Indische Studiedagen niet voor gewone boeng

Tijdens de komende Pasar Malam Besar (PMB) zullen de 6e Indische Studiedagen gehouden. Het thema is ‘Indisch na Indië’. Bestaat het Indische na Indië nog en zo ja, hoe en waar?

Die vragen zullen voor de meeste pasarbezoekers onbeantwoord blijven. Het inschrijfgeld bedraagt namelijk ƒ75 per dag. En voor twee dagen betaalt u ƒ135. Zes jaar geleden, toen de studiedagen in Leiden werden gehouden, moest ƒ45 worden neergeteld. Daar zat bovendien een lunch bij inbegrepen.

Waarom zijn die studiedagen in hemelsnaam verhuisd? Niet om meer bezoekers te trekken. En zeker niet om de gewone boeng te kunnen bedienen. Een eenvoudig rekensommetje. Stel, je woont in Amersfoort. Een treinretourtje kost ƒ41,50. Voor een lunch met glaasje tjendol betaal je op de PMB al snel ƒ25 tot ƒ30. Reken daar nog het inschrijfgeld bij en je komt uit op zo’n ƒ145. Ga je met je partner, dan kost een studiedag bijna driehonderd pop. Of, als je de laatste berichten moet geloven, een kwart ‘gebaar’.

Toen ik de aankondiging las, werd ik herinnerd aan een verhaal van mijn vader. Hij vertelde me over het pact dat de burgemeester en de pastoor van mijn geboortedorp in de jaren dertig sloten. ‘Als jij ze dom houdt, dan hou ik ze arm’, luidde het voorstel van de burgemeester. De pastoor had er een fles miswijn op ontkurkt.

Nu wil ik voor de Indische Studiedagen niet zo ver gaan. Maar ze zijn niet bedoeld voor de gewone boeng. Die mag zich in de andere tenten vermaken met een stukje volkscultuur. En dat is ook niet goedkoop. 

NB: Riny Boeijen schreef al eerder in BLIMBING over de hoge entreegelden tijdens de Pasar Malam Besar


Kanttekening van Dalang Mabuk:
Aan de Stichting Tong Tong is om commentaar gevraagd, hierop werd het volgende antwoord ontvangen:

'Op uw website zijn de toegangsprijzen van de Indische Studiedagen besproken; ik zou graag voor de volledigheid de gereduceerde prijzen  nog eens doorgeven.
Donateurs van Stichting Tong Tong betalen f 67,50, 65-plussers f 55,- en studenten/CJPers f 37,50. 
Voor twee dagen zijn de gereduceerde tarieven respectievelijk f 121,50,  f 99,-, en f 67,50.
Met vriendelijke groet, 
Esther Wils, Coördinator Indische Studiedagen'

De prijsbepaling schijnt verband te houden met de overweging dat de studiedagen v.w.b. de bezetting van de theaters een verliespost betekenen, de organisatoren kunnen dan immers geen andere evenementen op die plaats plannen. Tweede overweging is dat blijkbaar pas in een zeer laat stadium subsidie is aangevraagd, waarop (nog) geen uitsluitsel is binnen gekomen.
Je kunt je natuurlijk afvragen of dat subsidie eventueel later nog eens terugvloeit naar de bezoekers van de studiedagen? En of de opvatting dat programmering van de studiedagen financieel 'neutraal' dient te zijn, wel een goed uitgangspunt is. Je weet dat cultuur zichzelf in dit land niet kan bedruipen, als je dan de pretentie hebt om als Pasar Malam Besar die cultuur uit te dragen, dan schept dat verplichtingen.


REACTIE VAN EEN LEZER

Behalve in het artikel genoemde bezwaren, zijn er bezwaren die veel zwaarder wegen.
De gewone boeng met een skolah djongkok opleiding verstaat de taal der wetenschappers niet.
Zij komen, indien de hoogbejaarden nog kunnen komen, slechts om bepaalde kennissen wellicht
voor de laatste keer te ontmoeten, de sfeer en het eten.
Op 16 juni 1989 organiseerde het COMT eveneens een studiedag over de Indische Nederlanders in de 
Universiteit van Leiden. Iedere belangstellende Indischman/vrouw was welkom. Aan het woord kwamen zeer, zeer geleerde heren met wel drie titels.
Toen ik na afloop naar huis ging worstelde ik met de vraag :"Ging dat symposium nu ook over mij?"
Ik kon met geen mogelijkheid mijn identiteit terug vinden in de dure woorden van de nog duurdere
wetenschappers (wie en wat dat ook mogen zijn). Maar ja, ik was maar een gewone boeng. Ook nu nog. Dit was zo maar een opmerking om de kleine boeng te verontschuldigen als hij niet komt luisteren naar soms hoogdravende, voor hem onbegrijpelijke taal. Zijn kwaliteiten liggen elders, maar zijn daarom niet minder goed.
Toch wens ik de deelnemers vruchtbare dagen toe.
Guus de Nijs.


Toen ik het studieaanbod las en de daaraan verbonden prijzen dacht ik, dit is wel heel elitair en pretentieus opgezet.
Ik las de naam van Rudi Kousbroek, daar had ik wel graag een debat mee aangegaan, maar zoiets moet je perse laagdrempelig houden.
Daar komen  de kosten en moeite van reizen nog bij.
Ik vind de kosten bij de Balie en de Rode hoed, ongeveer f.10.- tot f.15.- al the limit.
Zaken van de geest en de wereld van de ideeën, moet je voor iedereen toegankelijk houden.
Het gaat er niet om of je het al dan niet betalen kan maar om het principe.
Daarom onderschrijf ik de geest van de brief.
Met vriendelijke groet, 
Gerard Meulemans.


COMMENTAAR

De discussie rond de stellingen van mevrouw Kluveld in de NRC van 26 juni over 'Indisch ressentiment' neemt een bizarre vorm aan. Een voorbeeld is de brief van Siem Boon, als secretaris van de Stichting Tong Tong, die de Pasar Malam Besar (PMB) in Den Haag organiseert.
Langzamerhand gaan veel Indische mensen zich ergeren aan het alleenrecht dat door deze organisatie wordt geclaimd m.b.t. wat wél en wat niét 'Indisch' zou zijn etc.
De werkelijkheid is in de ogen van veel niet-bezoekers anders: de PMB is allang uitgegroeid tot een commerciële exotische markt, waar Indo's als 'window-dressing' figureren, langzamerhand wordt de rol van de oude generaties ontkend terwijl de nieuwe macho's en lekkere meiden hun slag slaan.
Neem de toegangsprijzen die voor de gemiddelde Indo-yup misschien 'normaal' zijn, maar die de gewone Indischman en -vrouw - de kleine 'boeng' - onbetaalbaar zijn geworden. Omdat Amanda Kluveld in haar artikel het e-zine BLIMBING citeerde, is het goed ook te wijzen op de kritiek vanuit dat blad i.v.m. die prijzen.
Er zijn twee discussiedagen geweest - over de opbouw van het programma valt al heel wat af te dingen, maar dat is een ander verhaal -, die een gemiddelde bezoeker meer dan hondervijftig gulden per dag kostten. 
Niemand begrijpt b.v. waarom die studiedagen van de Leidse Universiteit zonodig moesten worden verplaatst naar de peperdure locatie op de PMB.
In Leiden betaalde men vijfenveertig gulden, inclusief de lunch.
Zouden dat nu niet van die zaken zijn waarom mensen niet meer naar de PMB gaan.