|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
vijftien augustus
kreeg ik de verraderskus
een gedenkdag - dus
Over het algemeen zul je een feestredenaar niet uitnodigen, als
je weet dat er iets met de figuur aan het handje is.
Dat geldt zeker wanneer we het hebben over wie tijdens de
15 augustus-herdenking
de officiële toespraak zal houden. De laatste drie jaar spraken
achtereenvolgens: in 2000 mr. H.D. Tjeenk Willink, in 2001
mevr.dr. E.
Borst-Eilers en in 2003
mevr.mr Winnie Sorgdrager.
Misschien dat je op de kwaliteit van hun toespraken het een of ander kunt
afdingen, tóch is sprake van sprekers van onberispelijk gedrag. Niet vergeten
mag immers de speciale betekenis van de grote toespraak ter herdenking van
de Japanse capitulatie, die voor de meeste Indische mensen - om het even of ze al
dan niet in een kamp zaten - een grote emotionele en symbolische waarde heeft.
Dat houdt bijna vanzelfsprekend in dat een redenaar door de Indische groep
geaccepteerd moet kunnen worden om ´namens´ hen het woord te voeren. Nu
is dat bij de uitgenodigde spreker van dit jaar zeker het geval waar hijzélf
zich meermalen die rol liet aanleunen, dan wel uit eigen beweging
plaatsvervangend voor de Indische groep optrad.
In het programma van dit jaar staat immers dat de Herdenkingsrede door de
erevoorzitter brigade-generaal tit. b.d. R. Boekholt wordt uitgesproken. Het is
echter zeer de vraag of deze intussen tachtigjarige ex-militair de juiste keuze
is geweest van de ´Stichting Herdenking 15 augustus 1945´.
Deze vraag moet volgens de Dalang Mabuk om verschillende redenen ontkennend worden
beantwoord.
Ten eerste is de staat van dienst welke Ruud Boekholt voor de ´Indische zaak´
heeft betekend verre van vlekkeloos te noemen.
Laten we daar twee zaken uitlichten, de voorbereiding tot het bezoek van Japans
Keizer Akihito en het fiasco rond het Indisch Herinnerings Centrum.
Oranjevazal
Direct toen de plannen voor een staatsbezoek van Akihito bekend werden
vanwege de
eeuwenlange
betrekkingen tussen Japan en Nederland, barstten de protesten los.
Velen achtten dit bezoek niet opportuun gezien de in hun ogen Japanse arrogantie
m.b.t. Nippons rol in de tweede wereldoorlog. Dat had deels te maken met niet
soepel verlopende gesprekken tussen de Nederlandse regering en het door
Boekholt
geleide Indisch Platform, dat werd gezien als spreekbuis ´namens´ de verdeelde
Indische achterban.
Het kwam erop neer dat regering en majesteit geen enkele demonstratie tégen de
keizer wensten te dulden en probeerden dit te voorkomen door een deal te sluiten
met deze Indische achterban, liever gezegd met degenen die geacht werden
´namens´ te spreken.
Zoals bekend is daar uiteindelijk Het
Gebaar uit gekomen. Daarbij was de rol van Ruud Boekholt prominent en sprak hij
´namens´ meestal erg voor zijn beurt, o.m. de majesteit belovend dat hij
die Indische club wel koest zou houden.
Dat mondde uit in de operette-optocht van twee ´Indische´ met vierdaagsekruis en
rinkelpenningen volgehangen generaals buiten dienst - Boekholt en de
voorzitter van de PUR, Goof Huijser - die op de Dam achter het keizerlijk
echtpaar paradeerden. Waar de Indische mensen achter dranghekken inderdaad zwijgend toekeken hoe de
Japanse gast wél of níet langdurig genoeg boog voor het nationale monument. Want
- volgens Boekholt - het moest vooral ´waardig´ zijn.
