|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Een Mythe
De getalsverhoudingen tussen
bevolkingsgroepen in het vooroorlogse KNIL
Allerlei onbewezen uitspraken duiken
regelmatig op waar het gaat om 'vechten tegen de vrijheidslievende Indonesiërs'.
Indo's en Ambonnezen zouden steeds het voortouw hebben genomen.
De realiteit leert anders:
Gegevens KNIL (1941)
- 1370 beroepsofficieren
- 2410 reserveofficieren
- 39.030 Europese en inheemse onderofficieren/soldaten
- 21.300 Europese dienstplichtigen (landstorm)
- 16.100 inheemse reservisten
- 4.700 inheemse oudmilitairen
- 6.600 inheemse vrijwilligers
- 27.500 stads- en landwachten
- 2.200 vrijwilligers
In percentages:
- 40% inheemsen uit Java
- 18% Indo-europees
- 15% Menadonezen
- 12% Ambonnezen
- 4,7% Soendanezen
- 3.8% Timorezen
- 0,6% Batakkers
- 0,3% Madoerezen
- 0,3% Boeginezen
- 0,2% Atjehers
Chinezen: enkele tientallen
Bij ditn overzicht moet worden bedacht dat
het KNIL voor 1942 niet in de eerste plaats een krijgsleger was, maar vooral
politionele taken uitvoerde.
(Ontleend aan artikel van Dick Stormer: 'De Indo', maart 2002)
De politionele acties
Bij de z.g. politionele acties na de oorlog werden na een wetswijziging door het
parlement, voor het eerst diensplichtige Nederlandse militairen ingezet:
Daarnaast had men nog de
beschikking over troepen die uit het KNIL voortkwamen. Uiteindelijk werden de
troepen ingezet eind '45 en begin '46: de bezetting van de eilanden Bali,
Lombok, Banka en Poelau Weh. (Na Celebes en Borneo kreeg men pas in de tweede
helft van 1946 toestemming van de Britten om ook op Java en Sumatra op te treden
en de gebieden over te nemen die tot dan toe onder Britse invloed waren
geweest.)
Uiteindelijk
werd de troepenmacht van Nederland gebracht op meer dan 120.000 man.
Een groot gedeelte bestond
uit Nederland afkomstige dienstplichtigen die na de oorlog weer opgeroepen
werden. Met ongeveer 800 van deze dienstplichtigen werd in de zomer van 1946 het
3e Bataljon van het 5e Regiment gevormd. Dat het onderdeel zou gaan uitmaken van
de 'X'-brigade van de
7
December Divisie, en gelegerd zou gaan worden op Oost-Java, was een onbekend
gegeven.
Weigeraars: gelijk of niet?
De mannen die weigerden naar Indië te gaan in het kader van de "politionele acties" zijn hard aangepakt. Ze werden veroordeeld tot gevangenisstraffen van zeven jaar. Na afloop van die straf was het voor hen moeilijk om werk vinden. En dat terwijl deze mannen ook achteraf gezien
misschien de juiste beslissing hadden genomen. Professor Wertheim is van mening dat de regering van die tijd de fouten heeft gemaakt, en niet de dienstweigeraars:
'Naar mijn mening ligt de grote fout van de Nederlandse regering ruim een jaar voor de eerste "politionele actie" in 1947, toen het kabinet Beel een enorm aantal dienstplichtigen naar Indonesië heeft gestuurd terwijl artikel 192 van de grondwet het uitsturen van dienstplichtigen naar de overzeese gebiedsdelen uitdrukkelijk verbood.'
uit: VPRO-gids nr. 32; 12-18 augustus 1995
De meeste Indië-veteranen zeggen nog altijd dat
ze toen niet beseften dat het tóch een vrijheidsoorlog was. In de Nederlandse
overheidspropaganda werd nooit gezegd dat ons land een koloniale oorlog voerde -
de nadruk lag steeds op 'het bevrijden' van door terroristen bezette gebieden.
