|
COLOFON Bezuinigingen Amanda´s Laatste Kans Dat is me toch
wat Lilian Ducelle over Indisch in de aanbieding Mislukte informatie over Tweede Gebaar Verslag open discussies over BHO Bespreking achterstelling in BHO Discussiemiddag over Het Tweede Gebaar, een farce Brief INOG aan Indisch Platform Verslag vijfde Jembatanforum dd 9 november Verslag Perkara-forum 22 oktober Moderne boekhandels in Jakarta Open brief aan voorzitter klankbordgroep Indisch Platform is niet verantwoordelijk Jembatanreactie op Jan de Kleyn BOEKEN: juni 2002
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
|
Lang geleden woonde vlakbij de stad Jogjakarta een aanzienlijke Indische familie. De moeder was een voorname Javaanse uit de kraton. Heel jong had men haar uitgehuwelijkt aan een planter van Duitse afkomst, een gunsteling van de Sultan,omdat hij een klinkende naam had en een goed potje biljart speelde. De jonge Javaanse bruid was dan ook niet ontevreden over haar huweijk want haar man stond in hoog aanzien bij de bevolking en ook in Hollandse kringen werd hij gewaardeerd. Hij was een goedmoedige wat grove landjonker,die graag op jacht ging en in de soos had hij een gezellige dronk.Ze kon dus haar hoofdje hoog houden want zij was juist erg aloes en bleef de Raden Ajoe. Zo werd ze dan ook door iedereen genoemd en ze moest aangesproken worden met de titel Bendoro. Dat is een vorstelijke titel voor de dochters van een prins van den bloede. Ze hield er in haar huis een complete hofhouding op na die letterlijk voor haar kroop. Want zo is de etiquette in Javaanse hofkringen.En voor zover ik weet is dat nog steeds zo. Er bestaat een foto van haar waar ze op een stoel zit, terwijl de bedienden om haar heen op de grond zitten. Ze kijkt met bijna geloken ogen strak voor zich uit,een waaier in de hand en de voetjes op een bankje. De bedienden sidderden voor haar, want ze was streng en veeleisend en toen ze ouder werd fluisterde men dat ze bovennatuurlijke krachten had. Ze baarde zeven zonen en één dochter. En dat was een hele prestatie voor zo´n klein tenger vrouwtje, dat nog steeds het figuurtje had van een getrainde hofdanseres. Ze voedde haar 7 jongens streng op. Ze moesten zich gedragen zoals het hoorde en ze leerde hen correct Hoog en Laag Javaans spreken en ook de aparte taal van de kraton. Het werden knappe mannen, maar de mooiste toch was Ella, de jongste en de enige dochter. Ze aanbad dit kind. Ze was beeldschoon, met dat mooie kulit langsep, zo´n bijna blanke huidskleur met een waasje tint. Ze had een fijn neusje en donkerbruin krullend haar. Ze was ook de oogappel van haar vader. Toen die vader overleed bleef de Raden Ajoe in het grote huis wonen met haar bedienden, vogelkooitjes en waakhondjes. Ze begon veel van haar sierraden uit te delen aan de schoondochters opdat er later geen ruzie zou komen en ze bezat als Djogjase edelvrouwe heel wat! De oude heer had per testament bepaald dat zijn vrouw al haar kostbaarheden mocht vermaken aan wie ze wilde, ze waren haar persoonlijk eigendom. Dat had hij gezegd. Hoewel ze genoeg had om ruim van te leven, liet ze de kostbaarheden telkens naar de Pegadean brengen- het pandhuis - want er kwam altijd wel een familielid om geld vragen. Of één van de zonen had een stommiteit begaan en dan is een moeder er toch om te helpen. Zo leefde men in het oude Indië in die kringen. Ze zijn familieziek hoor, die Indische mensen. De Raden Ajoe verdeelde dus bijna alles,alleen het allermooiste sierraad dat ze bezat droeg ze tot aan haar dood zelf. Ze had dit bestemd voor haar eigen dochter, de lieftallige Elsa. “Geen ander mag dit dragen mijn dochter, het is voor jou, want dit is iets dat van moeder op dochter overgaat” Het was een diamanten haarsierraad