Dalang Mabuk
Over stiekem gedrag

Steeds beter komt aan het licht dat weer een gigantische maskerade wordt opgevoerd rond de Indische gemeenschap in Nederland.
Er liggen nu in dat verband twee cruciale rapporten op tafel: over de Indische tegoeden en het afsluitende rapport Kemenade over Joodse tegoeden. Over beide - maar vooral over het laatste - rapporten is bij verschijnen heftig gesteggeld.
Bij de presentatie van beide rapporten is aangekondigd dat aanvullende gesprekken zouden worden gevoerd met de Joodse, Sinti/Roma, homosexuelen en Indische vertegenwoordigers.
Even buiten beschouwing latend de eerste twee genoemde categorieën, beperkt de Dalang Mabuk zich tot het Indische deel. Opvallende conclusie bij het Indische rapport is dat de Jappen zich netjes hebben gedragen bij het respecteren van andermans eigendom. Je kunt n.a.v. hun gedrag op andere fronten, zoals de kampen in door hun leger bezette gebieden, daar vraagtekens bij zetten, omdat de beeldvorming onder de doelgroep anders schijnt. Maar ja, onderzocht is wat gebeurde met bank- en girorekeningen van Indische mensen. 

De eindconclusie van de commissie luidt:
'De Tweede Wereldoorlog en de Japanse bezetting van
Nederlands-Indië hebben niet geleid tot aantasting van
banktegoeden en levensverzekeringen van Indische
ingezetenen. Na de oorlog zijn de rechten van bankcliënten en
polishouders vrijwel onverminderd gehandhaafd gebleven. De
maatregelen van de Nederlandse, de Indische en daarna van de
Indonesische overheid op het gebied van geldcirculatie en
deviezenbeheer hebben veel problemen opgeleverd. Veel
mensen zijn door het niet beschikbaar komen van gelden bij
banken en verzekeringsmaatschappijen teleurgesteld.
Rechtsherstel en de Rehabilitatieregeling hebben deze situatie
verzacht, maar niet in alle gevallen opgevangen.'

Daar ligt dan ook de pijn, want de meeste Indische mensen hadden eenvoudig geen tegoeden bij financiële instellingen. Men verstopte thuis het geld, eventueel begroef men juwelen en edelmetalen. Het is niet gewaagd om te beweren dat tachtig procent van de niet-vermogende Indische mensen - waaronder zeer veel kleine Boengs, Indo's - hun in kousen verstopte 'rijkdom' eenvoudig ergens thuis hield. Aan dat onderzoek is de commissie zlefs niet eens begonnen!
Geen wonder dat de commissie niets vond dat naar roof wees, noch tijdens de Japanse bezetting, noch in de tijd van Bersiap.
Dat is dus niet erg bevredigend voor het grootste deel van Indische mensen. Het opvallende is echter dat vanuit die groep totnutoe nauwelijks kritische reacties hiertegen zijn gekomen.

Voorschotjes.
Intussen zijn een aantal voorschotjes door de regering en lokale bestuurders gegeven, met het oog op de viering van een paar eeuwen Japans-Nederlandse betrekkingen en het a.s. bezoek van de Keizer van Nippon. Zoals: een Amsterdamse Bos-Kersentuin, een Indisch Herinnerings Centrum (IHC), intussen omgedoopt tot Indisch Huis en een (psychologisch) presentje in de vorm van SOTO welke de nogal negatief gewaardeerde terugkeer van oorlogs-slachtoffers zou gaan inventariseren. Dalang Mabuk heeft over deze kwesties al een paar keer in Blimbing geschreven.

Het zijn in feite economische motieven, hoe houden we de band met Japan mooi en jagen niet tegelijkertijd de Indische mensen de gordijnen in. Daar kun je een paar dingen van zeggen. Zoals de vraag stellen wat dan het bijzondere is om de Japans-Nederlandse band zonodig feestvierend te willen herdenken? De werkelijkheid is dat Nederland - vierhonderd jaar terug op Decima tegen vernederende voorwaarden op een eilandje ter grootte van een moderne supermarkt-parkeerplaats - zich mocht vestigen en dat Japans imperialisme die band in 1942 abrupt om zeep hielp. Ook niet van de ene dag op de andere, maar in een langjarig voorbereide actie d.m.v. infiltranten, overal in NOI. Wat heet vriendschappelijke betrekkingen?

Wie was de gesprekspartner voor Kok c.s.?
De Nederlandse regering heeft bij het subsidie van vijf miljoen voor het IHC op de koers gevaren van het zogeheten 'Indisch platform' (IP). Met het IP overlegt het Kabinet - wanneer daartoe aanleiding is - en het wordt beschouwd als representant van de Indische groep. Een onderzoek naar inhoud, doelstelling en filosofie welke achter het beslissende advies door IP staan, lijkt gerechtigd, ware het niet dat in de praktijk het bijna onmogelijk lijkt precies te achterhalen, welke organisaties aan IP meewerken.

