|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Verslag 4e Jembatan forummiddag over
Indische perkaras
22 oktober 2002 in Kumpulan Bronbeek, Arnhem
Door tijdgebrek kwam de vorige vorige Jembatan forum discussie op de Pasar Malam
Besar te Den Haag, niet toe aan een bevredigende beantwoording van slepende
Indische kwesties. In het verlengde van die forumdiscussie vond op 22 oktober
een stellingen- en discussiemiddag plaats die geïnteresseerden alsnog in staat
stelde deze Indische perkaras af te ronden.
Tom van der Geugten was ook deze keer voorzitter.
Thema van de middag: Wat doet de Indische gemeenschap met de erfenis
van het Indisch Herinneringscentrum, Villa Sandhaghen nabij het Indisch Monument
te Den Haag gelegen villa. Het monumentale pand en zoals nu blijkt vergeven van
de asbest, dateert uit begin vorige eeuw. Sandhaghe heet officieel Het Indisch
Huis en behoort toe aan Stichting Indisch Herinneringscentrum Het Indisch Huis.
Het Indisch Huis aan de Hogeweg heeft dus formeel niets te maken met het Indisch
Huis aan de Javastraat. Terug naar de erfenisvraag. Die had beantwoord kunnen
worden door toenmalige bestuursleden van Stichting Indisch Herinneringscentrum
Het Indisch Huis, óf door haar subsidieverstrekker VWS, óf door de voorzitter
van het Indisch Platform onder wier paraplu het IHC opereerde, óf door de
voorzitter van dat andere Indisch Huis óf door haar directeur. De uitnodiging
werd echter en masse afgeslagen.
De opvolger van Els Borst is alweer exit, maar bij VWS mag daarentegen het
ontbreken van twee aan datzelfde ministerie verbonden prominenten gezien worden
als gevolg van een beslissing van een thans nog wel in functie zijnde ambtenaar.
IP-voorzitter Jan de Kleyn vond zowel onderwerp als datum van de
discussie niet opportuun, terwijl Roy Laurens (directeur van het
Indisch Huis) niet de bevoegdheden geniet welke passen bij zijn functie.
Van hem vernam Actiegroep Jembatan dat vragen gedeponeerd konden te worden bij
Fred Venema (voorzitter van het Indisch Huis). En hij op zijn beurt legde
de ´hoe-nu-deez?´te-beantwoorden? vragen weer terug op het bordje van
VWS.
Tom van der Geugten noemde de afwezigen
met naam en toenaam.
Het bevreemdde oud-penningmeester Ron Meijer van het IHC dat in de villa
thans op meer plaatsen asbest was gevonden. Drie jaar geleden had
namelijk al een onderzoek plaatsgevonden, de toentertijd aangetroffen
hoeveelheid was nihil en kon verwijderd worden voor een bedrag om en nabij €
13.600,00.
Ruim € 3mln besteedde VWS aan het nooit totstandgekomen Indisch
Herinneringscentrum. De deplorabele staat waarin het pand nu verkeert -
onbewoond en danig geleden onder jaarlijks terugkerende stormen zodat al snel
gesproken kan worden van ´n krot in een Haagse elitewijk - stelde de vraag:
Wie heeft het besluit genomen om in principe de opbrengst van de IHC-villa, na
aftrek van kosten, in haar geheel te bestemmen voor een nieuwe locatie van het
IH?
Antwoord Meijer: In geval op de aangewezen plek geen Indisch Herinneringscentrum
komt, stelt het contract tussen IHC en VWS dat de opbrengst retour VWS gaat,
maar bestemd blijft voor de Indische gemeenschap.
Wie nu is toch ‘de Indische gemeenschap’? Blijkens krantenberichten uit
2000-2001 is Fred Venema ‘de Indische gemeenschap’ omdat hij vindt dat de
opbrengst naar het Indisch Huis moet. Met andere woorden: Sandhaghe verkocht,
een Indisch Herinneringscentrum ‘in de nabijheid van het Indisch Monument’
lariekoek, de belofte van het IP de Indische gemeenschap voorzien van een
Indisch herinneringscentrum een valse, een gedecimeerd bestuur van Stichting
Indisch Herinneringscentrum, Het Indisch Huis niet levend naar haar statuten en
een Indisch Huis in haar programma alleen culturele onderdelen. Kan het fraaier?