in de vorm van een bloem, een roodgouden bloem bezet met diamanten en in het hart een enorme briljant. Het sierraad was gemonteerd op een gevorkte pin van metaal,om in een kondé gestoken te kunnen worden. Het was een even kostbaar stuk handwerk als het diadeem van een Europese koningin.Het had toebehoord aan de oude Ratoe Mas, de grootmoeder van de Raden Ajoe. Het was dus een vorstelijk voorwerp en het moest met geurig water gewassen worden vóór het opzij gelegd werd in een zijden doekje. Een kondé- haarwrong - is altijd vettig want ze wordt immers gekapt met olie, vandaar De jaren gingen voorbij en de familie breidde zich uit, de kinderen trouwden één voor één en kregen zelf vele kinderen. Bij feestelijke gelegenheden kwamen ze allemaal naar het ouderlijk huis, dat dan weer tot leven kwam. En dan zat de Raden Ajoe statig en uiterlijk onbewogen tussen ´t lawaaierige grut met hun kindermeiden. Maar ze genoot er van, want welke Javaanse is er niet dol op tjoetjoe´s om zich heen. De enige die uit de toon viel was Anna, de vrouw van de oudste zoon, een heerszuchtige Hollandse, die haar man flink onder de plak had. Al jaren had ze begerig naar de diamanten bloem gekeken. Toen de Raden Ajoe stierf en alles moest worden verdeeld,kwam de voedster van Elsa binnen sloffen met de diamanten bloem en legde die neer bij Elsa, Haar gestorven meesteres had immers gezegd dat die voor de enige dochter was bestemd. Maar Anna stak bliksemsnel haar hand uit en pakte de diamanten bloem. “Die is voor mij” zei ze, “ Ik ben de vrouw van de oudste zoon” Alle schoondochters zwegen, want ze wisten allemaal dat de bloem voor Elsa was bestemd. Ook Elsa zweeg, bang als ze was voor Anna. “Het zal je alleen ongeluk brengen” waarschuwden de broers, want we weten toch allemaal dat ´t aan Elsa toebehoort. Het is een familiestuk uit Ma´s familie en wie tegen de laatste wil van een dode ingaat sterft zelf” “Nonsens!” riep Anna kwaad. “Allemaal bijgeloof! Na een heftige woordenwisseling verdween de hulpeloos kijkende oudste zoon met zijn vrouw en niemand praatte meer met hen. De hechte familie was voorgoed gespleten en de vriendelijke, zachtmoedige oudste zoon van de Raden Ajoe werd eenzaam en doodongelukkig. Anna liet intussen van de speld een broche maken door een Djocjase zilversmid. Een moeilijk karwei, want het goud van de bloem was erg hoog van gehalte,dus zacht. Eén pin moest van de vork worden afgezaagd, de andere omgebogen en van een sluiting voorzien.De eerste keer dat Anna de broche droeg, was op de receptie van de Resident. Ze droeg de juwelen bloem op haar omvangrijke boezem. Het gaf veel stof tot kletserij en afgunst en daar genoot Anna juist van. Het zou voorlopig de laatste keer zijn dat ze de bloem droeg, want ze kreeg een raadselachtige ziekte. Malaria dacht men eerst, maar de dokter vermoedde dat het de nieren waren. Ze moest dieet houden en vermagerde zo, dat ze geen energie meer had om de huishouding te besturen. En zo sleet de eens zo energieke Anna haar tijd veel in bed en op de krossi males. De broche lag in een doosje op de toilettafel, maar de bedienden raakten het ding nooit aan. Ze waren er van overtuigd dat de oude dame er over waakte. De bedienden wisten natuurlijk alles over de ruzie en over de hebzucht van Doro Njonja Anna. Heel Djocja wist het. De schoonzusters kregen medelijden toen ze hoorden dat Anna zo ziek was en zochten haar op met lekkernijen en obatjes en troostten hun broer. In die dagen werd er tot tweemaal toe ingebroken in Anna´s slaapkamer. En elke keer hadden de dieven Anna waarschijnlijk verdoofd met Ketjoeboeng. Dat is ´t fijne stuifmeel van de Daturaplant, een geliefkoosd middel van dieven om hun slag te kunnen slaan. Het wordt door een