlijk en de stemming was nogal goed.
Zoals ons gezegd was, waren we om zeven uur weer in de kazerne terug.en daar deze eerste dag niet geheel onbenut gelaten mocht worden , kregen we les in het model opmaken van de kribben
Nu, dit was niet moeilijk en dadelijk al hadden we het kunstje aangeleerd.
"En nu uitkleden en onder de wol!" riep de Sergeant die voor ons moest zorgen. Binnen niet al te lange tijd lagen we er onder, maar slapen konden we niet. Van alle kanten hoorde je: Zeg, lui, hebben jullie ook zo last van jeuk?"- Ja! - was het antwoord en we ontdekten gauw genoeg dat van slapen niets zou komen daar de beestjes ons geen ogenblik met rust lieten.
Eerst tegen de morgen vielen de meesten van vermoeienis in slaap. Ik bleef wakker tot de Sergeant ons wekte om ongeveer een uur of acht.
Het waslokaal was primitief ingericht , maar het frisse water gaf ons moed voor al het nieuwe dat ons wachtte.
Als ontbijt kregen we een heel brood, een beetje boter, een kom koude melk en een stuk kaas.
Om een uur of elf begon het voor ons menens te worden. Het was Zondag, een mooie Augustusdag en daar moesten we waarachtig sjouwen, trap op , trap af, met bossen stro. We moesten de bossen uit elkaar halen en uitspreiden voor de manschappen die v¢¢r de nacht zouden aankomen uit Arnhem.
Gelukkig was de Sergeant nogal goedig en zo nu en dan stond hij ons toe om wat te rusten.
Niettegenstaande hebben we toch hard gewerkt die dag en om vijf uur ïs middags was alles klaar.
We wilden naar buiten gaan om te eten, maar de poort was op slot. We moesten nu maar geduldig wachten op wat ging komen.
Geduld moesten we werkelijk hebben want eerst om zeven uur werden we geroepen.
Nu kwam echter de moeilijkheid! Borden ,vorken, lepels en messen waren er niet en hoe we ook zochten er was niets te vinden waarmee we konden eten. En zo werden we gedwongen om met zijn allen met de handen uit ‚‚n grote pot te eten, wat we gedwee deden
Het kon immers niet anders? Het was eenvoudige kost, maar zoals het me toen smaakte, heeft het mij nooit meer gesmaakt in de kazerne.
Dit hadden velen met mij gemeen want we waren letterlijk uitgehongerd.!! Zo eindigde dan mijn eerste dag in de kazerne .