|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Bersiap-conferentie NIOD te weinig
openbaar.
Een gemiste kans
Van 25 tot en met 27 juni j.l. had het Nederlands Instituut voor
Oorlogsdocumentatie (NIOD) een
conferentie
georganiseerd onder de titel ‘De gewelddadige vrijheid’, met als
ondertitel ‘Identiteit en chaos in Indonesië 1945-1946’. Een groot aantal
historici uit binnen- en buitenland was uitgenodigd om in het Engels, want dat
was de voertaal, hun licht laten schijnen over verschillende aspecten van wat
bij Indische mensen bekend staat als de Bersiap-tijd.
Vooraf enkele kritische opmerkingen over de toegankelijkheid van de
conferentie voor gewone mensen die de Bersiap-tijd aan den lijve hebben
ondervonden, of uit persoonlijke belangstelling wilden horen wat de dames en
heren historici te vertellen hebben. Voor zover zij niet persoonlijk door de de
organisatie waren uitgenodigd konden belangstellenden alleen de eerste dag
bijwonen tegen betaling van een bedrag van Eur 17,50 (inclusief koffie en
lunch). Die eerste dag werd gehouden in de grote zaal van Felix Meritis.
De volgende twee dagen waren slechts toegankelijk voor een zeer beperkt publiek,
omdat deze plaats vonden in een klein zaaltje van het NIOD-gebouw. De huur van
drie dagen Felix Meritis bleek voor het NIOD te begrotelijk.
Vanuit Indische kring is de laatste maanden een felle discussie ontbrand met
de directeur van het NIOD, Hans Blom, over het besluit om binnen het
aangekondigde Breed Historisch Onderzoek (BHO) m.b.t. de gevolgen van de
dekolonisatie van Indonesië de Bersiap-tijd niet als apart onderwerp aan een
historisch onderzoek te onderwerpen. De argumenten van de zijde van de NIOD om
dit onderzoek achterwege te laten, hebben vertegenwoordigers van de Indische
mensen en met name van de slachtoffers van de Bersiap niet kunnen overtuigen.
Als tegemoetkoming voor deze ommissie had het NIOD het leed kunnen verzachten
door de gehele conferentie voor álle belangstellenden open te stellen. Dat had
b.v. gekund door een kleine subsidie aan te vragen, of door het aantal
buitenlandse gasten te beperken.
Remco Raben wees in zijn inleidende voordracht nog op het feit dat deze
conferentie vooral niet moest worden gezien als een tegemoetkoming aan de
bezwaren die in Indische kring heersen over het uitsluiten van de
Bersiap-periode bij het BHO. Deze conferentie was volgens Raben al drie jaar
geleden op de agenda gezet.
De NIOD had als organiserende organisatie beter haar excuses kunnen aanbieden
aan de teleurgestelde mensen die nu twee-derde van de conferentie wegens
plaatsgebrek niet konden bijwonen. De teksten van de ‘papers’ zullen op zijn
vroegst volgend voorjaar worden gepubliceerd. Met een beetje goede wil had dit
ook wel wat eerder gekund en dan het liefst (maar hopelijk gebeurt dat ook) in
een voor ieder begrijpelijke Nederlandse vertaling.
Veel van de lezingen werden in een voor buitenstaanders vaak onbegrijpelijk
historisch jargon voorgedragen. Sommigen spraken met een bijna onverstaanbaar
accent, zoals de Japanner Ken’ichi Goto. Bovendien betrof zijn onderwerp de
nogal irrelevante zienswijze van een Japanse diplomaat uit die tijd.
Eerlijkshalve moet hierbij worden gezegd dat Goto’s lezing in de plaats was
gekomen van die van de Japanse historica
Aiko Kurasawa, die op het laatste moment had afgezegd. Dat was erg jammer,
want haar visie is meestal duidelijk en scherp.
