|
COLOFON Bezuinigingen Amanda´s Laatste Kans Dat is me toch
wat Lilian Ducelle over Indisch in de aanbieding Mislukte informatie over Tweede Gebaar Verslag open discussies over BHO Bespreking achterstelling in BHO Discussiemiddag over Het Tweede Gebaar, een farce Brief INOG aan Indisch Platform Verslag vijfde Jembatanforum dd 9 november Verslag Perkara-forum 22 oktober Moderne boekhandels in Jakarta Open brief aan voorzitter klankbordgroep Indisch Platform is niet verantwoordelijk Jembatanreactie op Jan de Kleyn BOEKEN: juni 2002
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
|
In het Batavia van de dertiger jaren mocht ik na schooltijd wel eens spelen bij Dia Dries, een meisje uit mijn klas. Ze woonde met haar ouders aan zo´n doodlopend weggetje, waar de stad Batavia eindigde in het niets. Overal alleen grasland en sawah´s tot aan de einder en de stralende dag daarboven. Het was een klein stenen huisje waarlangs een kali stroomde.Om aan de overkant te kunnen komen hadden de mensen van de kampong een smalle wiebelige plank over het water gelegd bij wijze van bruggetje. Aan de overzijde leidde een breed voetpad dwars door de rijstaanplant naar de bosjes waar de dessa´s lagen. Maatje Dries had het huisje geërfd en woonde er eerst met Paatje en de vijf oudste kinderen en toen Diah kwam waren ze daar blijven wonen. Waar kan een kind vrijer en gelukzaliger opgroeien dan aan de rand van een stad als Batavia in de oude tijd? Een erf, een kali en een landschap dat wijd open lag naar alle windstreken. Daar kon een kind alle mogelijke avonturen beleven. Katjongs joegen er op tjapoengs, de kleurige libelles, die in een bepaald jaargetijde over het land en de kali scheerden. In het hoge gras vingen ze kanjers van krekels die ze tegen elkaar lieten vechten. De kali was verrukkelijk om op te varen met vlotjes van wrakhout en pisangstammen en soms dreven ze af naar de stad, langs badende mensen , wassende vrouwen en vele drollen. Maatje hield van vrolijkheid, ze was zelf ook altijd opgewekt en al verdiende. Paatje niet zoveel, ze waren gelukkig. Een bordje rijst met sajoer en een gebakken visje was genoeg om tevreden te zijn. Maatje´s sajoers waren trouwens beroemd. Zo nu en dan verdiende ze wat bij met klapperolie maken, van die mooie zuivere, met de kleur van champagne, de smaak van noten en een onbeschrijflijk fijn aroma.De meisjes hielpen bij het paroeten, het raspen van de klappers. Een hels werk! Verder stonden er genoeg vruchtbomen in de tuin om ook wat te kunnen verkopen op de pasar. Om de geboorte van Dia zweefde een mysterie, dat wist ik, want ze was eigenlijk een 'Inlandse'. Ik had dat thuis wel eens opgevangen. Mijn vader vond ´t 'geen bezwaar' en hij had kort en beslist tegen mijn moeder gezegd: 'Wat steekt daar nou voor kwaad in. Laat die meiskes toch spelen'. Toen al haar kinderen waren uitvlogen, was Maatje´s taak in het leven nog lang niet afgelopen. Toen op een morgen de wasmeid het erf op kwam schuifelen met een baby in de slendang, wist maatje direct dat ze nog niet met pensioen kon gaan. Het was een meisje en het scharminkeltje was meer dood dan levend. 'Waar dan vandaan?' vroeg Maatje toen ze zag dat het babietje nog geen week oud kon zijn. Het was het kleinkind van een oude nènèh in de kampong en natuurlijk had ´t oudje zelf geen melk meer. De moeder was na de geboorte overleden. Wat te doen? Niemand wilde het kind hebben, want wie was de vader? Misschien bracht het wel ongeluk, die moeder was toch ook dood gegaan. Intussen was de zuigeling gevoed met tadjin, het slijmerige kookwater van rijst, maar dat kon niet zo doorgaan. De baby was ook vervuild en zat bovendien onder de korsten. 'Ik breng haar bij njonja Dries' had de wasvrouw resoluut gezegd en zo kreeg Maatje in haar vijftiger jaren nog een baby. 