Dat leidde vervolgens in een paar steden - Den Haag ging het verst - tot toestanden waarbij
oudere Indische mensen door de ME verwijderd werden omdat ze T-shirts met Japan
wellicht onwelgevallige teksten droegen. Het Indisch Platform noch Boekholt
gaven een kik. De Haagse burgemeester werd drie jaar later na een langdurige
procedure voor de Raad van State op alle fronten in het ongelijk gesteld, maar ook
toen bleef het Indisch Platform en haar voorzitter autistisch.
Fiasco IHC
Dan is er het gehannes rond de
miljoenenaankoop van een
Scheveningse villa waar
het IHC (Indisch Herinnerings Centrum) zou worden gevestigd. Het door minister
Borst financieel ruim gesteunde project leed
schipbreuk met een ruziënd bestuur en breed
uitgemeten affaires. Zo gunde de voorzitter van zowel het Indisch Platform als
van het Indisch Huis en van de Stichting Herdenking 15 augustus, zijn broer de
architect de aanbesteding voor de renovatie van de aangekochte villa. Andere
bestuursleden volgden dit voorbeeld van
nepotisme en gunden verwanten of
partners eveneens aanzienlijke sommen geld voor verschillende projecten.
Iedereen weet hoe het uiteindelijk afliep met het IHC. In Blimbing wijdde de
Dalang Mabuk een flinke stapel artikelen aan deze kwesties hoe de
minister
de kraan dichtdraaide en vervolgens het Indisch Huis aan de Javastraat uit de
hoge hoed toverde.
Met andere woorden: op twee essentiële momenten liet voorzitter Boekholt het
beleidsmatig volstrekt afweten. Wat hem na valt te dragen is het feit dat nog
steeds wordt gedaan of e.e.a. geschiedde ´namens´ de Indische achterban.
Die was echter monddood gemaakt of werd dom gehouden, want men hield niet van
lastige vragen en de aan het Indisch Platform deelnemende zestien of zeventien
organisaties waren maar al te blij aan te mogen zitten.
Anders gezegd, zijn hele optreden maakt hem ongeschikt nu weer ´namens´ de
Indische achterban op de belangrijke officiële 15 augustusherdenking van 2003 te
mogen optreden. Nu de Stichting Herdenking 15 augustus de blunder maakt
dit desondanks geprogrammeerd te hebben, zou hij beter de eer aan zich kunnen
houden en zich terugtrekken.
Ballenjongen
Dan is er ook nog de kwestie van Boekholts rol als ´ballenjongen´,
doelend op de jongelui die tijdens de Japanse bezetting o.m. in Kamp Halimoen
een voorkeursbehandeling kregen, nadat ze een loyaliteitsverklaring tegenover
Nippon hadden afgelegd. Ze kregen hun bijnaam in de mond van andere
geïnterneerden, omdat ze een armband droegen met de rode Japanse bol.
De zaak is nooit goed uitgezocht en dan bedoelen we niet de uitlatingen van de
persoon in kwestie, maar objectief. Ook het mondelinge interview dat Boekholt
over die periode - hij was toen achttien jaar - gaf bij de SMGI (Stichting
Mondelinge Geschiedenis Indonesië: code 1285.1&2) kan niet gelden als
objectief.
Dalang Mabuk heeft zich twee jaar geleden al afgevraagd ´Hoe lunch je met
Akihito, teken je dan eerst een
loyaliteitsverklaring?´
Boekholt zegt zelf in een interview met Edy Seriese (blz 63 en 64 van 'Het
einde van Indië'):
'We moesten omgeturnd worden tot voorstanders van het Groot-Aziatisch Rijk,
pro de Jap dus.[.....]Eind 1944 kwam de oproep van het bureau-Dahler. We moesten
een loyaliteitsverklaring tekenen, dan kregen we werk. Het project stond onder
leiding van Van den Eeckhout, een Indo-Europeaan. Die was met nog een aantal
andere mannen uit het kamp gekomen door het tekenen van een
loyaliteitsverklaring. [....] ik werd met zo'n 1000 andere jongens naar het
Halimoen-kamp gebracht. Het was daar niet zo slecht. Het was geen gevangenis
zoals Glodok, maar een boerderij: er was altijd wel aan extra eten te komen. Er
liep één Jap rond, die was de baas. We mochten eens in de week bezoek
ontvangen.[......] Van den Eeckhout van het bureau-Dahler woonde op het terrein
en had de leiding over het omturn-programma. De barakoudsten waren door hem
aangesteld, allemaal mannen, 40-ers die met Van den Eeckhout hadden getekend om
uit het kamp te komen.'