De volgende vragen - behoudens vraag drie - bleven onbeantwoord.
1. Welke locatie heeft het Indisch Huis op het oog? Is het waar dat een
geplande kantoortoren op de plaats van een parkeergarage tussen de Koninklijke
Bibliotheek en het Centraal Station een mogelijkheid biedt? Wat is de
betrokkenheid van Berenschot bij het starten van prestigieuze bouwobjecten?
2. Is de bruikbaarheid van deze locatie van tevoren onderzocht, gelet de
bijzondere wensen en eisen die Indische mensen stellen aan wat ZIJ als Indisch
Huis beschouwen, met een open, gezellige en warmvoelende ambiance? Kan dat op de
achttiende etage?
3. Wat zijn de doelstellingen die daarbij voor ogen staan, gaat men uit
van wat het IHC nastreefde met gelijktijdige voortzetting van álle - waarvan
sommige half afgemaakte dan wel mislukte - projecten?
4. Is een van de doelstellingen het onderhouden van nieuwe museale
activiteiten en is die al getoetst aan die van andere Indisch georiënteerde
musea als Nusantara, KIT, Volkenkunde Leeuwarden etc?
Bij monde van het voormalig Tweede Kamerlid en ex-penningmeester IHC,
Ron
Meyer kon vraag drie worden terug gebracht naar de periode waarin het
publiek geheim was dat het integratiebeleid als mislukt werd beschouwd. In 1998
beschikte VWS over heel veel geld dat zij niet geretourneerd wilde zien naar het
Ministerie van Financiën. Derhalve bood VWS de Indische gemeenschap haar
medewerking ten aanzien van ‘iets’ dat vooral de jeugd zou moeten informeren
over hetgeen in Nederlands-Indië was gebeurd. Het idee ontstond voor een mooi
huis waarin de doelstellingen herinnering, contemplatie en educatie hun
beslag zouden krijgen. Herinnering en contemplatie zouden onder meer tot uiting
komen in een uniek kunstwerk, te weten een marmeren muur met daarop de namen van
de duizenden Nederlandse slachtoffers in de oorlog in Zuidoost-Azië. De muur
stuitte echter op grote weerstand bij projectleider Edy Seriese en het
bestuurslid Liane van der Linden.
Edy Seriese is momenteel directeur van het Indisch Wetenschappelijk
Instituut (IWI) in Den Haag en ook van de in het IWI-pand gevestigde Stichting
Indische Cultuur waarvan Jaap Weeda voorzitter is, die onder meer als
doelstelling kent ‘het uitvoering geven aan het Rantang- en het
Kumpulanproject, alsmede het onwikkelen en uitvoeren van vervolgprojecten.’
Liane van der Linden is voorzitter van het IWI, adviseur bij het Indisch
Huis aan de Javastraat en verder onder meer directeur van de Stichting
Beeldverzamelgebouw ‘Imagine Identity and Culture’ te Amsterdam-ZO.
Beiden achtten het intussen noodzakelijk het culturele aspect tot hoofddoel van
het Indisch Herinneringscentrum te maken. Waarom ook niet?
De formule voor de Pasar Malam Besar werkt immers. En als die voor de Pasar
Malam Besar geldt, geldt die ook voor het IHC, met dien verstande dat het
Indisch Herinneringscentrum dagelijks in bedrijf zou zijn. Helaas, relatief kort
na haar oprichting was binnen het IHC reeds sprake van twee kampen. Botsingen
bleven niet uit en leidden uiteindelijk naar de roemloze aftocht van het bestuur
van het Indisch Herinneringscentrum Het Indisch Huis. Met uitzondering van
Jaap Weeda, momenteel de voorzitter van het IHC en (mede-) eigenaar van Het
Indisch Huis.
