VOLTALLIG
BESTUUR IHC AFGETREDEN
Dit stond boven het stukje van Dalang Mabuk (Dronken Dalang) over het Indisch
Herinnering Centrum (IHC). Langzamerhand loopt de dorpsklucht uit de hand en
krijgt landelijke proporties. Alleen al in termen van financiën gaat het niet
meer om vijf miljoen voor een Scheveningse villa, maar is er sprake van het
zevenvoudige (vijfendertig miljoen) in de plannen van het Indisch Platform (IP)
bij het besteden van de kwart miljard aan gemeenschapsgelden. Op zo'n moment is
het landelijk publiek belang duidelijk en zal de Indische Gemeenschap mee moeten
kunnen praten. Gezien de weinig open opvatting wat dit betreft van zowel IHC als
IP, kan de betrokken Indischman en -vrouw niets anders dan via het zeer open
internet hierover communiceren. Zo hoort het overigens in een vrije democratie.
Het opvallende is weer dat veel mensen in deze kwestie open en relevante
informatie willen of kunnen geven, maar uitdrukkelijk niet geciteerd willen
worden. Dat maakt publiceren moeilijk.
Het
is beter dat de dalang nu naar achter het scherm terugtreedt en informatie over
het Indisch Huis, Indisch Herinnnerings Centrum en Indisch Platform overlaat aan
niet-column gebonden personen. Vandaar de ondertekening door een redactielid van
BLIMBING, onder eigen naam. Een deel van de tekst door Dalang Mabuk wordt
overgenomen en aangevuld met nieuwe en verbeterde feitelijke gegevens
Demissionair?
Waarschijnlijk
versneld door het opstappen van de ambtelijk secretaris bij het Indisch
Platform, Leo J. de Coninck, die ook secretaris is van het IHC, heeft het
voltallig bestuur van het IHC (Indisch Herinnering Centrum) besloten op te
stappen.
Nochtans is momenteel onduidelijk of de heer De Coninck ook werkelijk zijn
functie als secretaris van het IHC neerlegde. Gelet het feit dat De Coninck in
zijn brief aan het Indisch Platform (IP) duidelijk wijst naar toestanden bij het
IHC, lijkt het voor de hand te liggen dat hij ook daar (IHC) niet weerkeert.
Naar buiten toe wordt helaas geheimzinnig gedaan en commentaar valt niet te
krijgen van de betrokkenen: De Coninck is niet aanspreekbaar, voorzitter
Boekholt ontkent het opstappen en spreekt over een demissionair bestuur..
Het
zittend bestuur bestaat uit:
R. Boekholt (voorzitter, tevens voorzitter IP)
P. van de Ven (vice voorzitter)
R. Meyer (penningmeester)
L. de Coninck (secretaris, tevens IP)
J. Weeda (fondswerving, pr)
H. Liesker (namens St. Herdenking 15 aug.)
mevr. L.van der Linden (museum)
D. van Mourik (adviezen architect)
Geen bestuurslid:
mevr. E.Seriese (projectleider, directeur IWI)
Onrust
Vanaf het begin heerst onrust over het Indisch Herinnering Centrum (zie hun website),
die uitte zich zowel in stevige discussies binnen de Indische gemeenschap over
de wenselijkheid van zo'n centrum, vlakbij het Indisch Monument, als binnenshuis
waar medewerkers het gedurig aan de stok kregen met bestuurders en ook onderling
de sfeer bedorven werd.
Afgelopen jaar werd door het ruziënde bestuur een beroep gedaan op externe
adviseurs die respectievelijk werden ingeschakeld vanwege de falende
fondswerving en kortelings voor een rapport over structuur en onderlinge
werkverdeling binnen het IHC. Organisatie-adviesbureau Swilion heeft recentelijk
haar werk afgeleverd en al rondvragend en -bellend - ook met wat kennis van hoe
zulke bureaux gewoonlijk doen - kan men tot conclusies komen die niet veel
zullen afwijken van de feitelijke inhoud van het eindrapport.