Gerda Jansen Hendriks, die als historicus en redacteur verbonden is aan het
televisieprogramma ´Andere Tijden´, becommentarieerde een aantal journaalfilms
uit de betreffende periode. De eerste beelden verschenen pas in december 1945
als Polygoon-journaal in de Nederlandse bioscopen, waarbij alle pijnlijke
onderwerpen, zoals de moorddadige Bersiap-tijd, zorgvuldig werden vermeden.
Soekarno werd niet eens genoemd.
In de discussie aan het eind van de ochtendzitting trokken vooral de
relativerende opmerkingen van de Indonesische historicus Bambang Purwanto de
aandacht. Hij vertelde bijvoorbeeld op hoeveel weerstand hij in zijn eigen land
stuit bij de geringste poging de officiële geschiedenis van de revolutie wat te
objectiveren. Hij had al het verwijt naar zijn hoofd gekregen geen echte
Indonesiër te zijn. De benaming Bersiap-tijd kent men in Indonesië niet. Dat
heet daar de Tijd van de Chaos. Purwanto erkende tenvolle dat er in die
tijd verschrikkelijke dingen zijn gebeurd, maar meende dat het misschien
zinniger zou zijn als er voortaan meer accent zou worden gelegd op het
humanitaire element dat in deze periode zo nadrukkelijk een rol heeft gespeeld.
Na de lunch sprak Mariska Heijmans-van Bruggen van het NIOD over de verschillen
en overeenkomsten tussen de situatie in Medan en Yogyakarta. In Medan trachtten
in 1945 de Britten hun gezag te vestigen en in Yogyakarta maakten Indonesische
nationalisten de dienst uit. Dit had voor de Nederlandse burgers in deze steden
verschillende gevolgen In Medan moesten de Nederlandse ex-geïnterneerden, maar
ook Britse ex-krijgsgevangenen in veiligheid worden gebracht en geëvacueerd
worden, in Yogya werden veel Nederlanders juist geïnterneerd door Indonesiërs.
De voordracht van Mariska Heijmans was - in ieder geval voor mij - niet altijd
goed te volgen. Het lijkt mij echter zeer de moeite waard om mettertijd haar
lezing nog eens aandachtig door te lezen. Zeker voor mensen die tijdens die
spannende tijd in Medan of Yogya grote angsten hebben moeten doorstaan.
Roger Buckly, hoogleraar aan de Internationale Christelijke Universitiet in
Tokio, sprak daarna over de rol van het Britse leger op Java en Sumatra. Hij zei
erover verbaasd te zijn dat nog niemand de naam van de toenmalige
opperbevelhebber van de Geallieerde Strijdkrachten in Zuid-Oost Azië, Lord
Mountbatten, had genoemd. Volgens Buckly zat Mountbatten dermate met de
revolutionaire situatie in Indonesië in zijn maag dat hij altijd vermeden heeft
de Britse troepen daar te bezoeken. Hij raadde historici aan om bij bestudering
van de Britse betrokkenheid vooral de uitgebreide verslagen en dagboeken van de
verschillende Britse eenheden door te lezen. Hij betoogde dat de steun die
Brits-Indiërs, die het overgrote deel van de Britse strijdmacht in Indonesië
uitmaakten, aan de Indoneeische revolutie, vrij beperkt is gebleven.
Robert Cribb sloot de rij van sprekers met een lezing waarbij hij drie
gewelddadige perioden in de Indonesische geschiedenis, te weten 1945-’45, de
coup van 1965 en de anti-Chinese en religieuse moordpartijen van 1998 (na de val
van Soeharto) met elkaar vergeleek. Het was een nogal theoretische betoog,
waarbij Purwanto in de slotdiscussie enkele kritische kanttekeningen plaatste
ten aanzien van de generalisaties die Cribb ten aanzien van het Indonesische
volk had gehanteerd.
Was er al kritiek te leveren op de opzet van deze conferentie en haar
beperkte toegankelijkheid, daarnaast viel het op dat vanuit het publiek weinig
historisch kritische vragen werden gesteld.
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|