|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Het Breed Historisch Ongelijk van een columniste;
Of het vooroordeel van de belanda
Tessel Polmann heeft een
column
geschreven voor de site van het NIOD, waarin ze haar ideeën geeft over Het Breed
Historisch Onderzoek (BHO) en de Indische bevolkingsgroep.
Het is een zeldzaam staaltje belanda-gericht denken waaruit een bijna koloniale
arrogantie tegenover en betutteling van de Indische mensen spreekt. Ze verwijst
in haar tekst naar een eerder bij het NIOD verschenen
column.
Zoals bekend is vanuit de Indische groep indringend bezwaar aangetekend tegen dit BHO, waarbij de belangrijkste argumenten zijn: ´We hebben niet om deze fooi
gevraagd, ontsproten uit de heisa rond Het Gebaar, we zijn niet betrokken
geweest bij de invulling van het onderzoeksprogramma én het zwaarst wegende
punt, onze geschiedenis - met name v.w.b. de bersiap en de buitenkampers - is
niet terug te vinden in de opzet van dit BHO´.
Er spreekt een doorlopend dédain uit de tekst van Tessel Pollmann tegenover de
Indische mensen, de Indo´s. Dat mag o.a. blijken uit verschillende psychologische conclusies die
zij trekt en die qua inhoud het niveau halen van de
´kneuzen´-uitspraak van Els Lubbers,
eens voorzitter van Het Tweede Gebaar.
Een paar voorbeelden:
´Zo’n onderzoek naar het leven in Indonesië zint sommige mensen niet.
Waarom niet? Ik denk dat de reden daarvan – en dan raken we meteen de kern –
ligt in de wrok die een aantal Indische mensen tegen Indonesië, maar ook tegen
Nederland voelt.´
Waar haalt ze het vandaan?
Weliswaar is de ondertitel van het BHO ´De herschikking van de Indonesische
samenleving´, maar dat betekent toch niet dat je geen vragen mag stellen naar het
waarom van déze keuze. Terwijl een fatsoenlijk onderzoek naar de historie van deze
groep uit
´eigen bangsa´ in de ogen van de Indische mensen nog steeds ontbreekt.
Natuurlijk zijn de historische banden tussen de Indonesiërs en met name de
Indo´s niet te ontkennen en sterk met elkaar verweven: ten goede en ten kwade.
Maar dat laatste kun je pas concluderen nádat je een volwassen onderzoek
instelt, ook naar de kwalijke kanten van het Indo-zijn binnen de geschiedenis.
Om één punt eruit te lichten, hoe kun je de latere na-koloniale ´herschikking´
van de Indonesische samenleving goed begrijpen zónder eerst een onderzoek te starten naar de buitenkampse en bersiap-ervaringen van Indo´s?
NB: Het is toch opvallend dat de enige Indonesiër uit de
adviescommissie van het NIOD-onderzoek is gestapt, zonder een opvolger te
hebben. Het is ook bekend dat Indonesië niet zó erg gecharmeerd is van het hele
onderzoek. Waar blijft dan de suggestie van een onderzoek naar de herschikking
binnen de postkoloniale Indonesische samenleving?
Die geschiedenis is - zeker naar oordeel van de betrokkenen - niet goed, dan wel
eenzijdig, dan wel incompleet beschreven. Als je dát gegeven voor ogen houdt,
kun je eenvoudig niet begrijpen dat binnen het BHO een groot deelonderzoek
wordt gedaan naar de ontwikkeling van urbane vormen ná de
soevereiniteitsoverdracht. Wat hebben die Indo´s daarmee te maken als een
belangrijk deel van hun geschiedenis juist vóór die overdracht zich afspeelt? En
welk deel sinds meer dan een halve eeuw wordt verzwegen, dan wel beoordeeld vanuit het belanda-centrische standpunt van de voormalige kolonisators?
Het is dan wel erg makkelijk en goedkoop om - in het voetspoor van Els Lubbers
én Elsbeth Etty én Amanda Kluveld - vergoelijkend te spreken over zo´n onderzoek
dat ´balsem voor de gekwetste ziel [is] en dat er vele Indische mensen
inclusief de Indo-Europeanen gekwetst zijn, behoeft geen betoog´.
Wat heeft dat ermee te maken? Het behoort te gaan om waardenvrij wetenschappelijk
onderzoek, dat dus blijkbaar in Tessel Pollmann´s visie in de vormgeving bepaald
en gestuurd zou (moeten) worden door de mate van gekwetstheid, of
traumatisering.
Afgezien van het feit dat haar uitspraak volstrekt gratuit is, zou het betekenen
dat de Indische groep in overwegende mate gebukt zou gaan onder dit door haar
geplakte etiket. Daarnaar is echter nooit vergelijkend onderzoek gedaan bij een
vergelijkbare groep belandas uit voormalig N.O.I. en als je kijkt naar het percentage ´maatschappelijk
geslaagde´ Indo´s, kan die stelling eenvoudig niet overeind blijven.