Is het waar dat een deel van de beoogde museale functie, met name de educatie
van jongeren, ten koste is gegaan van het subsidie voor het Verzetsmuseum
Overloon?
De vraag is suggestief en onjuist, aldus Simon Temming
(directeur van het
Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum Overloon). Hij legt uit dat als gevolg van
de op 1 januari 1998 ingevoerde herziening in het subsidiestelsel voor
Jeugdvoorlichting over de Tweede Wereldoorlog, deze herziening implicaties heeft
gehad voor bestaande instellingen die opereren op het terrein van
geschiedeniseducatie.
VWS verstrekt aan de nationale monumenten Kamp Westerbork, Vught en Amersfoort
jaarlijks een structureel subsidie van ongeveer € 227.000,00. Het zou ook het
Indisch Herinneringscentrum met eenzelfde bedrag steunen, overigens met de
uitdrukkelijke instemming van het Oorlogs- en Verzetsmuseum Overloon. Het Joods
Historisch Museum valt sinds de wijziging onder het ministerie van OC&W; de Anne
Frank Stichting is in wezen selfsupporting en het Amsterdams Verzetsmuseum valt
direct onder de gemeente Amsterdam.
Overloon ontving een exploitatiesubsidie, eveneens verstrekt door VWS,
maar heeft thans alleen recht op een projectsubsidie. Maar zo werd in de
praktijk een aanvraag voor een website, gewijd aan Indië, afgewezen, onder
argumenatie dat e.e.a. bij het IHC thuishoorde.
De stelselwijziging pakte dus alleen goed uit voor de herinnerings-centra. Het
subsidie voor Overloon werd eenmalig afgekocht voor vijf miljoen gulden en en
uit de rente kan dit museum ongeveer de helft van het verloren subsidie dekken.
VWS heeft voor wat betreft Overloon’s Nederlands-Indië geoordeeld dat deze in
veel gevallen ondergebracht kan worden in het Indisch Herinneringscentrum. De
collectie kan echter nog niet daar naartoe verhuisd worden omdat het
educatieproject De rantang, gevolgd door De kumpulan nog in de
proeffase verkeert.
Dát is - zij het indirect - interessante informatie vanuit VWS. Herinnering
contemplatie en educatie, waaraan gekoppeld een structureel subsidie voor
herinneringscentra, houdt in dat het plan voor een Indisch Herinneringscentrum
allesbehalve een gepasseerd station is.
Terloops merkt Ron Mellenberg op dat, al bestaat het IHC-bestuur uit
slechts een of twee personen, er kennelijk nog steeds sprake is van een Indisch
Herinneringscentrum. Of het Indisch Huis ‘werkt’ is nog maar de vraag. Als het
toch om miljoenen aan subsidies gaat, waarom wordt dan niet gekeken naar al die
Indische jongeren in het zuiden en noorden van Nederland? Zij presteren heel wat
en betalen alles bovendien uit eigen middelen. Waarom, vraagt hij zich af, staan
dáár geen culturele centra voor de vele Indische jongerengroepen?
Vragen aan het Indisch Huis, Javastraat
1. Welke economische plannen in ontwikkeling heeft het IH op het oog met
betrekking tot de relaties tussen Indonesië en Nederland? Hoort daar de
financiering van een film bij?
2. Welke waarborgen omtrent het raadplegen van de Indische achterban en
controle op de uitwerking van uw doelstellingen kunt u (Het Indisch Huis)
geven? Met andere woorden: hoe denkt u in de toekomst tot een goed, de
achterban representerend, bestuur te komen dat in openheid weet te
communiceren met de Indische achterban?
3. Is het mogelijk, gelet de implicaties vanuit de vorige vraag, een meer
representatieve bestuursopbouw te bereiken zónder eenzijdige
vertegenwoordiging van één bepaalde beroepsgroep, zoals die van interim- en
crisismanagers; bovendien van één generatie?
