|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
LAST VAN DE OORLOG
door Stef Scagliola
Uitgever: Balans
ISBN: 9050185932
Prijs: € 30,--
Nooit eerder zijn de excessen, gepleegd door Nederlandse militairen in Indonesië
en hun psychische gevolgen voor veel van deze oud-strijders zo uitgebreid
onderzocht en beschreven als de historica Stef Scagliola heeft gedaan in haar
lijvige, maar zeer goed leesbare proefschrift ´Last van de Oorlog´. Zij
staat uitgebreid stil bij de officieel gebruikte term excessen. Zij pleit ervoor
toch maar gewoon te spreken van oorlogsmisdaden, zonder daarmee de
getraumatiseerde oud-militairen extra te willen treffen.
In haar dissertatie spaart zij collega historici, die haar inziens te veel om de
hete brei heen draaien niet. Evenmin ontziet zij de meeste journalisten die te
veel de kool en de geit sparen. Haar motto is duidelijkheid.
Een belangrijk deel van het boek wordt ingenomen door de geruchtmakende
televisieuitzending van VARA’s Achter het Nieuws waar in de jaren zestig voor
het eerst dit onderwerp voor een breed publiek werd aangesneden. De naam Hueting
zal iedereen zich nog wel herinneren. Honderden reacties volgden. Al die brieven
zijn bewaard gebleven. Scagiola is de eerste die de moeite heeft genomen deze
brieven allemaal nauwkeurig te lezen en te rubriceren. Het verbaast haar dat
niemand, historicus of journalist, dit materiaal ooit eerder heeft
onderzocht.
Verder verdiept Scagliola zich in het feit dat het zo lang geduurd heeft voor
erkend werd dat een groot deel van de Nederlandse militairen die jaren in
Indonesië hebben gediend traumatische ervaringen hebben opgedaan. In de jaren
veertig , maar ook nog tot ver in de jaren zestig was het grote publiek nog
nauwelijks bekend met het psychische effect dat ingrijpende gebeurtenissen op
mensen konden hebben. Zelfs teruggekeerde joden uit de Duitse
vernietigingskampen hadden moeite erkenning te krijgen voor hun opgelopen
trauma’s. Nu is de balans misschien weer naar de andere kant doorgeslagen: er
kan niemand meer op de openbare weg van zijn fiets vallen of er is al een
traumateam onderweg.
Scagliola komt overigens tot de conclusie dat maar een betrekkelijk kleine
minderheid van de mensen die in Indië vochten zich bij veteranenverenigingen in
Nederland hebben aangesloten. Ook bestrijdt zij de mythe dat voor de naar
Nederland terugkerende ex-militairen nauwelijks een behoorlijke opvang zou zijn
geweest ten aanzien van herintegratie in de burgermaatschappij.
Die is over het algemeen redelijk goed verlopen.
Natuurlijk staat de auteur uitgebreid stil bij het brute optreden van de leden
van het Korps Speciale Troepen onder aanvoering van de beruchte kapitein Raymond
Westerling. Haar uiteenzetting waarom deze oorlogsmisdaden altijd ongestraft
zijn gebleven is verhelderend. Zij verwijst daarbij ook naar het proefschrift
van Jaap de Moor ´Westerlings Oorlog´ dat in 1999 verscheen.
(De bespreking van
dit boek in Blimbing heeft de abonnees van de gedrukte versie door een
foutje onzerzijds helaas nooit bereikt. Die fout maken wij in het gedrukte
nummer graag goed.)
Natuurlijk bevat Scagliola’s boek ook enige foutjes. Grappig is dat ze uit
gebrek aan voldoende kennis van de Indische gemeenschap R. Boekholt zowel houdt
voor de bekende generaal b.d. Ruud als de voormalige hoofdredacteur van Moesson
Ralf Boekholt.
Meer storend is dat zij stelt dat in Nederland twee politieke partijen hun leden
opriepen zich te ontrekken aan uitzending naar Indië, de PSP en de CPN. De PSP
bestond toen nog niet en de CPN stond op het standpunt dat weigeraars alle steun
van de partij verdienden, maar dat degenen die zich toch gedwongen voelden te
gaan de opdracht kregen om binnen hun onderdeel zo veel mogelijk propaganda te
maken tegen ‘deze onrechtvaardige koloniale oorlog’.
