|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Oenige herdenking
Peter Schumacher, zélf indertijd NRC-journalist, heeft het eerder in BLIMBING
geschreven Het is niet
uit te leggen.
De lamlendigheid, oenigheid van de Nederlandse journalistiek waar het gaat over
verslaggeving m.b.t. voormalig N.O.I. en de Indische bevolkingsgroep in
Nederland.
Op de avond van de 15 augustusherdenking wist de NRC nog een grote foto te
plaatsen, van fotograaf Maurice Boyer. De keuze lijkt symptomatisch, het
onderschrift is verbluffend.
De mooie foto toont vier staande Indiëveteranen met baretten op het hoofd,
verder een verzameling duidelijk aangeslagen Indische mensen en een achter
dranghekken zittende oudere vrouw, met op de grond bosjes bloemen.
Precies het stuitende waar Dalang Mabuk eerder over
schreef: de Indo´s als versiering van een autoriteitenfeestje. Trouwens, men
heeft het ook op de TV kunnen zien, met de geruststellende stem van Hennie Stoel
als gids.
Nu het schrijvend journalistieke deel, dit onderschrift (volledig afgedrukt)
staat onder de foto:
´Capitulatie van Japan Herdacht. In het Haagse Westbroekpark is vandaag de
capitulatie van Japan in augustus 1945 herdacht. Daardoor kwam 58 jaar geleden
ook voor het door Japanners bezette Nederlands-Indië een einde aan de Tweede
Wereldoorlog. De ere-voorzitter van de Stichting Herdenking 15 augustus 1945,
brigadegeneraal bd. Rudy Boekholt, riep oudere Indische Nederlanders op hun
verhalen over Indië en vooral over de Japanse bezetting daarvan toch vooral aan
jongeren toe te vertrouwen. Verder vroeg hij tijdens de herdenking aandacht voor
de romusha´s, de van oorsprong Indische mannen die door de Japanners
krijgsgevangen werden gemaakt.´
In dit bericht zit allereerst de gotspe van ´erevoorzitter´ Boekholt die boter
op het hoofd heeft (lees vorige stukken van Dalang Mabuk), maar vooral de
stuitende onwetendheid van een journalist die kennelijk het verschil tussen
´Indisch´ en ´Indonesisch´ niet kent, noch de verschillen tussen
krijgsgevangenen en door Japanse ronselaars in Aziatische landen (waaronder
Indonesië) geworven ´romushas´.
Hier is de complete tekst van Boekholt na te lezen
(NB: De boven geciteerde tekst, was blijkbaar door een
landelijk persbureau geleverd, want stond ook in verschillende locale edities
van de Haagsche Courant van 16 augustus; nadat BLIMBING erover melding maakte
bleken de betreffende stukken van de site verwijderd. Enfin, beter laat dan
nooit, gemakzucht en ongeïnteresseerdheid ten top.)
En dat terwijl tegelijkertijd met de herdenking twee boeken (Birmaspoorweg
en
Pakan Baruspoorweg) zijn verschenen die een schokkend beeld geven van de
ellende ondervonden door krijgsgevangenen én ´inlandse´ dwangarbeiders uit de bezette
gebieden. Het aantal slachtoffers onder de laatsten is niet exact bekend, maar
wordt in verhouding tot die van de ´geallieerden´ op minstens het
tienvoudige geschat.
Is nu niemand op de simpele gedachte gekomen om voor dit onderwerp een
Indonesiër voor een gesprek met mevrouw Stoel uit te nodigen?
Het valt dus niet uit te leggen!
Nog minder valt de TV-reportage te begrijpen, door de NOS gemaakt. Bezoekers
werden bij de ingang van het Haagse Congresgebouw ondervraagd naar hun
belevenissen en dan blijkt toevallig dat de meerderheid van de geïnterviewden óf
zelf in het ´verzet´ zat, óf een dierbaar familielid in dat kader verloor. Het
is hetzelfde verhaal als waar Indische mensen zich lacherig over uitlaten: Alle
Nederlanders zaten in het ´verzet´.