4. Is het de bedoeling dat het IH ook een aanvraag gaat indienen bij
Kamer 2 van Stichting Het Gebaar en hoe zal zo’n aanvraag worden
gestructureerd zonder dat bestaande activiteiten van andere organisaties
daardoor worden benadeeld c.q. nieuwe activiteiten worden gestart ten koste
van die organisaties? Is het concurrentiebeding in verband met gesubsidieerde
activiteiten versus niet-gesubsidieerde ook van toepassing op Het Indisch Huis?
5. Hoe komt het dat verschillende voorstellen met betrekking tot verbetering
van de toegankelijkheid van het IH - onder meer toegezegd bij Jembatan - na
een half jaar nog NIET zijn uitgevoerd? Zoals verplaatsing van de bushalte, een
beveiligde oversteekplaats en extra parkeerplaatsen ten behoeve van mindervalide
bezoekers?
6. Welke financiële verplichtingen met betrekking tot de dagelijkse
exploitatie zijn er aangegaan en hoe worden stroppen - zoals de organisatie van
het VeryAsian-weekend ten behoeve van de allerjongste derde en vierde generatie
- opgevangen, zonder dat dit ten koste gaat van te organiseren activiteiten voor
de oudere bezoekers?
Deze vragen - die ruim vooraf aan de betrokkenen zijn gesteld - verbazen Dolf
Horstmeier (voorzitter Stichting Vrienden van het Indisch Huis): ´Waarom
zijn die - voorzien van exacte gegevens - niet als motie concreet op Venema’s
tafel gelegd?´
(Reactie)
Dolf Horstmeier kan zich niet voorstellen dat de contacten zo onprettig
verlopen. Het Indisch Herinneringscentrum is een nare geschiedenis, zegt hij. We
zouden eigenlijk een streep moeten zetten onder het verleden. Momenteel denkt en
besluit het Indisch Huis over de toekomst. Daarna zal uitgelegd worden welke de
redenen zijn van een misschien nieuw te varen koers. Gestelde vragen, op- en
aanmerkingen en eventuele aanbevelingen per e-mail naar het Indisch Huis sturen
is zijns inziens een weinig overzichtelijke vorm van communiceren.
Voorzitter Tom van der Geugten
recapituleert kort het standpunt van de Jembatan actiegroep:
Jembatan informeert zelf wat allemaal aan de hand is. Wat dient eraan te
worden gedaan? De actiegroep wil vooral niet zwijgen, vooral niet niets doen. De
vragen zijn: Wat doet het Indisch Huis? Wat moet het doen? Hoe overlappen haar
doelstellingen die van andere musea? Hoe stelt zij zich Herinnering, Overdracht,
Cultuur voor? Het is frustrerend steeds kritische vragen te moeten stellen omdat
het Indisch Huis nauwelijks en soms zelfs helemaal niet reageert. Jembatan heeft
het Indisch Huis meermalen gewezen op haar elitaire programma’s, die voorbij
gaan aan de wensen van de Indische gemeenschap.
Cherie Kelderman (Van Oost naar de Oost) ziet het als onze plicht de
volgende generaties te informeren over Nederlands-Indië. Bijvoorbeeld door
middel van haar intussen uitgewerkte plan INDO TV. Het medium radio heeft
zo zijn beperkingen, vervolgt ze, terwijl programma’s maken voor en door Indo’s
en deze via het televisiescherm te presenteren aan hen die niet in Indië zijn
geboren zijn en aan hen die daar wel vandaan komen. Televisie heft ook meteen
het probleem van fysieke ontoegankelijkheid op zoals die zich voordoet in het
Indisch Huis. Iedereen in Nederland, zegt zij tot besluit, kan zijn/haar
televisie aandoen. Maar niet iedereen kan naar Den Haag komen! INDO TV spreekt
de aanwezigen aan. Te veel zaken, is de gedachte, worden in allerlei kamertjes
in het westen van het land bekokstoofd; vinden ook voornamelijk dáár plaats.
Alsof er geen Indo’s wonen in de rest van Nederland! Uit de herinnering komen
nooit uitgevoerde en uit elkaar gespatte plannen voor een Indische sociëteit,
een Indisch herinneringscentrum, een Indisch museum en samenwerkingsverbanden
tussen diverse Indische organisaties i.c het IWI, de SIFA en Moesson.