Ook toen al spleet de kwestie ons volk in tweeën. In juli 1946 werd een
landelijke enquête gehouden.De vraag luidde: Bent U het er mee eens, of bent U
er tegen, dat onze soldaten naar Indië worden gezonden?
Akkoord......: 50 pct..... 36 pct
Tegen...........: 41 pct..... 44 pct
Geen mening: 09 pct..... 20 pct
(Eerste cijfer voor mannen, tweede voor vrouwen!)
Wie in deze uitslag een vroegtijdige
erkenning van het Indonesisch gelijk ziet, heeft het mis. Het belangrijkste
motief tégen uitzending van onze soldaten was simpelweg de angst dat ze niet
meer terug zouden komen.
Die angst was terecht. Uiteindelijk belandden 2500 Nederlandse soldaten ergens
tussen de sawahs op een oorlogskerkhof. Bij die slachtoffers moeten ook nog eens
enkele tienduizenden Indonesiërs worden opgeteld die de Nederlandse kant hadden
gekozen, of daar door de nationalisten van werden verdacht.
Aan de andere kant sneuvelden minstens 100.000 Indonesische guerrillastrijders.
'Poncke' Princen noemt vaak het aantal van 300.000 Indonesische doden, maar dat
getal wordt al jaren lang door Indonesische historici 'niet realistisch' geacht.
Excessennota
Minister-president P. de Jong betoogde in de Kamer dat "geenszins kon
worden gesproken van wangedrag van de Nederlandse krijgsmacht", maar hij
zegde wel een onderzoek toe.
Een commissie onderzocht vervolgens de archieven die uit Indonesië waren
overgebracht. Het is hun rapport, dat nu bekend staat als de excessen-nota.
Die exessennota is nogal in tegenspraak met de sussende woorden van de premier.
Het is in feite een overzicht van 500 à 600 zaken - geweldmisdrijven en
plunderingen - die door Nederlandse militairen zijn bedreven en die destijds
door krijgsraden zijn berecht. Ze variëren van het in brand steken van
verdachten en verkrachtingen van vrouwenen kinderen, tot zware mishandelingen en
diefstallen.
De onderzoekers gaven zelf aan dat het materiaal 'verre van volledig' was:
"Zeer veel is nooit schriftelijk vastgelegd; en van wat wèl werd
geregistreerd, is een deel in Indonesië achtergebleven, vernietigd of verloren
gegaan." Voordat de excessennota uitsluitend aan Kamerleden ter inzage werd
gegeven, schrapte de regering die opmerking.
En langzaam bloedde de discussie weer dood.
'Oorlogsmisdaden'
De derde keer dat een nationaal Indonesië-debat in Nederland oplaaide was in
1988, toen de historicus dr. Lou de Jong in deel 12 van zijn geschiedschrijving
onze worsteling met de republiek Indonesië beschreef.
Een concept daarvan lekte voortijdig uit en de veteranen ontstaken in grote
verontwaardiging toen daaruit bleek dat De Jong over 'oorlogsmisdaden' zou gaan
schrijven. Na een landelijke actie dwong de regering hem zijn tekst aan te
passen.
In zijn uiteindelijke versie zegt De Jong dat het een 'onuitvoerbare taak' is om
aan precies te geven waar sprake is van een oorlogsmisdrijf en waar van een
exces.
Maar uiteindelijk, zegt De Jong, leidt die discussie af van het belangrijkste
punt; "dat men de primaire verantwoordelijkheid van Nederland daar moet
leggen waar zij historisch thuishoort: bij de hoogste politieke leiding."
En De Jongs eindoordeel over de Nederlandse regering is keihard: "Van háár
ging de opdracht uit om de Republiek Indonesië te bedwingen, dat wil in
Nederlands perspectief zeggen een gewapende opstand neer te slaan, en zij wist
na enige tijd dat dit bedwingen gepaard ging met excessen en zij heeft, toen zij
dat wist, onvoldoende ingegrepen."
En nadat De Jong dit had gezegd werd het weer stil.
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|