Nou ja, veel is over
´Indisch verzet´ niet gepubliceerd en wat bekend werd, staat niet in
verhouding tot de over het algemeen lijdzaam toekijkende groep Indische mensen -
zowel binnen als buiten de kampen - in ´verzet´ tegen de Japanners.
Het is eens temeer onbegrijpelijk dat het
Breed Historisch Onderzoek niet een speciaal hoofdstuk aan dit onderwerp zal
wijden, net zomin als aan al dan niet vermeende collaboratie met de bezetters.
Mag dat alsjeblieft eens objectief boven tafel komen, in plaats van in geil
halolicht gedompelde verhalen aan jongeren, zoals Boekholt voorstelt?
Dan de herdenking op het gras voor het monument in het Westbroekpark, de
obligate onderdelen werden aleens eerder in BLIMBING belicht. Nu waren er nog
twee elementen bij gehaald, waar je met de beste wil van de wereld geen
aanknopingspunten kon ontdekken met de gebeurtenissen 58 jaar geleden.
Jazz zangeres Astrid Seriese zong eigen werk. Nu is ze ooit in dezelfde NRC (Kester
Freriks: 20-01-2000) als volgt getypeerd ´ bij Astrid Seriese zie ik veilige
interieurs voor me, wit geverfd, chroomstalen meubelen, verantwoorde kunst aan
de muren, stijl- en smaakvol ingericht, onberispelijk. Champagne in de glazen,
geen verschaald bier of een werkelijke alcoholische killer. Geen scheuren in het
plafond, geen barst in haar stem, geen zelfkwellende wanhoop. Dat is
opmerkelijk. Deze jazz wortelt niet in verslaving en ellende, eerder in
esthetiek, in een betrekkelijk veilige en gladgestreken wereld.´
En dat klopte wel: een aangenaam ogend trio (twee zangeressen, waarvan één de
regenpijp met pitjes hanteerde en een gitarist ingebed in fraaie TV-beelden van
de vijver van het Westbroekpark) zong eerst een gedicht van Tjalie, nu volledig
ontdaan van de grimmige ondertoon en verder een onverstaanbaar liedje over de
Surinaamse spin Anansi. Waarbij Seriese coquet en trekkebekkend in de camera
bleef staren. Wat mot je dáármee op deze dag? En dan te bedenken dat het ooit de
bedoeling was dat deze zangeres een muziekproject zou uitvoeren voor een ooit te
openen Indisch Herinnering Centrum, gedachtespinsel van haar
zusje en
toenmalig
voorzitter Ruud Boekholt.
Dan Yvonne Keuls!
Volledig bewust van haar succes als voordrachtkunstenaar uit eigen boeken, las
zij fragmenten uit het eigen oeuvre voor, compleet met Indisch accentje.
Pijnlijk was de als stichtelijke afsluiting bedoelde frase waarin zij opriep tot
een soort accepteren van ´het gebaar´ en daardoor maken van ´een gebaar´, of
iets dergelijks. Als je dat ziet, vraag je af wat ook dit programmaonderdeel
met deze dag te maken heeft. Waar hééft ze het over?
Keuls (1931) kan op zich geen recht doen gelden op Het Gebaar, want ze
vertrok op haar zevende naar Nederland en maakte de Japanse tijd niet mee. Nú
treedt ze op als spreekbuis van de Indische mensen, die wél aan dat criterium
voldoen. ´n Criterium dat volstrekt willekeurig - zie de uitsluitingtermen voor
b.v. warga negaras - tot stand is gekomen. Met behoorlijk veel politieke
druk.
