|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Frans Deeleman ergert zich aan al die wat te gedweeë Indo’s
Ir. Frans Deeleman is een ‘Indische jongen’ van 77-jaar met nog wat Chinees
bloed in zijn aderen. Hij was tijdens zijn werkzame leven ondermeer elf jaar
lang Secretaris-generaal van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Dat
was om precies te zijn van 1972 tot 1983. Hoewel hij zich jaren lang weinig met
de groep Indische mensen in Nederland heeft bemoeid, wil hij zich nu graag
inspanningen getroosten de gefragmenteerde Indische gemeenschap in Nederland
sterker te maken.
Of het lukt kan hij niet garanderen, want eenvoudig is het niet.
´Wat ik hier nu aantref´, betoogt Deeleman, ´is een hele grote groep
van gedweeë mensen die precies doet wat de overheid zegt. In het voetspoor van
het ministerie heb je een aantal Europeanen. Alles wat daar buiten ligt telt dus
niet mee. Neem het Indisch Huis. Zoals het nu functioneert is dat natuurlijk een
aanfluiting. Er zijn mensen in die Indische groep die haarzuiver zien hoe het
wel zou kunnen. Er zijn anderen die dus ‘collaboreren’. Die hebben het oor van
de belandas. En als die wat zeggen dan is het OK. In dit opzicht is er nooit wat
veranderd. Er zijn dus te weinig Diponegoro´s onder ons die zeggen, je kunt me
de pot op´.
Wat Deeleman ook ziet is iets dat zijns inziens Indo’s en Indonesiërs met elkaar
gemeen hebben. Als je hier niet met een generaal aankomt, zegt hij, dan ben je
niets. Je moet of gezag hebben, of met gezag bekleed worden. Als je dat niet
hebt, of als dat onvoldoende erkend wordt, dan kun je misschien wel een
intellectueel zijn, zoals Du Perron. Maar dat is dan niets meer dan leiderschap
op papier´.
Deeleman meent dat de Indo als gemeenschap eigenlijk niet bestaat. ´Zodra je
iets voor elkaar wil krijgen en al die mensen bij elkaar hebt….adoe, dat gaat
toch niet, want wie is daar nou de baas? Ze willen gewoon niet dat een Indo de
baas is. Kortom, du moment dat de Indo over dat minderwaardigheidscomplex heen
stapt is er geen probleem´.
Over
zijn eigen achtergrond vertelt Deeleman dat hij in 1925 in Soerabaja (Oost-Java)
werd geboren als zoon van een employe een suikeronderneming in de buurt van zijn
geboorteplaats. Op die suikeronderneming is mijn vader ook geboren. Na zijn met
succes voltooide studie Civiele Techniek in Delft (1924) lag er geen
ingenieursbaan voor hem klaar en kreeg een baan bij de maatschappij waar zijn
vader ook al zijn brood had verdiend.
Voor de oorlog was hij twee keer met zijn ouders en jongere broer met verlof in
Holland. Tijdens de Japanse bezetting werd hij met zijn vader eerst in Soerabaja
en daarna in Bandoeng geïnterneerd en vervolgens nog tot mei ’46 bij de
Indonesische nationalisten in Batu (bij Malang.) Toen vertrok het gezin met de
boot naar Holland. Er volgde nog een jaar overbruggings-HBS in Den Haag. Daarna
werd het de Landbouwhogeschool te Wageningen. Zo werd hij landbouwkundig
ingenieur.
Deeleman, achterkleinzoon van de uitvinder van het bekende tweewielige koetsje
de deleman, wilde na zijn studie zo rond 1960 terug naar de tropen en
koos voor een baan in Belgisch Kongo. Hij werd directeur van de koffieplantages
van de Compagnie Cottonière Congolaises. Deeleman was toen inmiddels getrouwd en
had twee kinderen. Nadat Kongo onafhankelijk werd in 1960 braken er al gauw
omvangrijke ongeregeldheden uit en voelde het gezin Deeleman zich gedwongen naar
Nederland terug te keren. Een betrekking als landbouwattaché in Nigeria wees
zijn vrouw – er waren inmiddels vier kinderen – radicaal van de hand. Op het
Departement van landbouw hadden ze een baan voor hem. Hij raakte betrokken bij
een aantal ontwikkelingsprojecten en keerde in 1967 voor het eerst terug naar
zijn geboorteland. In opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken
onderzocht hij de mogelijkheden van samenwerking tussen de instituten voor
landbouwkundig onderzoek in Wageningen en soortgelijke instituten te Pasar
Minggu. Het had succes.
