SITUATIE OP MOLUKKEN BRENGT GEMEENSCHAP IN
BEROERING
'ONS HUIS STAAT IN BRAND'
Sinds 19 januari van dit jaar komen er bijna dagelijks berichten uit de Molukken over gevechten tussen christenen en moslims. Op dit moment ligt het officiële dodental al boven de 200 en woekert de strijd nog steeds voort. De oorzaak van de rellen werd aanvankelijk gezocht in etnische tegenstellingen. Inmiddels is de strijd echter veranderd in een religieus conflict. De Indonesische regering wijt de situatie aan provocerende elementen die uit zijn op het creëren van chaos. De oppositie, bij monde van de islamitische leiders Abdurrahman Wahid en Amien Rais, spreekt van goed georganiseerde bendes die proberen de verkiezingen en het onderzoek naar de corruptiepraktijken ex-president Soeharto te dwarsbomen.
Reizen op Ambon alleen veilig onder legerescorte
Jan Malawauw, fotograaf van Molukse afkomst, is net terug van een kort
familiebezoek op de eilanden Ambon en Haruku. Vanuit het vliegtuig geeft Ambon
nog de vertrouwde idyllische aanblik, maar in werkelijkheid blijkt het eiland
zwaar getroffen. Malawauw: 'Op het vliegveld wemelt het van militairen. Meteen
al buiten de luchthaven zag ik de eerste stroom vluchtelingen uit het noorden.
Verderop ontvouwde zich het begin van een catastrofe; het eerste Butondorp
(bewoners afkomstig uit Zuid Sulawesi) op weg naar Ambon-stad is met de grond
gelijk gemaakt. Alleen het skelet van de moskee staat nog overeind. Ook een
aantal daaropvolgende christelijke dorpen is volledig verwoest. Er heerste een
uiterst gespannen sfeer. Overal kwam ik wegversperringen van beide partijen
tegen. Voor mijn eigen veiligheid had ik tegen betaling een militaire escorte
geregeld. Dat is veelal de enige manier om heelhuids op de plaats van bestemming
te komen. Ook het economisch verkeer op Ambon is op weg naar een afgrond. De
winkels zijn grotendeels gesloten. Het voedsel is schaars en duur. De plaatsen
waar vroeger grote markten werden gehouden, zijn leeg. Alleen langs de kant van
de weg vind je enkele kleine markten. Maar ook hier loopt een religieuze
scheidslijn; christenen kopen uitsluitend bij christenen, moslims alleen bij
moslims. Dat was voorheen ondenkbaar.'
Ambon en omliggende eilanden zijn in een maalstroom van geweld geraakt. De
verhalen gaan alleen nog maar over rellen. Malawauw: 'Elke dag vernam ik
berichten dat er mensen waren vermoord. En de bomaanslagen heb ik zelf gehoord
en gezien. Het officiële dodental ligt op 200, maar het werkelijk aantal is
veel hoger. De emoties zijn zo hoog opgelaaid dat de mensen niet meer helder
kunnen denken. Als men hoort dat iemand uit dorp A komt, krijgt hij of zij
meteen een etiket opgeplakt. De mening van de persoon in kwestie doet er niet
meer toe. De houding van de bevolking ten opzichte van het leger is
tweeslachtig. Aan de ene kant wordt beweerd dat het leger zich niet neutraal
opstelt, terwijl men aan de andere kant vindt dat het leger te weinig doet. De
Molukse eilanden stonden toch vooral bekend om hun sfeer van tolerantie. Maar na
het terugtreden van Soeharto zijn er krachten los gekomen die deze aloude
traditie ernstig hebben aangetast. Ik hoop dat er snel een einde komt een deze
geweldspiraal en we weer als mensen met elkaar kunnen praten. Omdat we elkaar
nodig hebben.'
Relatie met rellen in Jakarta in november vorig jaar
De kersverse ambassadeur van Indonesië in Nederland, Abdul Isran, denkt dat de
provocaties zijn bedoeld om de regering Habibie in diskrediet te brengen: 'Het
is geen confrontatie van religies maar een etnisch conflict, aangewakkerd door
mensen van buiten de Molukken. Vanwege de slechte economische situatie heeft het
conflict kunnen escaleren. De regering is hard bezig de economie te stabiliseren
en te verbeteren. De provocateurs proberen echter de plannen van de regering te
dwarsbomen en daarmee het presidentiële gezag van Habibie te ondermijnen.'
Usman Santi, lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid en van Molukse
afkomst, is een andere mening toegedaan: 'Habibie heeft de touwtjes niet echt in
handen en kan dus nauwelijks het doelwit zijn. Het heeft er alle schijn van dat
dit een bewuste, gemanipuleerde actie is van Soeharto-getrouwen. Ik denk dat
tijdens de botsingen in Jakarta in november vorig jaar, de kiem is gelegd voor
de rellen van vandaag. Net zoals elders in de wereld, wordt de religie misbruikt
om een conflict te stichten. Door de onrust die nu is ontstaan, heeft het leger
de vrije hand gekregen om zogenaamd de orde te herstellen. Maar met de
verkiezingen in het vooruitzicht lijkt het meer op intimidatie.'