De mening is hulp te bieden aan ideeën zoals die van Kelderman, omdat vooral de
input van de oudere generatie waardevol is. Iemand in de zaal benadrukt: ´Vergeten
wij onze jongeren, dan missen wij ons profiel.´ De vergelijking wordt voorts
getrokken met het overheidsbeleid inzake allochtonen. De jongste ontwikkelingen
boezemen geen vertrouwen in, omdat bij deze het niet de Indische groep an
sich is die zelf organiseert maar telkens in samenwerking met allochtonen.
Daarmee dreigt het authentieke karakter verloren te gaan. Binnen de eigen
gelederen moet naar elkaar geluisterd worden in plaats van elkaar de les te
lezen. Een strategisch plan moet ook zónder hulp van de overheid uitvoerbaar
zijn.
Erik Koks (Darah Ketiga) bevestigt de niet bestaande culturele
voorzieningen voor Indische jongeren in de rest van Nederland. Hij vertelt dat Darah Ketiga een halfjaar geleden door het Indisch Huis werd uitgenodigd om mee
te denken over een VeryAsian happening. ´Wij waren de enige Indisch
organisatie. Dat vonden wij raar, want er zijn zoveel Indische verenigingen.
RESA was er ook, maar zij organiseren alleen voor Aziaten, terwijl JUMBA (die
trouwens al twee jaar niet meer bestaat) voor Indonesiërs organiseerde.´
Koks spreekt liever niet van een ‘strategisch plan’. Je krijgt al snel te maken
met een concurrentiestrijd, omdat iedereen zijn eigen eilandje wil verdedigen,
legt hij uit. Een eenheid is moeilijk te krijgen. Wij werken hier zelf al een
halfjaar aan.
In de zaal vindt een dame - in 1956 naar Nederland gekomen - dat het te laat is
om over overdracht te praten. Zij deelt het standpunt dat de jonge generatie het
nu maar moet doen.
De heer Ouwerdink (Mondelinge Geschiedenis en Gastdocenten WOII)
daarentegen onderlijnt de behoefte aan voorlichting bij jongeren. Er zouden
zijns inziens twee lijnen uitgezet moeten worden. Een die voorlichting geeft en
een die naar het Binnenhof leidt in plaats van naar de Japanse ambassade.
De heer Weiffenbach concludeert dat er vanmiddag zo veel gezegd is en
iedereen gelijk heeft. Maar één club? Wat is de ervaring, vraagt hij. Er zijn
ongeveer 200.000 Indo’s en zo’n 800 clubjes. Iedere club heeft zijn eigen
reünie, zijn eigen identiteit, zijn eigen periodiek. Het IP is ook bezig. Een
eenheid is niet mogelijk!
´In een land met ontzettend veel mogelijkheden, waar iedereen spreekt van
samenwerken moeten we allerlei dingen doen. MOETEN moet eruit (Oudjes MOETEN
niet vertellen) en plaats maken voor WILLEN. Wat WILLEN we? En WILLEN we dat?
Als we, inclusief die 800 clubjes, een platform willen vormen waarmee we/ze naar
de overheid willen stappen, is nummer 1 dat we het eens met elkaar worden wát we
met die overheid willen,´ aldus Frans Deeleman. En hij besluit: ´Pas
als iedereen bij elkaar en tot elkaar komt zijn we een volwaardig lichaam.´
Aangepaste tekst naar het verslag van Renee Soute (compleet te
vinden als PDF file)
ACTIEGROEP JEMBATAN
p/a Stichting de Brug: Aalbersestraat 248a
1067 GM Amsterdam
tel. 020-6138374 - fax 020-6130335 - e-mail: actiegroepjembatan@hotmail.com
De actiegroep Jembatan bestaat uit: Huib Deetman, Cor van Drongelen, Gerard
Meulemans, Peter de Ridder, Renee Soute en Emmy Verhoeff
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|