Later groeiden er toen ook plannen om het KIT om te bouwen tot een belangrijk
instituut voor ontwikkelingssamenwerking. Dat ging niet van een leien dakje en
Deeleman werd gevraagd er de leiding te nemen. Hij bleef er elf jaar. ´Eigenlijk
zie ik nu pas de vruchten van het werk dat ik daar toen ben begonnen´, zegt hij.
Nog verder terugkijkend naar zijn jeugd zegt hij: ´In Indië, als je van gemengde
komaf was, dan mocht je daar vooral niet over praten. Mijn moeder is een kwart
Chinees. Haar moeder was een dochter van een kapitein der Chinezen. Toen wij op
die suikerfabriek zaten was daar een ratjetoe van nationaliteiten. Die lui
kwamen maar tot een bepaald niveau, ook al hadden ze gestudeerd. Die zagen dan
volbloed Hollanders komen, die van toeten noch blazen wisten. Die werden
geparachuteerd naar die hogere rangen. Ik heb nooit goed begrepen waarom die
antipathie tegen die belandas daar niet werd aangescherpt. Van mijn vader heb ik
gehoord dat je dus nooit mocht praten over de vermenging van mijn bloed.
Vreselijk. Van mijn moeder hoorde ik dan weer het verhaal dat haar moeder toch
wel van standing was als dochter een Nederlandse bestuursambtenaar en van een
dochter van een Kapitein der Chinezen. Ik heb mijn grootmoeder nog gekend. Het
was een hele statige dame en zij heeft mijn moeder een helemaal Europese
opvoeding gegeven. Dat stuk Chinees is helemaal weggedrukt. Dat waren destijds
drama’s van de koloniale tijd, als je daar gevoelig voor was´.
Dat was toen, maar hoe is het nu?
´Als het Indonesië betreft praten Indo’s alleen over het landschap, het eten,
de bergen, het heerlijke klimaat en de karbouwen, maar zodra je het over de
mensen daar wilt hebben, zijn ze weg. Vergeet niet dat Indo´s altijd hartstikke
vervelend zijn geweest tegen Indonesiërs. Behalve die Indo´s die in de kampong
terechtkwamen. Die waren gelijk en konden het goed met elkaar vinden. Over
controversiële zaken discussiëren doen Indo´s praktisch nooit. Als je nu wilt
praten over het bij elkaar brengen van de Indische gemeenschap, of wat daar nog
van over is, dan moet je die zogenaamde leiders er juist niet bij hebben. Dat
zijn geen echte leiders, dat zijn aangestelden. Maar er zijn gelukkig ook
Indische mensen geweest die vrijwel op eigen kracht, met een heleboel mensen om
zich heen, zich ontworsteld aan al die belandas en goede contacten opgebouwd met
Indonesiërs. Waar het kon heb ik hen daarbij graag geholpen. Ik ben blij dat ik
mensen als Roy de Riemer en Ellen Derksen van de Pasar Malam Besar in Den Haag
heb kunnen stimuleren meer Indonesische bedrijven uit te nodigen deel te nemen
en ook Indonesische dans- en muziekgroepen naar de Pasar Malam te halen. Zo zijn
er meer dingen geweest’.
Het werk dat Frans Deeleman verrichtte werd zeer gewaardeerd door de
Indonesische regering. Van de Indonesische ambassade te Den Haag ontving hij in
1990 de hoogste onderscheiding die dit land voor buitenlanders kent, de Bintang
Jasa Nararya. Deeleman kreeg deze bintang, bestaande uit een goudzilver
lint, een forse zilveren ster en een oorkonde uit handen van de toenmalige
Indonesische ambassadeur in ons land Pak Bintoro Tjokroamidjojo. Bij die
gelegenheid sprak de ambassadeur de volgende lovende woorden:
´Ir Frans Deeleman verdient de onderscheiding vanwege zijn enthousiaste en
onvermoeibare activiteiten, speciaal wat betreft zijn steun aan Indonesische
exporteurs om de export naar Nederland van andere dan olieproducten te
vergroten. Aan de andere kant werkt hij eraan mee dat Nederlandse zakenmensen
investeringen in Indonesië doen. Zijn geweldig grote kennis van de Indonesische
mensen blijkt uit de manier waarop hij spreekt en door het feit dat hij zichzelf
ziet als één van ons, 'saya juga dari Indonesia'. Uit de manier waarop hij
moppen vertelt in de Indonesische taal blijkt zijn liefde voor de mensen en het
land´.
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|