|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Pijnacker 7 maart 2002.
Open brief aan Els Meijer ( VVD -Tweede Kamerlid)
Bestuurslid Stichting Gebaar.
Postbus 20018
2500 EA Den Haag.
Betreft : Reactie op Telegraaf - bericht dd 6 maart jl 'Geen nabetaling Indië-uitkering'.
Geachte Mevrouw Meijer,
In het hierboven vermelde krantenbericht stelt U, dat 'de overlevenden uit Nederlands - Indië recht op duidelijkheid hebben
' Deze uitspraak onderschrijven alle oorlogsgetroffenen ! en zou in feite ook gerealiseerd dienen te worden, en niet uitsluitend omdat, zoals U stelt,
'Vrijdagochtend 8 maart a.s. bij het Indisch monument in Den Haag de capitulatie van het KNIL wordt
herdacht'
Voor deze door U gewenste duidelijkheid wilde ik Uw aandacht vragen. Op 1 februari 2001 was U aanwezig op een special belegde bespreking in Den Haag, tussen enerzijds Minister Borst, de Heer Middel, Mevrouw Giskes en anderzijds ontevreden groeperingen van oorlogsgetroffenen, waaronder het
actiecomité van de Heren Stolk en Rasch (als vertegenwoordigers van vele duizenden sympathisanten ). Ik was daar persoonlijk ook bij aanwezig.
Door alle oorlogsgetroffenen is toen duidelijk te kennen gegeven, dat zij het Indisch Platform niet als representatief beschouwden voor de oorlogsgetroffenen, aangezien de meeste sprekers eerst kort tevoren op de hoogte waren van het bestaan van het IP en andere sprekers benadrukten, dat hun groepering door het IP afgewezen was.
U trok toen de onbekendheid van het IP bij de oorlogsgetroffenen sterk in twijfel zonder dat U het met bewijzen over bekendmakingen van het IP kon weerleggen.
De Heer Middel en Mevrouw Giskes hebben toen medegedeeld, dat ook zij vele reacties hadden ontvangen, die hen deden twijfelen aan de representativiteit van het Indisch
Platform.Desalniettemin deelde Mevrouw Borst toen mede, dat zij al vele jaren in gesprek was met het IP en dat zij niet van plan was daar verandering in aan te
brengen.
U stelt in het artikel, dat verschillende groepen oorlogsslachtoffers niet met elkaar mogen worden vergeleken en dat het laag uitgevallen bedrag te wijten is aan de onderlinge verdeeldheid in de Indische gemeenschap, die te laat te kennen zouden hebben gegeven,
dat zij zich niet vertegenwoordigd voelden door het Indisch Platform. Het laatste is, gelet het hierboven vermelde, dus kennelijk niet het geval. Er zijn voldoende signalen hiervoor afgegeven !
Als U het heeft over verdeeldheid in de Indische gemeenschap, dan dient U zich te realiseren, dat voor het maken van juridisch verantwoorde substantiële vergelijkingen met andere groeperingen vervolgingsslachtoffers (ex-gevangenen), er helaas onderscheid moet worden gemaakt tussen mensen, die wel en niet in Japanse kampen hebben gezeten. Het samengaan van de hele Indische groepering zou in juridisch opzicht geen vergelijkingen met andere vervolgingsslachtoffers (geïnterneerde Jappen in Amerika, Nederlandse - en geallieerde krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden van de Japanse bezetter, Joden en Zigeuners) mogelijk maken. Het door U gebezigde woord
'verdeeldheid' is derhalve een zwaar beladen woord, dat kennelijk door de Nederlandse overheid maar al te graag aangegrepen wordt, om
'verdeel en heers'- politiek aan te wenden !
Het tweede facet van de door U aangestipte duidelijkheid, betreft de grote discrepantie, welke er nog steeds bestaat in de formulering van het Gebaar. Het Indisch Platform houdt zich, tegen elk beter weten in, vast aan de formulering, dat het Gebaar uitsluitend bedoeld is voor de kille en koele ontvangst en dat het uiteindelijk definitieve rechtsherstel nog moet komen, nl. zo gauw het breed historisch onderzoek (met daarin de aspecten van het Indisch rechtsherstel) zal zijn afgerond. De Stichting Het Gebaar (waarin een Landsadvocaat zitting heeft) geeft in haar brochure de volgende formulering:
'De regering maakt het Gebaar vanwege vermoedelijke tekortkomingen in het naoorlogs rechtsherstel
', dus niet als een voorlopig voorschot op het nog te verwachten definitieve rechtsherstel. De betrokkenen zouden het ten zeerste op prijs stellen, indien beide onderhandelende partijen zouden komen tot een eensluidende formulering van het Gebaar !.