Er zitten tegenstrijdigheden in het verhaal, zoals de Dronken Dalang eerder
schreef, zoals het feit dat weigeraars b.v. naar Glodok werden gezonden, waar
zich afschuwelijke zaken afspeelden. De moeilijkheid is dat overlevende getuigen
alleen ´off the record´ willen spreken. Blimbing heeft eerder een oproep
geplaatst om ooggetuigen te mogen spreken. Dat leverde niets op, maar zolang de
geruchten blijven rondgaan, kán het eenvoudig niet zo zijn dat de persoon in kwestie, of
die nu generaal, adjudant van de koningin, of ballenjongen is geweest, optreedt
als redenaar tijdens de 15 augustusbijeenkomst.
Kort: Ruud Boekholt heeft een paar jaar geleden afscheid
genomen van de Indische zaken, hij is daarvoor onderscheiden en had dus een
ongestoorde ouwe dag kunnen hebben, zonder telkens zich te moeten afvragen of
hij wel ´namens´ de Indische groep moest figureren. Die weg is dus nu
voor 15 augustus 2003 bewust niet gekozen. Integendeel, zijn aangekondigde optreden kán
niet anders gezien worden als bedoeld ´namens´ de Indische groep.
Naar de opvatting van de Dronken Dalang gaat dié tolerantie
veel te ver. Het gaat ook niet zozeer om de persoon Ruud Boekholt, maar om het
systeem dat niet in staat is te luisteren naar wat binnen de Indische groep
leeft en die langzamerhand de buik vol heeft van regentengedrag, om het even of
het nu de Stichting Herdenking 15
augustus,
Het Gebaar, het
Indisch Huis of
Indisch Platform
betreft.
De Stichting Herdenking 15 augustus treft misschien wel de
grootste blaam met haar verouderde opvattingen hoe de capitulatie van Japan en
het einde van de tweede wereldoorlog zouden moeten worden herdacht. In elk geval
NIET met de nog steeds overheersende militaire saus, die tamelijk ranzig gaat
worden.
(Motto boven artikel:
Roy de Riemer, Scheveningen, 15
augustus 1993)
Presentatie lesbrief ‘Waarom die vlag toch?’ op 15 augustus in Het Indisch
Huis
Waarom hangt op 15 augustus de
vlag uit? ‘Ik herdenk meer voor de anderen,’ zegt Louise de Bell (75). ‘Ik vind
dat alle slachtoffers een plaats verdienen in onze herinnering,’ meent haar zoon
Harold de Bell (46). Harolds dochter Marcha (21) heeft zelfs niet gevlagd toen
ze voor haar eindexamen slaagde. “Ik weet wél dat Indonesiërs op 17 augustus de
onafhankelijkheid vieren, omdat mijn moeder op de Indonesische ambassade werkt.
Daar is dan altijd een feest,’ aldus Marcha.
In de lesbrief ‘Waarom die vlag toch?’ is te vinden waarom Indische Nederlanders
op 15 augustus herdenken dat dat de Tweede Wereldoorlog in Azië op 15 augustus
1945 was afgelopen. De lesbrief is bestemd voor leerlingen tussen 11 en 16 jaar
in het basis- en voortgezet onderwijs en is te gebruiken tijdens lessen algemene
vorming, geschiedenis en maatschappijleer. Ook voor een breder publiek is het
een goede kennismaking met de geschiedenis van Indische Nederlanders.