Nog minder is de ´wrok´-theorie vol te houden als je kijkt naar het percentage Indo´s dat zich ná de overdracht professioneel heeft ingezet voor
het geboorteland.
En wat betreft de wrok tegen Nederland,……ach lees dit stuk van Tessel
Pollman maar dat bol staat van vooroordeel in plaats van feiten en dan weet je hoe
dat komt.
Ook de observatie van een niet-samenhangende Indo-gemeenschap komt uit het
vooroordeel van de belanda die als het kon dat lastig mengvolkje zoveel mogelijk
uit haar blanke omgeving houdt: liever dus niet als lid van de tennisclub of
sociëteit toelaten, waar het meest armzalige en uit de klei getrokken tuig van de belandarichel wél entree heeft.
Lees de Hongaarse arts Laszlo Szekely (1892-1946), Tropic Fever.
Tessel Pollmann weeft doorlopend vastgeroeste meningen en stereotypen in het betoog om haar gelijk
te krijgen, terwijl de feiten anders liggen. Het was, geloof ik, mevrouw H.A. Sutherland die in een studie over de Makassaarse samenleving heeft gewezen op de
belangrijke rol van Indo´s als tussenschakel tussen nogal diverse
bevolkingsgroepen als belandas, armeniërs, chinezen en ´inlanders´ etc.
Doordat zij binnen de koloniale verhoudingen bepaalde sleutelposities ongemerkt
innamen, bij de politie, als ambtenaar, in het pandjeshuis enz.
Dát zijn de zaken die de ´Indo-Europese´ groep (waarom schrijft Tessel
Pollmann niet gewoon ´Indo´?) onderzocht wil hebben en binnen de juiste context
geplaatst. Waarbij zij zélf het voor het zeggen heeft en het BHO niet als
uitvloeisel van een ongewenst Gebaar in de maag gesplitst krijgt, omdat twee
dozijn historici ´aan den arbeid´ moeten worden gehouden.
Of dat niets kost: b.v. de aanstelling van de Australiër Robert Cripp voor het
vier jaar durende onderzoek naar orde en gezag! (Tussen haakjes, zijn
bijdrage aan de bersiap-conferentie blonk uit door
theoretische nietszeggendheid. )
Conclusies uit zo´n volwassen onderzoek zullen altijd beter zijn dan de larmoyante toon van Pollmann´s tirade - zonder duidelijk
te maken wát nu het pijnlijke is aan de constatering géén hoofdrol te spelen:
´Ik kan me heel goed voorstellen dat een aantal Indo-Europeanen daar niet
graag over wil lezen; in dat grote geheel van een koloniale staat die een
onafhankelijke natie-staat wordt, spelen ze een bijrol en geen hoofdrol. Dat is
vrij pijnlijk En toch zou het goed zijn als ze zich daarmee zouden kunnen
verzoenen. Zoals Het Gebaar een gebaar van verzoening was, zou het Breed
Historisch Onderzoek een periode kunnen inluiden waarin de wrok opzij gezet
wordt .....´
Moet die Indische groep dan opeens Het Gebaar als ´verzoening´ zien?
Waarvoor, waarom en met weglating van juist de essentiële delen binnen haar eigen
groep als de Warna Negaras Indonesia? Die ooit - al dan niet onder zachte dwang
- hun besluit namen, dat achteraf in Nederland negatief uitpakte binnen de
criteria van Het Gebaar?
Tessel Pollmann schijnt niet te willen inzien dat je ook zonder wrok, de realiteit sinds 1945 met passie voor het geboorteland aanvaarden
kunt, maar wél erop blijft staan dat jouw Indogeschiedenis pas in brede context kan worden
geplaatst, nadat die geschiedenis uitputtend is onderzocht en vastgelegd.
Niet meer, maar zeker niet minder.
Het slot van NIOD column is misschien het meest ontluisterend. De schrijfster
wijst op de ´Indische´ geschiedenis vanwege onleesbaarheid van de
wetenschappelijke auteurs, door veel Indische lezers gezocht wordt in
boeken van Hella Haasse, Geert Mak, Helga Ruebsamen en Adriaan van Dis.
Allemaal belandaboeken dus! Net alsof er niet een overvloed van ´grijze´ literatuur is, geschreven
vanuit de positie van de Indo´s?
Die laatste is op z´n minst authentiek omdat eigen ervaring wordt vastgelegd en
waarin nooit
de opgedrongen rol van eeuwige klager en slachtoffer werd geaccepteerd. Een rol die maar
al te graag door dezelfde belandas als etiket wordt gebruikt voor die Indische
gemeenschap.
Waaraan Tessel Pollmann zich in feite ook schuldig maakt: de wet van de
borreltafel, met een glaasje op zwetsen over luie Turken, criminele Antilianen
en klagende Indo-slachtoffers.
Kan deze columniste zich voortaan niet beter beperken tot haar dagtaak, dat is
de voorlichting bij het
restaureren van Nederlandse kerken?