pijpje in de klamboe geblazen en na een tijdje zijn de slapende mensen verdoofd. De kamer was grondig doorgezocht en bijna al Anna´s kostbaarheden waren weg. Behalve de diamanten bloem, die lag onaangeroerd in een doosje op de kaptafel. Vreemd! Heel vreemd. Anna huilde om de dingen die ze eens van haar eigen moeder had gekregen en die nu weg waren. De meid van Anna schudde het hoofd en liep met ontzag om de kaptafel heen als ze die moest afstoffen. Kassian Njonja An, begreep ze dan de wenk niet van de Raden Ajoe? Eén van de Indische schoonzusters trok toen de stoute schoenen aan en bezocht Anna om eens vertrouwelijk met haar te praten. “An, zou je nu die kondéspeld niet beter terug geven aan Elsa , zoals Ma dat had gewild. Het ding heeft jullie al genoeg ongeluk gebracht.Doe ´t toch An,voor het te laat is.” Maar Anna wilde er niets over horen. “ Wat een bespottelijk idee dat het gevaarlijk zou zijn om de broche te dragen! Ik ben gewoon de vrouw van de oudste zoon” zei ze koppig “Ik heb er recht op en ik geloof niet in al die tovenarij” En zo bleef Anna dan voor het grootste gedeelte van de dag in bed liggen tussen de flesjes obat. Haar man sliep allang in een andere kamer,want Anna was ´s nachts veel te onrustig.Kon de slaap niet vatten en beweerde dat ze in de nacht de buren hoorde praten. “Ze zitten tot diep in de nacht te kletsen op hun achtergalerij en daar kan ik geen oog bij dicht doen” Overdag hoorde ze gefluister onder haar raam. Overspannen zei de dokter en hij raadde haar aan voor een tijdje naar de bergen te gaan. Een frisse neus zou wonderen doen. Anna begon zin te krijgen in dit uitstapje en liet door de Djait nieuwe japonnen maken. Haar man was bij haar in de weekeinden en reisde op de Maandagen terug naar de stad met de trein. Hij had daar per slot zijn werk. Verder zat Anna alleen in dat Hotel, heel gerieflijk en ze vermaakte zich met lezen en handwerken. Het eten smaakte haar weer en ze leefde op tussen de nieuwe mensen die ze in de salon ontmoette. ´s Avonds zat ze mooi gekleed aan tafel te dineren, met de diamanten bloem op haar japon gespeld. Op een dag werd haar man opgeschrikt op zijn kantoor door een politieambtenaar. Er was iets tragisch gebeurd. Ze gingen per spoor de bergen in. In het Hotel ontmoette hij de Controleur BB , de Hoteleigenaar en een dokter. De laatste moest hem vertellen dat zijn vrouw Anna door een misdaad om het leven was gebracht. Ze was heel vakkundig met een rentjong afgemaakt en het was vreselijk om aan te zien. De jongeman treurde om zijn vrouw, want Anna was geen slecht mens geweest, alleen zo dom. Ach Anna Anna, waarom moest je zo koppig zijn en zo over de adat van dit land heenlopen? Hij accepteerde het noodlot dat onherroepelijk is, al haalt een mens dit wel altijd over zich zelf heen.Hij was niet voor niets de zoon van een Javaanse moeder. In Djocja fluisterden de mensen, want het was geen roofmoord geweest. Wat dan wel? En wie had ´t gedaan en waarom? Van de daders geen spoor. De kranten stonden er vol van. “Mevrouw von und zu” was van onberispelijke reputatie, schreef men en ze was in het bergoord om te herstellen van een ziekte. De familie zweeg. Er zijn dingen die een Hollandse officier van Justitie nooit begrijpen zal. De diamanten bloem was immers niet gestolen, nee die had in het bed gelegen naast al dat bloed. Het was een adatmoord geweest. De oude prinses had de straf vanuit “gene zijde”laten volbrengen, beslist - want de broche was als vroeger, een haarsierraad en de bloem zat ongeschonden weer op de gevorkte pin.
|
NIEUW-INDISCH Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
Bona Ni Pasogit |
|
De gedrukte versie van BLIMBING
kost Euro 2,50 (o.m. bij Boekhandel Van Stockum in Den Haag) |