Hoe lunch je met Akihito, teken je dan eerst een loyaliteitsverklaring?

Verleden week berichtten wij dat op de 16 mei te houden Indisch Platform vergadering de positie van Ruud Boekholt aan de orde zou komen. Dit gezien sterke tegenstand binnen het IP n.a.v. zijn toezegging naar de lunch van Akihito te zullen gaan.

De soep wordt niet heet gegeten, of de IP-leden die eerst flinke taal uitsloegen, krabbelden terug, maar de situatie is nu dat op die betreffende vergadering niet over de positie van de voorzitter is gesproken, hij heeft bovendien toestemming gekregen om op persoonlijke titel naar de lunch te gaan.

De leden hebben blijkbaar een kort geheugen, of lezen de krant niet goed. Boekholt heeft zelf tegenover Trouw (11 mei j.l.) verklaard: 'Ik ga als onafhankelijk voorzitter van het IP, maar daartoe is mijn hoedanigheid niet beperkt. Ik zit er ook als voorzitter van het Indisch Herinnerings Centrum én op persoonlijke titel. Desgevraagd zal ik de media wel namens het IP te woord staan'.

M.a.w. de heer Boekholt zal hoe-dan-ook en desgevraagd 'mede namens de Indische gemeenschap' het woord voeren. Zoals hij al eerder ongevraagd en zonder raadpleging van de achterban die hij zegt te vertegenwoordigen, deed.

Hoofdpunt van discussie was in hoeverre de deelnemende organisaties gehouden zijn aan binnen het IP genomen besluiten mee te werken. Het kan immers dat doelstellingen van deelnemende organisaties en die van het IP elkaar niet dekken.

Formeel is dat een merkwaardige discussie, aangezien het IP een koepel-organisatie is zonder rechtspersoon. Ben je stichting of vereniging dan dien je met de statuten en je doelstelling naar de notaris te lopen en de organisatie als rechtspersoon in te schrijven.

Nu is dat laatste bij het IP nooit gebeurd, er bestaat alleen een reglement dd 22 oktober 1996. De formuleringen van dat reglement zijn buitengewoon summier.

Als voornaamste doelstelling staat geschreven 'het doelmatig representeren van de Indische Gemeenschap in het overleg met het Kabinet, door middel van standpunten die in consensus binnen het IP tot stand zijn gekomen'.

Als nu bekend is dat geen consensus - volgens het woordenboek: algemene stemmen, of algehele instemming - bestond binnen het IP (er is met krappe meerderheid van stemmen gewerkt) over het deelnemen aan Akihito's lunch, dan zegt dat wat over de wijze waarop besluiten worden genomen en uitgevoerd.

Na een aanvankelijk ingenomen standpunt dat geen van de deelnemende partners binnen het IP de uitnodiging zou aanvaarden, is dus 16 mei (niet in consensus) besloten iedereen vrij te laten, waaronder de voorzitter, die op persoonlijke titel mag gaan. M.a.w., het standpunt stelt geen donder voor.

Zo staat ook dat de deelnemende organisaties elke drie jaar een nieuwe voorzitter én nieuwe ambtelijke secretaris kiezen. Navraag leert dat men nooit van die regel iets vernam.

Je vraagt je natuurlijk af hoe het mogelijk is dat het Kabinet deze koepel-organisatie, zonder fatsoenlijk rechtspersoon en/of statuten en doelstellingen indertijd accepteerde als gesprekspartner en dat onverkort handhaaft. Tot en met de besprekingen over peanuts, die ditmaal een kwart miljard gulden betekenen. Hoe zit het eigenlijk met de screening in dit soort gevallen, is dat verregaande naiveteit, gemakzucht van de regering en de volksvertegenwoordiging? Dat belooft wat voor het vervolg dat aan Het Gebaar moet worden gegeven.

Hoe zit het trouwens met de screening van de voorzitter zelf?

Kamp Halimoen

In zijn cv, gepubliceerd t.g.v. de theevisite bij de Koningin staat dat Ruud Boekholt in 1923 werd geboren en 'Grootste deel van de bezetting buiten het kamp in Batavia [zat]. Laatste vijf maanden kamp Halimoon in Batavia en daarna de bersiap-periode'.

Boekholt zegt zelf in een interview met Edy Seriese (blz 63 en 64 van 'Het einde van Indië'):

'We moesten omgeturnd worden tot voorstanders van het Groot-Aziatisch Rijk, pro de Jap dus.[.....]Eind 1944 kwam de oproep van het bureau-Dahler. We moesten een loyaliteitsverklaring tekenen, dan kregen we werk. Het project stond onder leiding van Van den Eeckhout, een Indo-Europeaan. Die was met nog een aantal andere mannen uit het kamp gekomen door het tekenen van een loyaliteitsverklaring. [....] ik werd met zo'n 1000 andere jongens naar het Halimoen-kamp gebracht. Het was daar niet zo slecht. Het was geen gevangenis zoals Glodok, maar een boerderij: er was altijd wel aan extra eten te komen. Er liep één Jap rond, die was de baas. We mochten eens in de week bezoek ontvangen.[......] Van den Eeckhout van het bureau-Dahler woonde op het terrein en had de leiding over het omturn-programma. De barakoudsten waren door hem aangesteld, allemaal mannen, 40-ers die met Van den Eeckhout hadden getekend om uit het kamp te komen.'