Bezinning over pela-schap noodzakelijk
Het eeuwenoude pela-schap is, als onderdeel van de Molukse adat, uniek zowel in
Indonesië als in Nederland. Jarenlang was religie ondergeschikt aan deze
broederschap. Men had respect voor elkaar. Dat pad lijkt nu te zijn verlaten.
Volgens Santi is dat een groot verlies. Toch plaatst hij ook een kanttekening:
'Ik vind het tijd om ons als Molukkers te bezinnen over het pela-schap in zijn
huidige vorm. We leven nog steeds volgens oude normen en waarden die we hebben
meegekregen. Maar de tijden zijn veranderd. Er is een nieuwe, jonge generatie
met eigen opvattingen en ideeën, niet alleen in Nederland maar ook op de
eilanden. Het is dus nodig om met elkaar te praten en te denken over de
invulling van het pela-schap in de tegenwoordige, moderne samenleving.'
Het pela-schap verbindt individuele dorpen, waarbij het voor kan komen dat ze
een verschillende religie hebben. Een moslimdorp kan dus een verbintenis hebben
met een christendorp. Op grond daarvan wordt in de media gesteld dat moslims en
christenen als religieuze groep automatisch een hechte band met elkaar hebben.
Volgens Wim Manuhutu, directeur van het Moluks Historisch Museum, is dat een
sprong te ver: 'Het is een feit dat mensen in vergelijking tot andere delen in
Indonesië redelijk goed met elkaar omgingen. Maar om nu te concluderen dat
moslims en christenen als gemeenschap in algemene zin altijd heel nauwe banden
hebben gehad, dat is de zaak een beetje te romantisch voorstellen.'
Het pela-schap is voor een belangrijk deel ontstaan in de tijd dat dorpen als
politiek onafhankelijke eenheden opereerden. Soms hadden de islam en het
christendom hun intrede nog niet gedaan. In het koloniale tijdperk bestond de
bevolking op de Molukken voor ca 40% uit moslims en 60% uit christenen. Nu zijn
die verhoudingen omgekeerd. Alleen op het eiland Ambon houdt men elkaar
getalsmatig nog in evenwicht. (Ter vergelijking; in Nederland is ca 5% van de
Molukse gemeenschap moslim.) Deze verschuiving is het gevolg van de instroom van
mensen van buiten. Manuhutu: 'Vóór de crisis was het zo dat de pela-verbanden
primair waren. Nu staan die verbanden erg onder druk; men moet een keuze maken
tussen pela-partner of geloofsgenoot. Je mag constateren dat er de afgelopen
jaren erosie heeft plaatsgevonden binnen dit soort traditionele waarden. Daarom
is het zinvol het pela-schap opnieuw te beschouwen.'
Molukkers in Nederland organiseren hulpacties
De Molukse gemeenschap in Nederland heeft geschokt gereageerd en volgt de
situatie met angst en beven. Er zijn verschillende crisiscentra ingericht waar
men actuele informatie over de situatie op de eilanden kan inwinnen en men
organiseert hulpacties. Satu Tagalaja is er een van; een benefietconcert (in
februari) voor de wederopbouw van de stad Ambon en omliggende dorpen. Naast Satu
Tagalaja heeft het Moluks Kerkelijk Centrum (MKC) in samenwerking met
islamitische en katholieke Molukkers een stichting opgericht om hulp te bieden
aan de slachtoffers op de Molukken; HAIN (Hulp aan Ambon In Nood). Verder hebben
christelijke en islamitische Molukkers in Noord-Brabant de werkgroep MAKIM
(Musjawarah Agama Kristen Islam Maluku, overleg van moslim- en
christen-Molukkers) geformeerd met hetzelfde doel. In een verklaring roept MAKIM
de Molukkers op de eilanden en in Nederland op de strijd te beëindigen en de
adat te respecteren.
Behalve als adviseur voor o.a. Satu Tagalaja heeft Usman Santi ook in de Tweede
Kamer aandacht gevraagd voor de situatie op de Molukken. Santi: 'Als Molukker
ben ik teleurgesteld dat het Ministerie van VWS slechts ƒ 200.000 beschikbaar
heeft gesteld voor het Team Pedulih Masohi (hulporganisatie). Er is veel meer
geld nodig. Niet alleen voor de wederopbouw, maar ook voor voedsel, medicijnen
e.d. Ik blijf daarom naar politieke wegen zoeken voor meer financiële steun.