Het is jammer dat Scagliola onvermeld laat dat er naast communisten ook anderen,
onder wie gereformeerden, zijn geweest die op principiële gronden weigerden te
vechten tegen mensen die zelf streden voor hun onafhankelijkheid.
In een persoonlijk gesprek vertelde Scagliola mij nog dat zij al haar
overtuigingskracht heeft moeten aanwenden om haar promotor ertoe te bewegen niet
alleen aandacht te schenken aan de trauma’s, maar ook de voorgeschiedenis in
Indië in haar studie te betrekken. Gelukkig heeft zij die strijd gewonnen en
beschikken wij nu over een nagenoeg complete studie over deze tragische episode
in de moderne Nederlandse geschiedenis. Een flinke pil maar verplichte lectuur
voor iedereen die geïnteresseerd is in de menselijke en politieke aspecten van
de niet altijd even vlekkeloos verlopen dekolonisatie van Indonesië.
Na haar promotie vorig jaar heeft Scagliola een voorstel ingediend bij het
NIOD om een vergelijkend onderzoek te doen naar de massamoord door de Duitsers
in de gemeente Putten en de massaslachting in de Javaanse desa Rawahgede,
waarover de TROS indertijd een documentaire uitzond. Als centrale vraag bij haar
voorgestelde studie stelt de historica waarom Putten zonder enige
terughoudendheid en volkomen terecht als een oorlogsmisdaad wordt beschouwd en
we ten aanzien van Rawahgede slechts mogen spreken van een
militair exces, waarbij niemand is vervolgd. In haar visie is hier sprake van
een duidelijk voorbeeld van het meten met twee maten. Dat voorstel is afgewezen
en Scagiola, met al haar verworven kennis, is voorlopig werkloos.
Mede gezien het bovenstaande is het interessant om nog eens te
lezen hoe het indertijd redelijk progressieve Indische dagblad de Nieuwsgier
in december 1947 rapporteerde over Rawahgede.
Op 16 december 1947
ONGELOOFLIJK VERHAAL
Berita Indonesia publiceerde gisteravond onder vette koppen een uitvoerig
verhaal over een ´grote schoonmaak´ in het gebied van Rawagedeh in het Krawangse,
waar in vier dagen tijd 312 mensen door Nederlandse militairen zouden zijn
gedood, terwijl 200 anderen gewonden zouden zijn.. De ´schoonnmaak´ zou zijn
begonnen in de nacht van 8 op 9 December en hebben geduurd tot 12 december.
Gezien de ernst van deze aanklacht hopen wij dat van officiële Nederlandse zijde
ten spoedigste zal worden bekend gemaakt of er iets (en zo ja wat) in Rawagedeh
aan de hand is geweest. Een dergelijk fantastisch gerucht kan niet snel genoeg
de kop in worden gedrukt.
17 december
Korte Nederlandse reactie: ´Tegen het steeds driester optreden van rondzwervende
benden in het Krawangse wordt met kracht opgetreden. Deze benden zijn thans
deels onschadelijk gemaakt´.
De krant gaat dan verder:
In dit verband herinneren wij aan een eerder bericht betreffende het optreden
van Soekarno’s ´keurtroepen´, de Pasoekan Istimewa, in dit gebied. De Chinese
pers staat trouwens de laatste tijd vol berichten over terrorisme in West-Java’s
´rijstschuur´. Dat de Nederlandse troepen hier thans krachtig zijn gaan optreden
behoeft dus geen verwondering te wekken. En dit zal dan ook wel de verklaring
zijn voor het sensationele verhaal van de Berita Indonesia inzake een ´grote
schoonmaak´ in dit gebied. Wij betreuren slechts, dat onze officiële
voorlichting meent te kunnen volstaan met twee zinnen over het Krawangse. Als
hier een ´schoonmaak´ is gehouden, was er ongetwijfeld alle reden voor en had
men gerust wat minder karig kunnen zijn in de berichtgeving. Nu komt men weer te
laat en met te weinig, zodat de republikeinse pers alle gelegenheid krijgt wilde
verhalen te verspreiden, waarvan de meeste details en cijfers waarschijnlijk
onjuist zullen zijn. Evenals trouwens de hele strekking van het betoog, dat een
afslachting van weerloze burger insinueerde, terwijl het kennelijk een volkomen
gerechtvaardigd optreden tegen roofbenden betrof.