Een ding is duidelijk over Boekholt's rol in dat Halimoen-kamp, dat werd/wordt hem door soortgenoten zwaar aangerekend, met name het ondertekenen van een verklaring (dat hij overigens elders in het interview ontkent:'De volgende dag moest ik me opnieuw melden. Ik tekende weer niet.' Deze verwijten circuleren al geruime tijd onder mensen die ook in Halimoen zaten, maar geen van de informanten is bereid daarmee in de openbaarheid te komen. Het kamp heeft dan ook de naam dat het een pro-Jappenkamp was.

In het boek 'Verzet in Nederlands-Indië', blz 183 en 184, staat zo het een en ander over de rol van Van den Eeckhout en daar komen een paar passages voor die in het licht van wat hierboven staat, curieus zijn.

De door de Japanner Hamaguchi geleide KOP (Kantor Oeroesan Peranakan) werkte het voormalig Volksraadlid P.F. Dahler, die altijd voor een republikeins Indonesië had gepleit. De KOP probeerde Indo-jongeren, die voor de Jappen een gevaar vormden als onverwachte macht in de rug, tot pro-Japanse activiteit te brengen. Hein van den Eeckhout, die eerder een pro-Japanse organisatie PAGI had opgericht in Kesilir, mocht dat kamp met zes kampgenoten verlaten. Om in Batavia Indo-jongeren tot samenwerking te brengen. Hij ontbood in september 1944 alle Indo-jongens tussen 16-23 jaar bij de KOP. Dara moesten ze ondubbelzinnig zeggen of ze 'pro' dan wel 'anti' waren om samen te werken met Dai Nippon en de Indonesiërs.

De 'anti'-zeggers moesten later terug komen bij de KOP, waar Hamaguchi nu hun meegebrachte moeders toesprak, zeggend dat de Indo's niet was gevraagd om militaire activiteiten te ontplooien. Onder de jongeren brak een kleine opstand uit, die vergeefs gesust werd door Peltzer, nam Eric Soute daarna het voortouw door de jongeren vanaf een tafel toe te schreeuwen dat ze hun afkomst niet mochten verloochenen; ruiten braken en Japanse vlaggen werden vernield.

Eind september werden zo'n vijftig jongens opgepakt en naar de PID in Batavia gevoerd. De meesten waren 'anti-zeggers, aangenomen moet worden dan Van den Eeckhout de selectie had uitgevoerd.

De jongens die vroeger of later verklaarden samen te willen werken met de Japanse overheid en/of de Indonesiërs werden verplicht Japanse en Indonesische taallessen te volgen en aan excercities deel te nemen. Tachtig van hen werden in december 1944 naar de landbouwonderneming Klapa Noenggal bij Buitenzorg gestuurd. Halimoen was dus blijkbaar net zo'n soort kamp.

In januari 1945 selecteerde Van den Eeckhout op bevel van de Japanners 120 jongeren in Batavia, plus de al gearresteerden uit september 1944, die naar Glodok werden gebracht. Daar werden ze nogmaals gevraagd 'pro' te zeggen en daarvan kwamen achttien nog vrij. De omstandigheden in Glodok waren zo slecht dat meer dan tien procent van de ongeveer 670 geinterneerden, om het leven kwam.

Deze informatie dekt die uit Lou de Jong's standaardwerk in grote trekken, zeker is dat de Japanners grote aantallen Indo's naar diverse landbouwondernemingen stuurden.

Ervan uitgaand dat je iedereen minstens het voordeel van de twijfel moet geven, zitten toch. merkwaardige kanten aan de zaak en aan het interview door Boekholt zélf gegeven.

Zoals: 'moest je nu wel of niet tekenen om uit een interneringskamp, zoals Tjimahi, te geraken (waar Boekholt niet inzat, want hij zat met een 'goed' cijfer op zijn pendaftaran, buiten het kamp) en hoe kwam je dan in Halimoen?'

Het is van tweeën één: Je moest blijkens de feiten - ook in Boekholt's letterlijke tekst - een 'pro'-verklaring afgeven en kwam dan in een kamp met minder streng regime: meer eten, bezoek geoorloofd, taallessen etc., of je verdween in een interneringskamp, met Glodok als verschrikkelijk dieptepunt. Dat laatste gold zeker gedurende het laatste halfjaar van de oorlog.

Ook de door hemzelf gegeven periode klopt niet: in het interview duidt hij op 'laatste vijf maanden' in Halimoen, dan zou dat betekenen vanaf maart 1945. Ook dat valt niet te rijmen met de hierboven genoteerde feiten, want die later geinterneerde jongens werden naar Glodok gebracht.

Het kan na ruim vijftig jaar van belang zijn deze zaken alsnog beter te screenen en daar openheid in te betrachten, waar het een persoon betreft die zich zo nadrukkelijk en bij herhaling manifesteert, sprekend 'namens' de Indische gemeenschap.

Het is zeer de vraag als het bovenstaande juist is, of die Indische gemeenschap wel prijs stelt op dergelijke vertegenwoordiging. Het antwoord op die vraag moet ondubbelzinnig gegeven kunnen worden.