Daarnaast moet, in de lijn van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken
Albright, politieke druk worden uitgeoefend door Nederland en Europa. Ik denk
dat tijdens de verkiezingen zelfs het sturen van waarnemers noodzakelijk is.'
Ook fractievoorzitter Melkert (PvdA) heeft verklaard dat zijn partij de zorg van
de Molukse gemeenschap over de gebeurtenissen op Ambon deelt. Hij heeft
toegezegd de situatie zeer dringend onder de aandacht van de Nederlandse
regering te brengen. Melkert wil bovendien een rol spelen bij het leggen van
contacten tussen de Molukse gemeenschap en de regering, waar het gaat om het
vinden van de juiste kanalen voor het verlenen van noodhulp. Verder zal de PvdA
de regering vragen te bevorderen dat de Europese Unie een actieve rol gaat
vervullen. De partijfractie gaat voorts onderzoeken hoe de waarnemers bij de
aanstaande verkiezingen in Indonesië ook het politieke klimaat op Ambon bij hun
oordeel kunnen betrekken.
Behalve het organiseren van hulpacties, worden door de Molukse gemeenschap
stille tochten gehouden om aandacht te vragen voor de situatie op de eilanden.
Na Groningen en Den Haag wordt nu bijna dagelijks door heel Nederland op deze
wijze actie gevoerd; o.a. in Krimpen a/d IJssel, Culemborg, Tilburg, Elst,
Leerdam, Moordrecht, Capelle en Alphen. Manuhutu is sterke voorstander van dit
actiemiddel: 'Uit respect voor de vele slachtoffers willen we op een ingetogen
en waardige manier aandacht vragen voor het feit dat ons huis in brand staat.
Door het vreedzame karakter wordt bovendien voorkomen dat bij het publiek
beelden worden opgeroepen die herinneren aan de dingen die in de jaren zeventig
zijn gebeurd. Het zijn spontane acties, niet geregisseerd vanuit een centraal
punt. Dat maakt het juist zo bijzonder. Zelfs burgemeesters lopen mee, dat geeft
morele steun. Soms dragen ze ook in materiële zin hun steentje bij.'
RMS-gedachte leeft weer op
Over de toekomst in Indonesië hebben Santi en Manuhutu hun twijfels. Oost-Timor
lijkt af te stevenen op onafhankelijkheid en ook de Papoea's zijn al met Habibie
over bepaalde vormen van autonomie in gesprek geweest. Daarnaast is er een
nieuwe wet in aantocht waarin de autonomie voor de 26 provincies sterk wordt
uitgebreid. Santi vindt deze ontwikkelingen politieke betekenis hebben. Of
daarmee ook het RMS-ideaal dichterbij komt, is voor hem echter de vraag: 'Ik
weet niet hoe de politieke situatie zich zal ontwikkelen. Mijn verwachting is
dat er na de verkiezingen meer helderheid zal zijn. Wel is duidelijk dat praten
over autonomie tot de mogelijkheden behoort. Overigens staan de rellen op Ambon
volledig los van de RMS-gedachte. Daarin wordt juist geen onderscheid gemaakt in
religie.' Manuhutu denkt ook dat er in Indonesië een beweging op gang is
gekomen die niet meer stuiten is. Hij waarschuwt echter voor het bekende
addertje onder het gras. In het verleden zijn groeperingen die tegen bepaalde
vormen van autonomie waren altijd door de regering van wapens voorzien. Ook de
rol van de RMS is volgens Manuhutu door de Indonesische machthebbers misbruikt:
'De RMS is in de hele discussie over de Molukken beschouwd als zondebok. De
christenen worden geassocieerd met de RMS en aangemerkt als separatisten. Daarom
is van RMS-zijde na het ontstaan van de onlusten bewust behoudend gereageerd.
Dat bleek een terechte inschatting, want na het afleggen van een verklaring werd
door de Indonesische regering meteen met een beschuldigende vinger gewezen. Toch
denk ik dat autonomie tot de mogelijkheden behoort. Indonesië is in staat van
ontbinding. Je mag alleen hopen dat het proces zich zonder veel ellende
voltrekt.'
Satu Tagalaja - p/a Laan van Meerdervoort 635 - 2564 AG Den Haag - tel. 070 3641247 - rekeningnr. 127621733
Stichting HAIN - postbus 360 - 3990 GD Houten - tel. 030 6355233 - rekeningnr. 633636800 (ook voor steunbetuigingen aan de werkgroep MAKIM)
Jan Malawauw houdt tot en met 30 mei een foto-expositie in Museum Catharina Gasthuis, Oosthaven 9/Achter de Kerk 14 in Gouda (tel. 0182 588440). De expositie is getiteld Saudara, portretten en levensverhalen van oudere Molukkers. Het museum is op ma t/m za geopend van 10.00 - 17.00 uur en op zon- en feestdagen van 12.00 - 17.00 uur.