Een
deel van de sores zat in het doen-en-laten van een paar bestuursleden en de
projectleider, die voordien al het dringend advies kregen op te stappen. Dat
advies werd in de wind geslagen.
Al gauw circuleerden bij herhaling berichten dat binnen het bestuur aan
nepotisme en vriendjes-politiek werd gedaan. Navraag leverde een aantal
voorbeelden op:
Bij
dit gedeelte van het melodrama ging het om bedragen van 'slechts' twintig- tot
honderdduizend gulden, waarbij aangetekend moet worden dat de thans opgestapte
IP-secretaris Leo de Coninck tijdens de rit regelmatig waarschuwde tegen
bovenbedoelde praktijken. Het organisatiebureau zal e.e.a. ongetwijfeld hebben
opgenomen in haar rapport, inzage daarvan zal momenteel ongetwijfeld geweigerd
worden. Beroep op de WOB (Wet Openbaarheid van Bestuur) ligt dan in het
verschiet.
Rol
Indisch Platform (IP)
De
kwesties liepen zo hoog dat de voorzitter, de secretaris en de penningmeester
aankondigden dat als de 'interne
kwesties' niet zouden worden opgelost, zij zouden opstappen. Waarop werd
afgesproken dat dan het gehele bestuur zou vertrekken. Statutair dient in deze
gevallen steeds overleg te worden gepleegd met het Indisch Platform. Moreel
gesproken betekent het dat het IP ook grote verantwoordelijkheid draagt m.b.t.
het IHC, of Indisch Huis zoals de onderneming al was gaan heten. Ook bij de
belangrijkste andere paragrafen van de statuten speelt het IP een bepalende rol:
benoeming dagelijks bestuur (voorzitter, secr, penn.m), herbenoeming,
ontslag bestuurders, vaststellen begroting & jaarstukken, statutenwijziging,
liquidatiesaldo etc.
Des te verwarrender en onzuiver uit het standpunt van fatsoenlijk bestuur lijkt
nu de constructie dat voorzitter en secretaris zitting hebben in beide colleges
en steeds in dezelfde funktie. Een wangedrocht is de constructie dat de
onbezoldigd directeur van het Indisch Wetenschappelijk Instituut in het IP zit
en tegelijkertijd als projectleider verbonden is aan het IHC. De projectleider
IHC kan dus in een ander, maar wel toezichthoudend college over zichzelf en het
eigen instituut besluiten nemen. Terzijde: het IWI staat voor een half miljoen
jaarlijks op de rol bij de verdelling van de regeringspot. Omdat dit ook bij
meer leden van het IP een rol speelt, zou het nuttig zijn eens in kaart te
brengen hoe dit netwerk werkelijk in elkaar zit, met alle dwarsverbindingen en
vreemde belangenverstrengelingen. Ook de Stichting Herdenking 15 Augustus is
statutair gerechtigd een zetel in het bestuur van IHC in te nemen, maar zit
tegelijkertijd ook in het IP.
Pelita
Pelita
zit weliswaar niet direct in het bestuur van IHC, maar haar rol is opmerkelijk:
de vorige directeur is(was) nu dus ambtelijk secretaris van zowel IHC als IP, de
huidige directeur heeft weer zitting in het IP. Daar is niets op tegen, ware het
niet dat dezelfde Stichting Pelita verantwoordelijk is voor de opzet van het
ingediende projectenplan bij het ministerie VWS. De wettelijke en erkende
taakstelling van Pelita beperkt zich tot de oorlogsslachtoffers, nu wordt
gezocht naar een verbreding en omvat alle personen van de eerste generatie uit
Indië. Terwijl aan een kant dus de werkzaamheden van Pelita door natuurlijk
verloop zullen afnemen, wordt aan de andere kant een nieuwe taakstelling gecreëerd
waarvan het zeer de kwestie is of niet het aanbod zodoende de vraag opwekt. Het
punt is of de ambitie om achterstanden bij Pelita weg te werken nu niet op
vreemde wijze wordt gekoppeld aan de nieuwe projecten, terwijl feitelijk de
hulpverlening aan oorlogsslachtoffers alleen onder de wettelijke taakstelling
valt. Uit die wettelijke voorzieningen zullen dan ook de tekorten en
achterstanden moeten worden opgelost.
