Interview met Sukini Laureys
De pijn van de Indo
Eind vorig jaar hield ze met 'Het Eerste Taboe'
een opvallend betoog tijdens een bijeenkomst van het Indisch Netwerk in
Amsterdam. Haar lezing was zo baanbrekend, omdat Sukini Laureys' uiteenzetting
ging over huidskleur, zelfhaat en discriminatie binnen Indische kringen. De
eerste zin van haar verhaal luidt:
`Ik doel op racisme. Aan de hand van mijn verhaal wil ik laten zien hoe racisme
vanaf onze geboorte iedere dag ons leven bepaalt, zonder dat we ons hiervan
bewust zijn. Het is zelfs van het grootste belang dat we ons hiervan niet bewust
worden. Vandaar: het eerste taboe.'
We spreken af in de foyer van De Balie in Amsterdam. Ze is een elegante
verschijning, begin vijftig, met gevoelige, denkende ogen. Wat was voor haar
aanleiding tot het schrijven van dit opmerkelijke essay? Ze neemt de tijd
voordat ze antwoord:
`Wat is een Indo? Wat bindt ons nou? Joden hebben hun geloof, blijkbaar is voor
Indo's hun huidskleur, hun uiterlijk de bindende factor. Ik geef hiermee aan wat
ons bindt en daarmee tegelijkertijd de verminking als gevolg van kolonialisme en
racisme.'
Wat is dan toch die band?
`Het kolonialisme heeft de identiteit van kleurlingen, van alle rassen,
verminkt. Dat is de pijn van de Indo. Deze term wordt wel breed geaccepteerd
maar niet nader omschreven. Dat heb ik gedaan.'
Is zo'n alomvattende theorie wel toepasbaar op iedere Indo?
`Alleen als je daarin mee wil gaan. Als iemand nergens last van heeft, dan stopt
het. Het is zo'n persoonlijk verhaal geworden, omdat de weg, de pijn voor een
ieder heel persoonlijk zal zijn. Daarom heb ik het onder pseudoniem geschreven.'
Hoe zou je die pijn omschrijven?
`Het is een psycho-sociale verminking om voor een groot deel afgesneden te zijn
van jezelf. Als je probeert te verblanken om een betere positie te verwerven,
dan wijs je toch je donkere stuk af. Dat doen heel veel Indo's. Ze voelen zich
niet bruin, maar blank. Als je het hebt over een verbindende factor tussen
Indo's, dan komt huidskleur niet eens ter sprake. Het wordt ontkend. Ik ben er
zelf ook pas sinds vier jaar achter. Ik ben jarenlang razend geweest en ik wist
niet waar ik met die boosheid naartoe moest. Het is trouwens pertinent geen
boosheid naar Indo's. We zijn vals voorgelicht, in verwarring gebracht over
onszelf. Eigenlijk zou bij de blanken een collectief schuldgevoel moeten
bestaan. Ik weet nu waar ik thuis hoor en misschien kom ik ook nog wel van mijn
eigen racisme af. Ik heb een soort checklist gemaakt zodat je dat bij jezelf
kunt nagaan.Een soort behandelplan', zegt ze lachend.
Sukini's checklist omvat zes punten waaronder de vreselijke zelfhaat van de
kleurling.
`Door contact met blanken kom je op een hoger plan, het contact met donkere
mensen daarentegen verlaagt je, was de impliciete les van mijn ouders. Het is
zaak te verblanken. De Indo zoekt blanke vrienden en partners die de liefde voor
hem of haar vorm kan geven, want zelf kunnen ze het niet. Als je om die reden
een blanke partner hebt, vraag je het onmogelijke van hem. De enige die je
liefde kan geven, ben je zelf. Door dit inzicht is de kwaliteit van mijn leven
zo verbeterd, dat wil ik aan meer Indo's aanbieden. Een ander punt is dat de
blanke groep misbruik maakt van ons streven om blank te worden. Zij zeggen
bijvoorbeeld dat Indo's beter zijn dan allochtonen. Toen de Surinamers zich in
Nederland vestigden, is dit gebeurd. De Indische groep steeg ogenblikkelijk op
de maatschappelijke ladder. We raakten het monopolie op het stigma eng,
onbetrouwbaar en lui kwijt. Dit werd versterkt na de komst van Turken en
Marokkanen. Blanken vinden het een compliment om te zeggen: Jij een Indo?
Welnee, ik zie geen verschil. Maar dat is het addertje onder het gras, want ze
ontkennen een deel van je.'
Een ander kwestie die meespeelt is volgens Sukini dat gekleurde vrouwen als
seksueel wezen een bijzondere aantrekkingskracht hebben.
`Blanke mannen hebben in de tijd van slavernij en koloni‰n altijd een seksueel
volledige beschikbaarheid ge‰ist van gekleurde vrouwen. Frantz Fanon stelt in
'Zwarte huid, blanke maskers', dat de neger/kleurling een geweldige seksuele
potentie werd toegeschreven. Slaven verliezen al hun rechten en worden gezien
als beesten: slecht en zondig. Ook dat herken ik. Van huis uit heb ik mijn
sensualiteit altijd als slecht moeten zien. In Indische families moest men
preutser zijn dan de Nederlanders. Daardoor is mij grote kracht ontnomen, dat
maakt een mens heel eenzaam. Ik moest altijd de indruk vermijden als hoer te
worden gezien. Daarom zijn wij Indo's sterk gebonden aan nette manieren.Dat
wordt van generatie op generatie overgedragen.'
Bewustwording van dit verinnerlijkte racisme is een eerste stap, volgens Sukini.
Ze besloot haar verhaal met:
`Stel dat een dergelijk bewustwordingsproces op gang komt, wat zal dat niet
kunnen betekenen voor alle slachtoffers van het koloniale racisme. Bedenk wat
een onderlinge solidariteit voor kracht mogelijk kan ma ken. Er is ons, en zeker
onze voorouders, groot onrecht aangedaan. Daarom zouden Indo's de Nederlandse
staat niet alleen moeten aanspreken op excuses van de Japanse keizer voor het
aangedane leed in de oorlog, voordat hij volgend jaar op bezoek komt. Maar ook
ooit op haar eigen aandeel in de slavernij en koloniaal bewind in
Nederlands-Indie.'
Wat voor reacties kreeg ze na het voorlezen van haar betoog?
`Een man werd tijdens die bijeenkomst heel boos. Hij vond dat ik generaliseerde.
Die avond zelf reageerden verder vooral derde generatie vrouwen, op een
positieve manier. Vrouwen van de eerste en tweede generatie hebben mij bedankt
voor het eerbetoon aan hun voormoeders. Maar het is een pijnlijk, persoonlijk
proces. Ik denk dat daarom weinig mensen reageerden. Daarvoor moet je eerst de
eigen koloniale geschiedenis kennen.'
De integrale tekst van Sukini Laureys' lezing Het
Eerste Taboe is te lezen op de volgende site:
http://www.euronet.nl/~indoweb/lezingen/eerstetaboe/html