Op 15 augustus wordt deze lesbrief gepresenteerd in Het Indisch Huis. U bent
daarbij van harte welkom!
Programma:
16.00-16.10 uur: welkom door dr. Esther Captain
16.10-16.30 uur: inleiding door Marcel Herrebrugh (student Erasmus
Universiteit Rotterdam) over zijn afstudeeronderzoek naar de wijze waarop in
diverse Nederlandse dagbladen en het Indische tijdschrift Tong Tong/Moesson
over 15 augustus is geschreven
16.30-17.45 uur: aanbieding eerste exemplaar van de lesbrief ‘Waarom die vlag
toch?’ aan dr.ir. Herman Bussemaker (voormalig voorzitter van de vereniging
KJBB)
18.00 uur: afsluiting
De lesbrief ‘Waarom die vlag
toch?’ is een uitgave van Stichting Het Indisch Huis en werd financieel mogelijk
gemaakt door een bijdrage van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport. Distributie: Zorn Uitgeverij BV, Leiden. Voor informatie over de
lesbrief: Esther Captain, 070-3028187, ecaptain@hetindischhuis.nl
REACTIE:
De vraag
Waarom die vlag toch? de lesbrief van dr Esther Captain sierend, kan na lezing
van de aankondiging van de presentatie van de lesbrief op 15 augustus aanstaande
in Het Indisch Huis, direct beantwoord worden. ´Vanwege een aantal
blunderende modderschuiten!´
Want dankzij Esther Captain, Het Indisch Huis en VWS leren elf- en
zestien-jarigen in het basis- en voortgezet onderwijs dat ‘Indische
Nederlanders op 15 augustus herdenken dat de Tweede Wereldoorlog in Azië op 15
augustus 1945 was afgelopen’.
Neem mij - Indische Nederlander - niet kwalijk mevrouw dr, meneer drs en de
onbenullen op het ministerie van VWS, op 15 augustus herdenkt (een deel van)
Indisch Nederland de capitulatie van Japan.
Andermaal,
opdat jullie nooit zult vergeten:
DE CAPITULATIE VAN JAPAN.
* Renee
Soute
COMMOTIE ROND ACTIE TELFORT
Uit GPD bladen:
Een reclamestunt van telecombedrijf Telfort op 15 augustus, de dag van de
bevrijding van Nederlands-Indië, heeft bij de Indisch gemeenschap in Nederland
tot boze reacties geleid.
Om te vieren dat het telecombedrijf Telfort (nu nog O2) weer volledig in
Nederlandse handen is, verspreidt het bedrijf miljoenen Nederlandse vlaggetjes.
Wie op 15 augustus vlagt, maakt kans op vijf jaar gratis bellen en sms'en. Op
diezelfde dag wordt jaarlijks herdacht dat de Japanse bezetters van voormalig
Nederlands-Indië zich overgaven.
´Dit getuigt van zeer slechte smaak´, zegt Lia Folmer-de Kleijn, voorzitter van
de stichting die de herdenking organiseert. Ze noemt de actie van het bedrijf
'een schop tegen het zere been van de Indische gemeenschap'. De
voorzitter wil vandaag nog contact met Telfort om te vragen de actie te
verplaatsen. Vanochtend - 4 augustus 2003 - kon Telfort nog niet zeggen of de
campagne wordt uitgesteld. Het bedrijf noemde het 'ontzettend vervelend dat
het samenvalt'. Hoe het heeft kunnen gebeuren dat de campagne precies gelijk
met de herdenking valt, wist het bedrijf nog niet. Terwijl in Europa de Tweede
Wereldoorlog al maanden voorbij was, woedde deze in Zuid-Oost-Azië nog voort.
Twee dagen na de Japanse capitulatie riep Indonesië de onafhankelijkheid uit en
begon een nieuwe strijd.
STICHTING HERDENKING 15 AUGUSTUS 1945:
http://www.sh15aug1945.nl/
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|