Ik denk dus dat het NIOD de aangevangen plannen moet
wijzigen en eerste prioriteit moet geven aan een alles omvattend onderzoek naar positie, belang en rol van de Indo´s binnen de historie van voormalig Nederlands
Indië. En dan ook de gevolgen voor die groep na de overdracht weet te beschrijven.
Een onderzoek waarbij eens en vooral de opgedrongen rol van halfbloedknecht
onder volbloedmeester wordt vervangen door inzicht in en betrokkenheid bij die
Indische groep, die uiteindelijk uit eigen ervaring en niet voorgezegd door
welke wetenschapper ook, weet dat er geen weg terug is.
Ook een open onderzoek naar de
resten van koloniaal denken binnen de kringen van historische wetenschap is als ondersteuning van dit BHO
een eerste vereiste
- Huib Deetman
Reactie van Guus de Koster in Nieuw Zeeland:
Hi Huib,
Thanks voor deze missive.
Die Tessel toch. Denkt blijkbaar dat alleen Indos in Negri belanda moeten
onderzocht worden. Talk about Negri Belandacentric.
Wij die niet in Indonesie of Holland bleven doen weer niet mee in hun denken.
Of heb ik het fout. Moet er weer acte de presence gegeven worden , dit keer
aan de NIOD zoals we dat deden bij Het Gebaar via Minister Borst.
Mogen wij mee doen? graag he !
Ach ach ach een mens kan wel af en toe huilen, als je dat zo leest.
Pukul terus maar weer.
Guus
Herman
Bussemaker ex-voorzitter van de KJBB schrijft o.m.
Het Gebaar zou volgens Tessel Pollmann dienen ter
verzoening van de Indische groep. Het Gebaar is echter niets anders dan wat
het woord zegt: een gebaar van de Nederlandse overheid ter compensatie van de
koude en kille ontvangst, welke de Indische groep bij aankomst ten deel
viel.Het gebaar heeft dus nadrukkelijk niets met rechtsherstel te maken.
Verzoening met de Indische gemeenschap kan er pas komen als de regering
besluit tot echt rechtsherstel. De bezwaren uit deze groep tegen het Breed
Historisch Onderzoek zijn nu juist, dat dit onderzoek hoe dan ook niet zal
leiden tot dat beoogde rechtsherstel, omdat essentiele onderzoeksgebieden
zoals de Bersiap ontbreken in het nu in gang gezette onderzoek. Daarmee
discrimineert de overheid opnieuw de Indische groep ten opzichte van de
Nederlanders die wel rechtsherstel hebben gekregen na afloop van de Duitse
Bezetting, inclusief groepen Nederlandse vervolgingsslachtoffers van het
Duitse bewind zoals de Nederlands-Joodse gemeenschap en de Nederlandse Roma/Sinti.
In de ogen van de Nederlandse regering zijn Nederlanders van Indische komaf
kennelijk "Children of a lesser God": immers slachtoffers van een Japanse
bezetting en daaropvolgende Bersiap, en niet slachtoffers van de Duitse
Bezetting. Deze houding roept woede en frustratie op, en belemmert een verdere
integratie van de overigens snel kleiner wordende Indische groep overlevenden
in de Nederlandse samenleving.
Kortom, Tessel Pollmann heeft de klok horen luiden, maar weet duidelijk niet
waar de klepel hangt. Haar column komt daarom over als arrogant, belerend en
"koloniaal" in de ogen van de groep, die zij in haar column aanspreekt. En dat
is jammer, zowel voor haarzelf, als voor de Indische gemeenschap.
Alfred Birney´s column in de Haagsche Courant van 8 augustus 2003:|
Pollmans evangelie voor de Indo
Tessel Pollman schreef ooit recensies over boeken van Indo’s en Molukkers,
voor wie ze een lans brak. Jammer dat ze verdween. Jammer dat ze weer
verscheen, namelijk in een gastcolumn op de website van het NIOD. Dat
instituut voor oorlogsdocumentatie is een onderzoeksprogramma gestart om de
geschiedenis van Indië naar Indonesië in een breder kader te kunnen plaatsen.
Kritiek van Indo’s doet TP zich thans opwerpen als de evangeliste van Het
Redelijke, opdat haar voormalige doelgroep zich vermag te verzoenen met haar
lot. Amen. Allereerst doopt TP Indo’s terug tot Indo-Europeanen, zoals men hen
van overheidswege aan het einde van de negentiende eeuw is gaan noemen. TP zit
intussen namelijk bij het Ministerie van OC & W en is daar een ander taaltje
gaan spreken. Volgens TP zouden nogal wat Indo’s in wrok leven jegens de
Indonesiër en de Nederlander, omdat ze zich verbannen voelen van hun
geboortegrond. TP schopt een open deur in door te zeggen dat niet alleen
Indo’s ellende hebben gehad tijdens de Japanse bezetting. Het centraal stellen
van Indo’s in een geschiedschrijving over de dekolonisering vindt zij dus
‘onwerkelijk’.
(De gehele tekst hier:
http://www.alfredbirney.info/forum/viewtopic.php?t=206
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|