Dit zei Yvonne Keuls ter afsluiting: ´Verhalen; we moeten blijven verhalen,
opdat wij niet op zoek hoeven gaan - bewust of onbewust - naar iemand die wij
voor onze trauma´s kunnen laten boeten. Het verhalen, tot ver in een wankele
toekomst, is óns gebaar. We zullen daardoor beter in staat zijn, om ´dat andere
gebaar´, HET GEBAAR, aan te nemen om zo dan toch uiteindelijk tot een verzoening
te komen, in de wetenschap dat elke verzoening een wederzijds offer vraagt.´
Dit is de complete tekst van Yvonne Keuls.
Ze had beter wat politieke vragen naar het hoe en waarom kunnen stellen aan de
hoofdonderhandelaar bij het gesteggel rond dat Gebaar, dezelfde generaal
overigens die de herdenkingstoespraak hield.
Waarom? Omdat je pas verzoenen kunt als je inzicht hebt gekregen in de feiten -
ten goede en ten kwade - van die hele pijnlijke geschiedenis en dat heeft niets
te maken met een ander willen laten boeten
De genezing, de catharsis kan pas volgen nadat de totems en taboes zijn
geslecht, vooralsnog ziet het daar niet naar uit. Waar deze hele herdenking weer
een sprekend voorbeeld van vormt, een zichzelf instandhoudend loos ritueel.
Benieuwd wat het Stichtingsbestuur voor 2004 in petto heeft.
Zullen we een voorstel doen, voor volgend jaar?
De toespraak wordt gehouden door Fred Venema van het Indisch Huis en
gesouffleerd door zijn directeur Roy Laurens vertelt hij over de restauratie van
het Indisch Huis in Linggardjati; Ernst Jansz tokkelt wat nieuwe liedjes uit zijn
oude ´Doe Maar´ bundels waarna Sari van Heemskerck en Els Lubbers samen het ´Kneuzenlied´
uit de verzamelde gedichten van Bert Middel mogen zingen.
Na afloop zal een demonstratie kunstzwemmen door Lois Lane in de vijver van het
Westbroekpark worden gegeven, met begeleiding van Valeriusliederen, gespeeld door de
Koninklijke Militaire Kapel. Zo komt eenieder aan zijn trekken.
DEZE LINK VERWIJST NAAR AMANDA KLUVELS
COLUMN IN DE NRC VAN 19 AUGUSTUS 2003
INDO’S IN INDONESIË TEN ONRECHTE VERGETEN
(Uit: HaagscheCourant, 16 augustus 2003)
Het heeft
meer dan een halve eeuw geduurd voordat politiek en maatschappelijk werd erkend
dat de Indische Nederlanders die de Japanse bezetting hebben meegemaakt recht
hebben op erkenning als oorlogsgetroffenen. Maar voor een kleine, veelal
noodlijdende groep Indo’s in Indonesië is dat nog steeds niet het geval. Dat
moet snel worden rechtgezet.
Er zijn
diverse regelingen voor de oorlogsslachtoffers. Jaarlijks wordt op 15 augustus
de Japanse capitulatie herdacht, ook officieel via vlagvertoon. De regering
heeft in 2000 een gebaar van tegemoetkoming gemaakt voor een te veel aan
bureaucratisch en kil formalisme. Er werd een stichting in het leven geroepen
die tot taak kreeg 350 miljoen gulden uit te keren aan de Nederlanders die de
Japanse bezetting aan den lijve hadden ondervonden en die schade hadden geleden
van het tekort geschoten rechtsherstel na de oorlog tot aan de
soevereiniteitsoverdracht. Het Kabinet belastte de Stichting Het Gebaar met de
uitkering. De Stichting ontwierp een Uitkeringsreglement op basis waarvan ruim
98.000 personen een uitkering van € 1.822,00 ontvingen. In het
Uitkeringsreglement werd vastgelegd dat je uit Indië/Indonesië moest zijn
vertrokken om in aanmerking te komen. Wie in Indonesië achterbleef werd
uitgesloten omdat die geen band met Nederland had gehouden en ook niet kil was
ontvangen in Nederland. Wel werd een uitzondering gemaakt voor die Nederlanders
die niet naar Nederland waren gekomen maar rechtstreeks vertrokken waren naar
elders, zoals naar Australië of de Verenigde Staten. Dit alles heeft er toe
geleid dat van de 100.000 getroffenen er ongeveer 2000 geen uitkering hebben
gekregen omdat ze niet uit Indonesië zijn vertrokken. Dit is zeer
onrechtvaardig.
