|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Bezuinigingen en solidariteit
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport herziet zijn
subsidiebeleid grondig. De Nota ´Kennis, Innovatie, Meedoen; beleid
begrotingssubsidies VWS´ schetst de contouren van het nieuwe beleid en biedt
houvast voor de toekomst. Belangrijkste reden om te komen tot een nieuw
subsidiebeleid is het besef dat het huidige subsidiebeleid onvoldoende aansluit
bij de actuele beleidsprioriteiten en verantwoordelijkheden van VWS.
Sommige maatschappelijke organisaties en instellingen raken hun volledige
subsidie kwijt. Tientallen andere stichtingen, waaronder het Indisch Huis (ooit
toch opgezet als Indisch Herinnering Centrum !), raken minimaal tien
procent kwijt. Wat die kortingen betekenen voor regionale activiteiten, is bij
velen nog volslagen onduidelijk. Ook een hulpverlenende instelling als Pelita
raakt eenzelfde percentage kwijt.
Een en ander valt op te maken uit de nota van het ministerie VWS, die als PDF
file is te lezen op:
http://www.minvws.nl/documents/staf/Nota/kennis_innovatie_meedoen.pdf
Geen wonder dat de dienstverlening zich laat horen:
´In het Parool van 13 september schreef Drs H.G. Vuijsje, algemeen directeur
van JMW (Joods Maatschappelijk Werk) het volgende:
Voor de huidige politiek lijkt niets meer heilig te zijn. Voor het eerst sinds
de invoering van de wetten voor oorlogsgetroffenen wordt de hulpverlening aan
oorlogsgetroffenen ernstig door overheidsbezuinigingen bedreigd. De vraag is
hoeveel begrip er anno 2003 nog bestaat voor oorlogsgetroffenen uit de Tweede
Wereldoorlog? Amanda Kluveld, dochter van Indische ouders, liet zich onlangs in
NRC/Handelsblad ontvallen: ´de ouwetjes moeten ophouden met zeuren over gebrek
aan erkenning.´
Zo'n uitspraak blijkt nieuwswaarde voor de krant te hebben en geeft aan hoe
graag we in deze maatschappij van die oorlogsproblematiek af willen. Die oorlog
is toch al lang voorbij!
Voor professionele hulpverleners in het veld vormt dat geen nieuws! Het laat
zien wat we al wisten: dat oorlogsgetroffenen steeds meer geïsoleerd komen te
staan en dat zelfs kinderen vinden dat hun ouders moeten ophouden met zeuren.
Zijn die oorlogsgetroffenen niet meer dan jengelende kinderen die zo graag een
aai over hun hoofd willen hebben? Of kan het zijn dat dit ´zeuren´ meer is?
Als algemeen directeur van Joods Maatschappelijk Werk heb ik weinig ervaring met
het ´gezeur´ van Indische oorlogsgetroffenen, maar des te meer met dat van
Joodse vervolgingsslachtoffers waarvan nog ruim 11.000 in leven zijn. In een
evaluatie van onze hulpverlening analyseerden wij de hulpvragen van
vervolgingsslachtoffers. Wij signaleerden een fenomeen dat als een rode draad
door alle hulpvragen van oorlogsgetroffenen loopt, nl. een collectieve ervaring
van onbegrip, miskenning, vervreemding en onveiligheid. Wij noemen dit
´erkenningproblematiek´.
Deskundigen als Begemann en Van der Ploeg gaven hier al in 1989 een verklaring
voor. Zij stelden dat de gebeurtenissen die oorlogs- en geweldsslachtoffers
hebben ondergaan een radicale ontwrichting vormen van hun normale bestaan. Niet
alleen voor de omgeving, maar ook voor de slachtoffers zelf is de werkelijkheid
van het geweld onvoorstelbaar. Omdat de beelden en herinneringen bij de
slachtoffers echter onuitwisbaar zijn, lopen die persoonlijke werkelijkheid en
de maatschappelijke werkelijkheid steeds meer uiteen. Het verzwijgen van die
persoonlijke werkelijkheid door de omgeving, het geen aandacht besteden aan die
werkelijkheid, betekent voor de slachtoffers opnieuw een ontkenning van hun
bestaan.
Er is veel bereikt de laatste jaren. De Overheid heeft haar kille beleid ten
opzichte van oorlogsslachtoffers na de oorlog erkend en tegoeden zijn terug
gegeven. Op het persoonlijke vlak blijft echter het onbegrip. Zelf hebben de
oorlogsgetroffenen moeite om hun verhaal te vertellen en hun omgeving is er
steeds minder in geïnteresseerd. Hun kinderen -waarvan een groot aantal in de
knoop zit met hun eigen emoties over de betekenis van de oorlog in hún leven-
vinden het vaak te pijnlijk om van hun eigen vader of moeder te horen. Wie wil
nog horen hoe het was om in de concentratiekampen onder de stank en bedreiging
van de crematoria te lopen? Wie is nog geïnteresseerd in de angst die men voelde
als je moest buigen voor een Japanse officier en elk oogcontact kon leiden tot
de dood? Wie kan zich nog inleven in de situatie van onderduikers die in
doodsangst jarenlang in een piepkleine ruimte leefden in de wetenschap dat ze
elk moment door iemand konden worden verraden? Nog steeds leven tienduizenden,
vaak bejaarde, oorlogsgetroffenen dagelijks met die beelden en angsten. De
signalering van Begemann en Van der Ploeg uit 1989 heeft geenszins aan betekenis
ingeboet. Hun inzichten gelden juist meer naarmate de tijd verstrijkt!
De maatschappelijk werkers en vrijwilligers van de organisaties voor
oorlogsgetroffenen vormen een onmisbaar schakel in het netwerk van degenen die
nog wél willen en kunnen luisteren. De vraag is of dit met de aangekondigde
bezuinigingen zo blijft. Heeft de jongere generatie in de politiek nog oor voor
de oorlogsgetroffenen uit de Tweede Wereldoorlog? Blijven voor hen woorden als
'bijzondere solidariteit' en 'ereschuld' onaantastbare begrippen? Het zou het
moreel faillissement van de politiek betekenen indien de ondersteuning die de
hulpverleningsorganisaties nu nog kunnen geven en die voor vele
oorlogsgetroffenen een belangrijke en onmisbare houvast vormt om zich in deze
maatschappij staande te houden, om puur financiële redenen wordt ingeperkt. De
politiek dient het beleid dat sinds 1973 kamerbreed is gevoerd voort te zetten.
Oorlogsgetroffenen van de Tweede Wereldoorlog -Joden, Indische Nederlanders,
Sinti en Roma- hebben genoeg geleden. Voor hen die nog in leven zijn is ook nu
de oorlog nog lang niet voorbij.´
(Tot zover Hans Vuijsje)
Het bovenstaande toegeschreven citaat is niet letterlijk van dr Amanda
Kluveld-Reijerse, de meevoelende suffragette en
Indo-antivivisectioniste, maar dekt wél datgene dat zij als mening
uitdraagt. Zoals nu ook in haar laatste column van 30 september 2003, in de
Rotterdamse kwaliteitskrant NRC-Handelsblad. Immers, haar meegevoel met de
Indische ´ouwetjes´ heeft allang afgedaan om plotseling om te slaan in
bezorgdheid over het voortbestaan van Joodse cultuur in Nederland, dat dreigt te
worden aangetast door de rijksbezuinigingen.
Goedemorgen Amanda, nog Joodse cultuurvlinders gevangen?
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|