Deze nog steeds aanwezige discrepantie in formulering is voor mij aanleiding geweest om reeds vanaf december 2000 pogingen in het werk te stellen, om inzage te verkrijgen in de notulen van de gevoerde besprekingen. Beide gespreksgroepen (zowel het IP als de Nederlandse Overheid) zijn tot op heden niet bereid gevonden, deze notulen te verstrekken. Het mijnerzijds beroep doen op de wet openbaarheid van bestuur, resulteerde in een aan mij gerichte oproep, mijn argumenten - ter verkrijging van de notulen - voor te leggen aan een neutrale
Hoorzittingcommissie. Deze heeft mijn verzoek inmiddels gegrond verklaard. Minister Borst kon zich evenwel niet vinden in deze gegrond-verklaring en verwijst mij naar de
Arrondissementrechter. Zoals U ziet ontbreekt er heel wat aan openheid en duidelijkheid en niet in het minst bij politiek Den Haag !
Ervan uitgaande, dat U op de hoogte bent van het door de Nederlandse overheid niet vrij willen geven van de notulen van de gevoerde besprekingen, neem ik aan dat waar U van mening bent, dat de Indische gemeenschap recht op duidelijkheid heeft, U bij onze regering Uw invloed zult willen aanwenden tot het alsnog doen verstrekken van deze notulen.
Recapitulerend, kom ik na het lezen van het krantenbericht 'Geen nabetaling Indië-uitkering' tot de volgende conclusies:
1.De in oorsprong reeds minimale individuele uitkering van fl 3500.-, die de Nederlandse overheid als individuele uitkering aan de Indische Gemeenschap meende te moeten verstrekken vanwege een vermoedelijke tekortkoming in het naoorlogse rechtsherstel, zal door het grote aantal aanvragen waarschijnlijk nog minder worden, waardoor een nog grotere geldelijke tegenstelling gevormd zal worden ten opzichte van de Fl 17000.-, die door de overheid reeds aan Joden en Zigeuners is uitgekeerd.
2. Wanneer het Gebaar vergeleken wordt met de uitkeringen, die door de geallieerde bondgenoten aan hun vervolgingsslachtoffers zijn uitgekeerd - deze liggen in de orde van fl 30 000.- à fl 40 000.- - kan slechts de conclusie worden getrokken, dat bij het internationaal bekend worden van dit feit, de Nederlandse overheid - internationaal gezien - zich zou moeten schamen voor de geringe aalmoes, waarmee zij haar oorlogsslachtoffers afscheept.
3. Zowel de Nederlandse overheid als het Indisch Platform, dat nota bene claimt de vertegenwoordiging te zijn van de Indische Gemeenschap, hebben uitgemunt in geheimzinnigheid en onduidelijkheid ten aanzien van het onderling besprokene.
4. Uw opmerking, Mevrouw Meijer, over verdeeldheid in de Indische gemeenschap deel ik niet, evenmin dat deze onderlinge verdeeldheid oorzaak zou zijn van de relatief lage uitkering. De Joden konden gebruik maken van hun almachtige lobby in de Verenigde Staten van Amerika .Het ondemocratisch gevormde IP (destijds op aanwijzing van de Heer Lubbers samengesteld ) heeft de belangen van de Indische gemeenschap zeer slecht behartigd ! Van de afgesproken terugkoppeling naar de achterban, om het voorlopige
akkoord met de overheid dd. 12 december 2000 te doen goedkeuren, is in het geheel geen sprake geweest
5.Ik bestrijd, dat diverse Indische groeperingen te laat zouden zijn gekomen met de boodschap, dat zij zich niet vertegenwoordigd gevoelden door het I.P. Vele duizenden reacties, waaronder die van ondergetekende, hebben de voormalige voorzitter van het IP, de Heer Boekholt hieromtrent geïnformeerd.
De politiek, waaronder Uw VVD, heeft aan de afgegeven signalen van tegenhangers geen gehoor willen geven. Op 8 februari 2001 hebben alle politieke partijen zich zonder uitzondering achter de voorstellen van de Ministers Borst en Zalm geschaard. Op vragen van diverse daarbij aanwezige parlementariërs, over eventuele toekomstige vervolguitkeringen werd door de Heer Zalm, (uitgezonderd een enkele individuele claim met overtuigende bewijzen) afwijzend gereageerd !
Naar zijn zeggen valt er in de toekomst dus in het geheel niets meer te verwachten ! Het zou zinvol zijn, als ook dit standpunt door de Nederlandse overheid bevestigd zou kunnen worden. Zulks in het kader van de duidelijkheid waar, volgens uw woorden, oorlogsgetroffenen recht op hebben.
Conclusie:
Aangezien de politieke kanalen verstek hebben laten gaan, de oorlogsslachtoffers een rechtvaardig en internationaal vergelijkbare uitkering te doen toekennen, zal er voor het verkrijgen van gerechtigheid derhalve geen andere mogelijkheid meer open zijn, dan dat de betreffende Indische vervolgingsslachtoffers (ex- gevangenen van Jappen) hun inspanning bundelen, teneinde de Nederlandse overheid juridisch aan te spreken op gelijk berechting ten opzichte van andere groeperingen van vervolgingsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.
Ik dank U voor Uw aandacht en zie Uw reactie gaarne tegemoet.
Hoogachtend,
Ir. A.E.Klaij.
Koningshof 74
2641 GV Pijnacker
E-mail : aeklaij@hetnet.nl.
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|