Het
Gebaar was ook voor hen bedoeld. Mede door de Nieuw-Guinea kwestie en wat daarop
volgde hebben zij zelfs in hoge mate te lijden gehad van het tekortschietend
rechtsherstel. Velen verloren hun baan. Dat zij bleven had ook te maken met de
oproep van destijds van de regering en van het Nederlandse bedrijfsleven om te
blijven. Het is onredelijk hen nu voor te houden dat ze geen band met Nederland
hebben gehouden. Deze veronderstelling in het Uitkeringsreglement is ook in
strijd met de werkelijkheid. Ze spreken Nederlands en hebben contact met familie
en kennissen in Nederland. De blijvers worden ook ongelijk behandeld ten
opzichte van de toenmalige landgenoten die rechtstreeks naar bij voorbeeld
Australië zijn geëmigreerd, zo’n 1580 personen, die dus niet naar Nederland zijn
gekomen en die wel een uitkering hebben gekregen. Van hen wordt zonder meer
aangenomen dat ze wel een band met Nederland hebben gehouden.
Wil
Nederland in het reine komen met de tekortkomingen in het naoorlogse
rechtsherstel ten opzichte van de Nederlandse oorlogsgetroffenen in Indië dan
moet ook recht worden gedaan aan de kleine tussen wal en schip gevallen
toenmalige lot- en landgenoten in Indonesië. De Stichting Hulp aan Landgenoten
in Indonesië (Halin), die zich het lot van deze mensen aantrekt, voert in hoger
beroep, een proces tegen Het Gebaar, om de ongelijke behandeling en het begane
onrecht ongedaan te maken.
REACTIE
Jezus, nog aan toe, moet ik toch nog de deur uit.
[...]
1) Zo´n mooie griet als Astrid Seriese kan in mijn ogen absoluut nooit kwaad
doen, ze mag zelfs vals van mij zingen. Daar ben ik konsekwent in. Lelijke
vrouwen en mannen genoeg om het vuile werk te doen, zeg ik altijd maar.
Astrid is een beetje anstiel, maar ook dat vergeef ik haar ruimhartig.
Op de laatste PMB zag ik haar 'live' het lied 'Anders niet' ( naar het
schitterende gedicht van Tjalie Robinson) zingen, en was meteen dubbel om. Dat
sfeertje, rond Astrid waar Kester Freriks het over heeft en door de Dalang Mabuk
in zijn artikel wordt geciteerd is ook het mijne en is niets verkeerd mee. Hoe
dan ook, het aardige van Astrid Seriese is, dat zij een werkelijk talent is,
fantastisch zingt en haar aanwezigheid op de Herdenking een uitermate goede en
terechte keus was.
2) Dat laatste geldt ook voor Yvonne Keuls. Uiteindelijk ook een Indisch meisje.
Als je wilt dat men naar de Indische verhalen luistert ( dat wil men toch al 50
jaar ?)moet je natuurlijk wel wat zwaargewichten en boegbeelden in stelling
brengen, bij dat soort gelegenheden. Als je dan nog het geluk hebt, als
gemeenschap, dat je mensen zoals Astrid en Yvonne, ten tonele kan voeren, moet
je daar trots op zijn.
En niet zoals de Dalang mabuk, stiekem tussen het publiek gaan staan en de dame
die voor hem staat in de bil te knijpen ( bij wijze van spreken dan), om het
feestje te versjteren
[...]
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|