Bijkomende kritische vraag is in hoeverre tijdens de voorbesprekingen reeds
richting is gegeven aan de geldstroom. Daarvoor zou inzicht in de notulen van
werkvergaderingen gegeven moeten worden. Het ligt niet voor de hand aan te nemen
dat die toestemming voetstoots wordt gegeven. Reden de positie van Pelita binnen
het IP, dus ook met invloed richting IHC, extra kritisch te bekijken, desnoods
met beroep op de WOB..
Patstelling
Er
was aangekondigd door de voorzitter, secretaris en penningmeester dat men
gezamenlijk ontslag zou nemen. Echter, toen het ontslag werd ingediend, hebben
vier bestuursleden meteen te kennen gegeven dat ze een plaats in het nieuw te
formeren bestuur ambieerden, zodat een patsteling is ontstaan.
Moeilijkheid
om tot echte reorganisatie van het bestuur te komen, zijn de statuten van de
stichting, waarbij bepaald wordt dat vervanging van bestuursleden met
eenstemmigheid moest worden bereikt: 'ontslag
verleend door gezamenlijke overige bestuurders'. In de praktijk
betekent dat altijd een vetorecht, indien het betreffende bestuurslid weigert.
Bij de gewone besluitvorming is bovendien de voorzitter van het achtkoppige
bestuur het recht van twee stemmen toegekend. Zodat bij staking van stemmen hij
de doorslag kan geven. Eerder had dat al tot conflicten geleid bij stemmingen
over ingediende plannen van o.m. de projectleider. Werkelijke tweespalt ontstond
door controverses hoe het centrum uiteindelijk moet worden geëxploiteerd.
Uitgaande van de gerestaureerde villa alleen, of van de villa plus een nog te
realiseren nieuwbouw. Deze loopgravenoorlog leidde binnenskamers tot zoveel
gedruis dat de buitenwacht ook opmerkzaam werd. Met name de broer van de
voorzitter werd telkenmale tussen projectleider en het bestuurslid museale
zaken, gemangeld. Waardoor niets gebeurde.
Men
behoeft niet ver te snuffelen om bij de interne verhoudingen binnen het bestuur
te stuiten op termen als 'verziekt',
persoonlijke animositeit, bevoordelen van familieleden en vrienden, dubbele
agenda's, onmogelijke controle op medewerkers, blokvorming niet-geaccepteerde
bestuurders, chaotische vergaderingen zonder goede follow-up.
Het eindrapport zal ongetwijfeld hier niet aan voorbij gaan. Waarmee eigenlijk
wordt bevestigd dat de sfeer dermate verziekt is dat verder besturen zinloos is.
Museum
als bestemmingsplan?
Formeel gesproken ontstaat bovendien het merkwaardig fenomeen dat de functie van
het Indisch Huis (als cultuurhuis, c.q. museum) niet strookt met het
bestemmingsplan van de gemeente Den Haag, dat bij procedures lelijk tegen kan
werken. Over het feit dat de omwonenden aan de Van Stolkweg ernstig bezwaar
maken tegen de overlast indien een museum wordt ingericht, wordt in de praktijk
luchtig heen gelopen. Nu speculeert men op een fait accompli: Als het Indisch
Huis eenmaal zover is dan verstommen de klachten wel, denkt men. In dat opzicht
verdient het aanbeveling ook te kijken hoe de verhouding in de toekomst tot die
andere Indische cultuur-leverancier, de Pasar Malam Besar, ligt. De opzet die
door de projectleider in samenspraak met het bestuurslid voor museale zaken is
gemaakt, gaat geheel voorbij aan een deel van de oorspronkelijke plannen voor
een herinneringscentrum: Zoals een lange wand voorzien van namen van omgekomen
slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, die bleek niet te passen in het museale
concept.