Op 22 december blijft de krant aandringen op een verklaring van Nederlandse
zijde
DE SCHOONMAAK IN HET KRAWANGSE
Ongeveer 200 bendeleden neergeschoten
In tegenstelling tot de persberichten, die de Dienst voor Legercontacten (DvL)
niet in beweging kon krijgen, heeft het Zondagavond uitgegeven communiqué der
republikeinse regering over de actie in het Krawangse prompt effect gehad.
Gisteren ontvingen wij uitvoerige bijzonderheden van de DvL, en we zullen maar
zeggen: beter laat dan nooit. In de ´toelichting omtrent de actie in het
Krawangse´ wordt gezegd, dat er in de eerste maanden na de politionele actie in
dit gebied betrekkelijke rust heerste. Langzamerhand echter had infiltratie van
republikeinse benden plaats, die een goedgeorganiseerde activiteit op touw
zetten, en de hele bevolking van het Krawangse onder dwang wisten te brengen.
Toen deze organisatie zich krachtig genoeg achtte, ging zij tot openlijk verzet
over. Op grote schaal werden bruggen, wegen, rijstpellerijen en spoorlijnen
vernield. Tankvallen werden gegraven. Ieder, die niet ten volle medewerkte, liep
gevaar ontvoerd en afgemaakt te worden, waarvoor speciale ´beulen´ waren
aangesteld. Uit de stuw bij Balahar in de Tjitaroem werden 28 onthoofde lijken
gevist. Een schrijver van de republikeinse wedana werd ontvoerd en moest
verschillende executies bijwonen. Vóór hij zelf aan de beurt was, wist hij te
ontvluchten. Eén slachtoffer werd niet ´behoorlijk´ vermoord (de nekslag kwam
niet geheel goed aan) en wist, na als ´lijk´ in de kali geworpen te zijn, zich
zwemmend te redden en meldde zich bij de dichtstbijzijnde Nederlandse post. In
vele kali’s meer naar de kust werden eveneens talrijke onthoofde lijken
aangetroffen.
Deze misdaden, sabotages en vernielingen, namen in aantal en hevigheid toe,
zodat in de tweede week van December krachtig moest worden opgetreden. Op 9
december begon men met het gebied af te sluiten, waarbij kwam vast te staan dat
kampong Rawagedeh het centrum van de bendeactiviteit was. De bendeleden kwamen
bij groepjes van 10 de kampong uit en openden op verschillende plaatsen het
vuur. 150 van hen werden neergeschoten en 9 gevangen genomen. o.w. een Indiër,
vermoedelijk een lid van de Internationale Brigade. Bij huiszoeking in de
kampong werden republikeinse stempels en lidmaatschapskaarten van strijdgroepen
gevonden. De zwaarste wapens, die bij deze actie aan Nederlandse zijde zijn
ingezet, waren 3 inch mortieren.
Toen op 10 December het hele gebied rond Krawang was afgesloten, werd met een
algemene doorzoeking begonnen. Deze actie resulteerde in een hele reeks van
kleine gevechtscontacten met benden, waarbij zij kleine verliezen leden, meestal
van zo´n vijf man. De actie is nog steeds niet ten volle beëindigd. Zij heeft
tot resultaat, dat de benden naar het noorden gedreven worden. Het gebied is
veel rustiger geworden en de bevolking keert weer naar de desa’s terug. Zij is
echter nog steeds bevreesd voor de wraak van de benden en daarom zijn de
kampongs, waar de Nederlandse troepen gelegerd zijn, overvol.
27 december
Onderzoek Krawang Affaire?
Uit Republikeinse bron verneemt Reuter, dat de Republikeinse regering een
schrijven gericht heeft tot de Commissie van Goede Diensten (CGD), waarin
gevraagd wordt een onderzoek in te stellen naar de gebeurtenissen in Krawang,
waar volgens de republiek 300 Indonesische burgers gedood werden en 200 gewond
bij een actie van het Nederlandse leger.
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|