'Sapperloot! oudje wat doe je nou ?' riep Paatje 'Alle babietjes komen van Toean Allah en dit kind bracht Hij op mijn weg' zei Maatje en begon te experimenteren met melkpoeders. Het verzwakte babietje had de kracht niet om te zuigen, zodat Maatje de hele dag bezig was de voeding druppelsgewijs toe te dienen. Ze had de baby gewassen en de ontstoken huid ingesmeerd met een eigen gemaakte zwavelzalf. Nachten lang hield ze ´t kindje in de armen, want zo´n wezentje heeft de lichaamswarmte nodig van een moeder. Zelfs de goeie Paatje hielp wel eens, want zijn 'oudje ' had toch ook een goede nachtrust nodig. Maatjes eigen kinderen kwamen één voor één kijken en leefden mee want het was nog lang niet zeker of het meisje zou blijven leven. Om het schepseltje te beschermen tegen begerige demonen die altijd op de loer lagen om een kinderzieltje te stelen, moest er een naam worden uitgesproken. Maatje vroeg aan de wasmeid of het kind al een naam had , ' want zonder naam is ze niemand en ik moet er niet aan denken dat ze op die manier sterft.' Maatje liet dus goede wierook kopen om te branden, vooral bij de deuren van het huis en zei dat ze het meisje voortaan Hadiah zou noemen. Dat betekent 'Geschenk' en dat vond de wasvrouw heel passend. Kwade geesten zouden nu denken dat het een ander kind was en Hadiah zou veilig zijn. Vanaf die dag knapte de zuigeling op en begon te drinken, want het leven is een geschenk, een drinkbeker die de Almachtige ons aanreikt en die de moeite waard is om er tot de laatste druppel van te genieten. 'Ze heet Hadiah, weet je en ze is mijn anak mas' zei Maatje en toen Hadiah
was opgeknapt liet Maatje het meisje trots aan iedereen zien. Ze was erg
fijntjes, maar had toch van die dikke babyvingertjes met putjes in plaats van
knokkeltjes. Hadiah had ook een prachtige lichte huidskleur. Maatje dacht wel
eens dat de vader misschien wel een Soendanees kon zijn van hoge geboorte.
Soendanezen in de Priangan waren mooie mensen en vaak licht van huid. Veel
pasargangers uit de kampong, gewend om bij Maatje Dries langs te komen met
koopwaar, vertelden het rond. Njonja Dries had het kind niet voor niets
gekregen fluisterden de oudjes. De oude grootmoeder kwam ook wel eens kijken. Hadiah groeide voorspoedig op en werd een grappig meisje. Ze was vlug van begrip en sprak keurig Hollands. Ze kreeg Paatjes familienaam en toen ze vijf jaar oud was, mocht ze naar school. Ik kan het weten, want ik zat in de klas naast Diah Dries. Ze had wimpers als vlindervleugels en kon het mooiste schoonschrijven van de hele klas. Als ik na schooltijd met haar mee liep, om te spelen in het propere huisje bij de kali, zat Maatje Dries op de empèr bij haar angelo´s al op ons te wachten. Roerend in de sajoerpot riep ze 'Kom hier dan kind' en kuste Hadiah dat het klapte 'Hebben jullie je best gedaan op school?' En als we nul fout hadden in de taalles, mochten we iets lekkers snoepen uit één van haar stopflessen. Ik leerde bij Maatje Dries Indische lekkernijen kennen en waarderen. Allemaal zoetigheden die ik thuis nooit te zien kreeg, want mijn moeder was een totokse die griezelde van klapperolie en Indische snoepjes. Maar mijn vader grinnikte als ik weer eens thuis kwam met twee plakken Kwee lapis in een pisangblad. Hij was er als Indische jongen ook dol op. Maatje had een onuitputtelijke voorraad van die kwee-kwee´s, allemaal zelf gemaakt en de lekkerste spekkoek van mijn leven at ik ooit bij Maatje Dries. Het waren gezellige momenten daar op die achtergalerij, want Maatje liet ons zien hoe je rijst moest stomen. Ze deed ons vóór -met haar kleine mollige handjes- hoe je risoles maakte. Van die halve maantjes met een geschulpt randje en een hartige vulling binnenin. Opgewekt stond ze bij haar pannen en liet de risoles voorzichtig in kokende olie glijden. Zo zie ik ze voor mijn geestesoog, de Indische Maatjes, liefdevol en zorgend. Even waardig als de Hollandse schippersvrouw die volgens de dichter zingend aan het roer van haar schip stond. Ik zal altijd met genegenheid aan Maatje Dries terug denken, want ze was de hartelijkheid zelve en een echte Indische moeder van toen. Ze leefde in een tijd die ons nu vreemd voorkomt. Maar ach, al het simpele van vroeger weet je , is eigenlijk te ingewikkeld voor 'nu' om te begrijpen Batavia 1936 - Middelburg 2001 anak mas- letterlijk gouden kindje, het lievelingetje. |
NIEUW-INDISCH Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
Bona Ni Pasogit |
|
De gedrukte versie van BLIMBING
kost Euro 2,50 (o.m. bij Boekhandel Van Stockum in Den Haag) |