Al met al is het dringend nodig een ingrijpend onderzoek te beginnen naar de
verschillende demarches van het IHC totnutoe. Zoals ook de wijze waarop van
oudere donateurs gelden werden geworven, dan wel voorwerpen en meubels werden
ingebracht voor het Indisch Huis. De administratie over die zaken is verre van
sluitend, zodat momenteel verschillende geschonken voorwerpen die tot de
verzameling behorend tot het IHC, opeens ingelijfd blijken te zijn binnen de
verzameling van het Indisch Wetenschappelijk Instituut, waarvan het bestuurslid
museale zaken voorzitter is en de projectleider (onbezoldigd) directeur. Wederom
zo'n ongewenste belangenverstrengeling.
Nu heeft een extern adviesbureau Swilion zich diepgaand over de wrakke structuur
gebogen en een organisatie-scan gemaakt. Dit bureau sprak met alle bestuurs- en
personeelsleden en heeft bindende adviezen gegeven. Adviezen die men zelf als
buitenstaander bij goed luisteren naar het rondzingend rumoer ook kan
verwoorden.
Gelet
wat hierboven staat, liggen de punten ter verbetering en ingrijpende
veranderingen voor de hand:
Bestuursopties,
angstige keuze
Kennelijk
is hier gekozen voor de minst pijnlijke optie voor de naaste toekomst. Dat
blijkt uit wat in de kop staat over de demissionaire staat van het bestuur en
het benoemen van mevrouw Sari Heemskerck-Pillis Duvekot als informateur. D.w.z.
het hele bestuur blijft zitten en de informateur begeleidt als voorzitter a.i.
de start van het vernieuwingsproces binnen de organisatie en het bestuur. Met
deze keuze is sprake van een zwaktebod, mevrouw Heemskerck is voozover bekend
niet echt een kenner van de Indische achtergronden, dat legt meteen een zware
hypotheek op haar inbreng. Onderwijl gaan de 'interne problemen' gewoon door, sterker, ze zullen een eigen
leven gaan leiden, ook buiten de vergaderruimte. Met alle schade aan project en
personen.
Het lijkt nu wel of men angstig gekozen heeft voor de onvervangbaarheid van een
paar deskundigen binnen het bestuur (bouwkunde, museum). Dat lijkt overdreven,
zowel op het terrein van museale bekwaamheden, als kennis van Indische historie
en achtergronden lopen in Nederland heel wat bekwame personages rond.
Beter ware geweest met een schone lei te herstarten, waardoor ook nieuwe
figuren, met name jongeren, aangetrokken kunnen worden, die nu afgeschrikt
worden door het troebele imago.
Gelet op deze miserabele gang van zaken is het niet verwonderlijk dat de
Culturele Vereniging NINES een brandbrief stuurde aan minister Borst van VWS.
Hierin dringt NINES sterk aan op een onderzoek naar de besteding van
overheidsgelden bij het IHC (Indisch Huis).
COMMENTAAR:
De Dalang Mabuk, op wiens column in eerste instantie dit stuk is gebouwd, vroeg
zich tussen twee dronkemansbuien af of het niet beter is de hele zaak nu met
winst te verkopen en het geld goed vast te zetten. Daarna zal men een
haalbaarheidsstudie kunnen uitvoeren en met de vooraf geraadpleegde achterban
MOETEN overleggen uit welke opties verder gewerkt dient te worden. Die gedachte
is, hoewel ongetwijfeld pijnlijk, niet zo verwerpelijk als het schijnt.
Het zal weleens kunnen leiden tot de conclusie dat onvoldoende draagvlak bestaat
voor de thans gemaakte plannen. In dat geval kun je nog - op een andere,
goedkopere en minder prestigieuze lokatie - opnieuw beginnen.
De alter ego van Dalang Mabuk denkt dat het dringend nodig is om b.v. een experimenteer-centrum voor Indische kunst en cultuur op te richten, met voldoende faciliteiten en mentoren t.b.v. degenen die overtuigd zijn dat de Indische cultuur een vitale is en niet een retrospectief museale, zoals nu. Immers, zoals het nu ligt, komt het voortbouwen op Indische cultuur in samenhang met nu en binnen de reeds multiculturele samenleving van Nederland, wel erg in de wachtkamer te staan