De veertigste pasar malam, dure vakantie

De veertigste al weer. Reden voor de organisatie om mr. Pieter van Vollenhoven uit te nodigen voor de officiële opening. Deze afgezant van Oranje had en passant ook nog een koninklijke onderscheiding voor drs. Ellen Derksen, Pasar-directeur en Tong-Tong-voorzitter, in de broekzak zitten. Mooi meegenomen.

Als evenement is de Pasar Malam Besar niet meer weg te denken. Het Indisch feestje van weleer is veranderd in een groot festival voor een groeiend publiek. Toch is het aanbod de laatste jaren nauwelijks gewijzigd. De organisatie hanteerde zelfs dezelfde slogan als vorig jaar; 'Cultuur èn sfeer tezamen'. In de grote tent en het Indonesië-paviljoen lijkt het of niets en niemand ooit is weggeweest. Dezelfde mensen, dezelfde koopwaar. Behalve de prijzen dan, die zijn verhoogd. Zelfs het entreekaartje voor de zaterdag en zondag.

De nasi wordt duur betaald.

De eetstands waren ook weer talrijk aanwezig en divers in aanbod en kwaliteit. Dat 'eten' een van de meest elementaire onderdelen van de Indische cultuur vormt, werd het meest treffend verwoord door een Indische dame die bij het betreden van de entreetent aan me vroeg: 'Mijnheer, waar zijn de eettenten?' Je zou daarom meer van de prijs/kwaliteitverhouding mogen verwachten. Steeds meer restaurateurs grijpen naar de 'buffetformule'; zelf opscheppen voor ¦ 15,-- of meer. Daarmee lijkt een knieval te worden gemaakt naar een groot deel van de niet-Indische bezoekers dat vooral geïnteresseerd is in de hoeveelheid waar die hij voor zijn geld krijgt. Ze krijgen daarmee een volstrekt verkeerd beeld voorgeschoteld van wat de Indische keuken werkelijk te bieden heeft. De vergoeding die de standhouders moeten betalen is blijkbaar zo hoog, dat op de kwaliteit wordt beknibbeld of de prijzen naar boven worden bijgesteld.

Natuurlijk kun je er als organisatie trots op zijn een dergelijk evenement te organiseren zonder subsidie of sponsoring. De vraag rijst echter of de bezoeker bereid blijft om voor die trots steeds dieper in zijn beurs te tasten.

Vorig jaar werd voor het eerst de Chinese leer Feng Shui toegepast om de plaatsing van de tenten te optimaliseren. Het bezoekersaantal reikte tot recordhoogte. Voor volgend jaar wordt het tijd om eenvoudige economische principes als 'winst en verlies' op de exploitatie los te laten, zodat de prijzen een keer naar beneden kunnen.

Readings succesformule.

Eén van de succesformules van de Pasar Malam Besar is de reading; een toneelstuk dat niet wordt gespeeld, maar voorgelezen. Dit succes is vooral opmerkelijk omdat de omstandigheden waaronder de readings werden opgevoerd, verre van ideaal waren. Regen en wind geselden het tentdoek waardoor de stemmen van de acteurs soms niet hoorbaar waren. Ook de in- en uitstroom van bezoekers tijdens de voorstellingen was storend. Na de ervaringen van vorig jaar (onder dezelfde weersomstandigheden) had je toch passende maatregelen mogen verwachten.

Eén van de readings 'De familie Roos; Indisch leven in Den Haag' (regie Robert Emmen) was gebaseerd op de roman van P.A. Daum 'Indische mensen in Holland'; een kaleidoscoop van Indische families in Den Haag in kleur en stand. Emmen heeft het aangedurfd een bewerking van deze roman te maken. Hij koos voor de lotgevallen van de familie Roos; een Hollandse kapitein met een Indische vrouw en kinderen. Een moeilijke opgave waar hij voor een belangrijk deel in is geslaagd. Het stuk komt echter te traag op gang en is te lang. In de aanloop naar de climax heeft de regisseur te nadrukkelijk geprobeerd de Haagse sfeer een rol te laten spelen. Verschillende minder belangrijke details hadden ook door de verteller in enkele regels kunnen worden uitgelegd.

De rol van kapitein Roos werd overtuigend neergezet. Jammer dat het tussen hem en zijn vrouw Jeanne ontbrak aan chemie. Iets dat niet kan worden gezegd van de zusjes Corrie en Nelly. Hun dialogen waren gloedvol en zaten vol tempo en emotie. De briefwisselingen vormden het hoogtepunt. Samen met de slotscène tonen ze aan dat regisseur Robert Emmen gevoel heeft voor de dramatiek in het werk van Daum en dat de volhouders gelijk hadden. En omdat ze zo mooi waren nog even de laatste vijf zinnen: 'Maar Steef, liefste, hoe zou ik afscheid moeten nemen van wat nooit bij mij is gaan horen? Nooit van mij is geweest? Jij vertrekt, Steef. Maar ik kom thuis. Thuis in Indië'.

'Wonen in Indië'; ontroerend goed.

Eén van de meest treffende en vernieuwende bijdragen tijdens de 40e editie was de expositie 'Wonen in Indië'; een tentoonstelling over de wisselwerking tussen klimaat, architectuur en levensstijl in het voormalig Nederlands-Indië vanaf de jaren twintig. Met meubels, beeldmateriaal en teksten werd de bezoeker een beeld gegund in de woon- en leefomstandigheden van de burger toen. Voor de vele Indië-gangers moet dit waarachtige sfeerbeeld een intense confrontatie zijn geweest met (een deel van) hun verleden. De verstildheid van de uitgestalde materie kreeg emotie door de bijpassende plaatjes. Foto's die niet uitblonken in techniek, compositie of belichting, maar die juist door hun eenvoud een onverbloemde werkelijkheid lieten zien. De meest sprekende tekst kwam van een bediende, die bij gedwongen vertrek een handje aarde meenam om zich ervan te verzekeren dat hij ooit bij zijn toean terug zou komen; een lesje koloniale geschiedenis dat de keerzijde van de medaille beter belicht dan welke lezing of verhandeling ooit zou kunnen doen. 'Zo was het', verzuchtte een oudere Indische heer naast me. En zo moet het dus geweest zijn.

Crisis Indonesië geen invloed.

Op de laatste dag zie ik opnieuw het Indische echtpaar dat door onze ontmoetingen tijdens voorgaande dagen bekenden zijn geworden. Hij kijkt wat sipjes en vindt het jammer dat het voorbij is. 'Ach, volgend jaar weer een nieuwe,' zeg ik. 'Eerst maar lekker op vakantie.' Hij kijkt me vol ongeloof aan. 'Vakantie mijnheer? Dit is onze vakantie. Meer hebben we niet nodig.'

Het bezoekersaantal lag dit jaar volgens de organisatie op 117.000. Men weet de geringe terugval ten opzichte van 1997 aan de wedstrijden van Oranje tijdens het Wereldkampioenschap Voetbal. Opvallend is dat de crisis in Indonesië geen negatieve invloed werd verweten. Maar misschien heeft dit clemente gebaar wel te maken met de stelling van Kousbroek tijdens de uitreiking van de Professor Teeuwprijs 1998 aan mevrouw Derksen dat ' de verzoening een feit is geworden'.

  • Riny Boeijen