Doodlopende vraag.
Probeer je achter de laatste kwestie te komen dan bel je Pelita op, omdat ze pretendeert zowel als hulpverlener aan de Indische groep te funktioneren, als daadwerkelijk deelneemt binnen IP, dat haar standplaats op het adres van Pelita heeft.
De simpele vraag welke de namen zijn van de achttien deelnemende organisaties, stuit op onwil van de antwoordende figuur bij Pelita, ze verzoekt een week later terug te bellen naar de secretaresse van IP. Na enig aandringen waarom een openbare organisatie geen antwoord geeft op zo'n simpele vraag, wordt gemeld dat de voorzitter daarover gaat. En tenslotte wordt zeer terughoudend de moeite genomen om de namen van de organisaties door te bellen.
Voor de boekhouding, dit zijn ze (later misschien meer over de doelstellingen van die organisaties: 

BEGO - CENSIO - GLODOK 1944-'50 - 15 Augustus-herdenking - IPB - IWI - JES - Jongenskamp Ambarawa - Jongenskanp Tjimahi - Kamp Bangkongan - KJBB - Oud KNIL - NINES - Oud Scheepvaart/Marine - Pelita - Vrienden KNIL

Meer kom je niet te weten, wat opmerkelijk is omdat Pelita een jaar terug de betaalde 'helpdesk'IMG - dat staat voor 'Indische Nederlanders en Molukkers' - opende voor vragen vanuit de Indische groep, dat kost 99 cent/minuut. OK privatisering dus, maar geen antwoord geven op simpele vragen naar een adreslijst.

Verantwoordelijkheid
Het lijkt misschien op tamboereren, terugkomen op ouwe koeien etc., maar er is duidelijk sprake van een lijn in de wijze waarop het IP zijn adviezen inkleedt. Neem het IHC, waarover het volgende staat in een bericht uitgegeven door het ministerie VWS:

'Investeringssubsidie van vijf miljoen gulden is
gebonden aan voorwaarden. Een hiervan is dat de
stichting tot overeenstemming komt met de huidige
eigenaar voor de aankoop. Daarnaast moet de Stichting
Indisch Herinneringscentrum nog dit jaar een
investeringsplan indienen bij de minister, inclusief de
bouwkundige aanpassingen, de inrichting en de
educatieve opzet. Ook moet de stichting aangeven hoe zij
de exploitatie denkt te financieren. Hiervoor stelt Minister
Borst jaarlijks Fl. 500.000,- gulden beschikbaar.'

Dat staat in feite voor carte blanche aan de personen die door de Stichting IHC zijn benoemd voor exploitatie van het Indisch Huis. Want er is geen gestructureerd plan hoe men de exploitatie denkt in te vullen, met name op het gebied van culturele activiteiten. Zelfs het in januari 2000 verschenen overzicht door IHC geeft daarover geen uitsluitsel. 
Alleen al de vergelijking naar 'dergelijke centra in Vught, Westerbork en voor de Joodse gemeenschap de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam' wekt braakgevoelens op. Het is geen blik op de toekomst, is weer terugzakken in niet-verwerkte leedgevoelens. Het vergelijk met de Joodse oorlogs-geschiedenis lijkt zeer ongepast.
Daarom, de vraag naar verantwoordelijkheden moet duidelijk zijn, evenals het antwoord. Nu zijn door participatie alle zestien organisaties van het IP, verantwoordelijk voor een project dat geenszins een breed maatschappelijk (Indisch) draagvlak heeft. Daarop mogen ze dus worden aangesproken.

Hoe verder?
Vanuit de bovenstaande feiten kun je in gemoede afvragen wat de club, vervolgens de minister, bezielde? Er bestaat immers al een - met veel perkaras omwikkeld - Indisch Cultureel Centrum (ICC) in Zoetermeer, dat indertijd een gift van een miljoen kreeg van de toenmalige minister d'Ancona. Echter - in tegenstelling tot nu bij het IHC - met de strikte clausule dat niet gerekend moest worden op enige verdere financiële steun. Dat ICC bestaat in de huidige lokatie nu vier jaar en heeft zich 'bewezen', met vallen en opstaan, maar wel met een ongesubsidieerde programmering. Waarom zou je dan tegenver een beginnende club (IHC) nu van politiek veranderen en een blanco cheque geven v.w.b. de toekomstige exploitatie? Had het biet voor de hand gelegen van tevoren contact op te nemen?

Het zou interessant zijn voor de Indische gemeenschap te kunnen beschikken over notulen en besluitvorming door IP gepleegd, bij hun advies aan de regering. 
Helaas, blijken die stukken niet te bestaan, ook niet bij wijze van verslaggeving naar de achterban van de deelnemende organisaties. Misschien bestaan ze wel, maar het krijgen van die informatie over een publiek belang, is (zie de moeite die je moet doen om alleen maar achter te komen welke clubs meedoen binnen IP) een eindeloze zaak.
Nu valt b.v. niet goed na te gaan, hoe het zit met belangenverstrengeling. Zoals b.v. de vraag welke rol het Indisch Wetenschappelijk Instituut hierbij speelt, of de St. Herdenking 15 augustus, of de St. Japanse Ereschulden, of Pelita?

Stiekem
Het toppunt van stiekem gedrag is dat - alleen bij toeval - bekend raakt dat deze week (14 februari) een overleg tussen de regering en het IP - bij monde van hun voorzitter -, plus de organisaties JES en BEGO, zal plaatsvinden. Wat nu de uitganspunten zijn van het IP tijdens dit overleg, blijft in het duister.
Stel - het zal wel om geld gaan -, dat een claim wordt gelegd van een paar miljoen, hoe is dan het standpunt van het IP? Welke criteria biivoorbeeld gaan gelden en hoe wordt de pot verdeeld?
Waarbij het niets eens gaat om prive belangen, maar het is op zijn minst van belang dat de Indische groep zelf een oordeel kan geven over zowel de opvattingen van het IP. Dat geldt zowle voor hun opvattingen in het verleden (zie het geval Indisch Huis), als voor de te voeren besprekingen.

Verfbommetjes
Als dit allemaal bedoeld is om onrust binnen de Indische groep m.b.t. het toekomstige bezoek van Keizer Akihito, dan lijkt deze strategie niet erg doeltreffend. Een paar verfbommetjes kunnen t.z.t. daar wel voor zorgen.

* Dalang Mabuk.