|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
De slang
In mijn herinnering, zat het Indië van vroeger vol brommerige heren die gesteld
waren op hun rust. Ze deden niets liever dan op de krossi males liggen
met de voeten omhoog, een sigaret tussen de vingers, de neus in een ritselende
krant en een glas ijswater binnen handbereik. Zo nu en dan hoorde je de kreet ´Djongoooos!
´. Dat betekende dat er bijgeschonken moest worden. In Soekaboemi woonde zo´n
ouwe Heer, een kennis van mijn opa. Hij was gepensioneerd en zoals hij zelf zei,
mocht hij nu uitrusten na hard werk op de ´gloeiende aardkloot´. Vasd i-
zijn djongos - kwam op zijn geroep geruisloos de kan bijvullen met ijswater. Hij
kon even zacht rondsluipen als de kat en dan stond hij ineens naast je. De ouwe
vond dat heel gewoon, maar ik vond het eng. Vasdi was djongos uit eigen vrije
wil en erg gesteld op de Ouwe. En al was de één dan de meester, als Vasdi iets
niet goed vond, kreeg de Ouwe geen poot aan de grond. Ze hadden samen onder de
wapens gelegen ergens in Noord Sumatra en dat was een onverbrekelijke band. Iets
dat alleen mannen onder elkaar begrijpen kunnen.
Vasdi had sinds kort een jonge vrouw genomen, zodat hij ´t ook wat makkelijker
had gekregen. Ze was een schoonheid en woonde net als Vasdi op het erf. Ze nam
hem veel uit handen, deed alle inkopen en kookte als een engel.
De vrouw des huizes heette tante Fie. Ze was het tegenovergestelde van haar man,
want ze lag nooit in de krossie males. Ze zat kaarsrecht op een stoel aan
de grote tafel en was altijd bezig. Omdat ze zo graag een dochter had gehad
vroeg ze mij wel eens te logeren. En zo zat ik daar dan en noemde hen tante en
oom. Op hun ouderwetse achtergalerij hingen nog petroleumlampen en een klok die
erg hard tikte. Ik genoot van hun praatjes. Oom kon dan een ouwe sok zijn, hij
wist de spannendste verhalen te vertellen.
Nu moet ik even uitleggen dat Oom en Tante helemaal geen familie van me waren,
maar in het oude Indië noemde je alle kennissen van je ouders - oom of tante.
Na het avondeten, als in de verte de lichtjes aangingen van het Hotel op de
berghelling, dan kon hij ineens zeggen:´ Luister kind, oom zal je vertellen van
die tijger´ en dan kreeg ik griezelige jachtavonturen te horen. Tot laat, zo
laat dat tante riep: ´ Ouwe, dat kind moet naar bed ja, Ajo al.´
Overdag speelde ik met de honden. Ze konden goed apporteren. Eens rolde de bal
onder de kolong van het huis. Het hele gebouw stond namelijk op van die
betonnen neuten en je kon in die kolong alleen maar kruipen. Lex stond te
kwispelen en krabde opgewonden droog zand naar omhoog. Toen - ineens - begon hij
heel gek te blaffen. Ik ging kijken en kreeg de schrik van mijn leven, want vlak
voor mijn neus zag ik de kop van een slang. De gevorkte tong slipte in en uit
zijn bek en twee valse kraalogen loerden me aan. Hij ging geen centimeter
achteruit en ik was zo geschrokken dat ik even niets wist te doen dan in die
ogen kijken. Toen schoof ik voorzichtig achteruit en gilde Vasdi! Vasdi oeler
oeler! De djongos kwam haastig aanlopen. Eeeeh! zei hij en trok me weg. Toen
ik wat bij was gekomen van de schrik legde Vasdi uit dat ik nooit onder het huis
moest kruipen. Nonnie kan beter in de voortuin spelen zei hij. Ik had van schrik
geen zin meer en ging bij oom en tante zitten om te vertellen wat me was
overkomen.
´Waarom slaat Vasdi die slang nou niet dood?´ zei ik ´Hij zit er nog.´
´Luister kind´ legde oom uit ´ Dat beest zit daar al zolang we hier wonen en
Vasdi zegt dat die slang bij het huis hoort. Hij vreet alle ratten en muizen op
onder het huis en hij komt nooit naar binnen. Tante vond het in ´t begin ook
eng, maar dat beest heeft nog nooit iemand kwaad gedaan´
De slang was volgens Vasdi al honderd jaar oud en het was de geest van de oudste
bewoner van deze plaats. Iemand van lang, heel lang geleden. Hij paste op deze
plek, want de grond was nog steeds van hem. De bedienden eerden hem en zo nu en
dan brachten ze de slang wat lekkers. Hij is niet giftig - zei Vasdi -en het zou
ongeluk brengen om hem dood te slaan. Groot ongeluk - hoor je! Hij waakt over
allen die hier wonen. Pas als je hem van zijn plaats jaagt, wordt hij vals.
Nonny kan gerust in de tuin spelen, maar laat de oeler met rust´
Jaren gingen voorbij. De oorlog kwam en ging als een stormwind over het land en
niemand werd er beter van. We moesten ons geboorteland uit en het verdriet
daarover zal nooit over gaan. We wonen nu in Holland en we hebben ons aangepast.
Maar de herinneringen aan vroeger blijven in ons. De tijd bij oom en tante leeft
nog voor mij alsof het gisteren was.
Op een dag kwam ik tante Fie tegen. In den Haag natuurlijk.
Oom was intussen overleden en tante Fie,zij woonde heel tevreden ergens in de
Indische buurt. Natuurlijk gingen wij in gedachten terug naar vroeger en naar
dat gezellige huis bij Soekaboemi, waar ik eens logeerde. Oom had de inval van
de Jappen niet meer meegemaakt. Gelukkig maar zei tante, ´Want Oom zou veel
dingen niet begrepen hebben.´ Tante vertelde ook dat ze altijd buiten het kamp
hadden kunnen blijven, in dat heerlijke huis, waar ze oud hadden willen worden.
Samen met de trouwe Vasdi en zijn uitgebreide familie.
´Dan hebt u geluk gehad´ zei ik. Ja - dat had ze - en toen vertelde ze me een
wonderlijk verhaal. Het wonder van het huis met zijn beschermgeest.
´Herinner jij je nog die slang? Nou,moet je horen,op een dag kwamen er Japanners
langs, om te zeggen dat wij het huis uit moesten. Ze wilden binnenstappen en
daar lag me ineens die slang op de onderste traptrede van de voorgalerij. In de
zon lag hij en siste. Die Japanezen schrokken danig. Wij boden onze excuses aan
en probeerden hem weg te jagen. Maar wat we ook deden, de slang was niet te
vangen. Hij glipte telkens weg.
De Japanners gingen toen maar weg. Ze zouden de volgende dag terug komen. En wij
moesten zorgen dat die slang dan weg was.
Pas tegen de avond kon Vasdi de slang met wat vlees terug lokken naar zijn hol
onder het huis.
Toen de Japanners terug kwamen lag de slang er weer. Vasdi vertelde hen dat het
de geest en de waker van het huis was. De Japanners durfden toen niet binnen te
komen en gingen tenslotte maar weer weg. We hebben hen nooit meer terug zien
komen. De hele oorlogstijd liet ook de bevolking in de buurt ons met rust.
Pas in de bersiaptijd moest ik weg vanwege de raméh overal. Ik ben
toen naar mijn zus in Batavia gegaan en vandaar naar Holland. En daar zitten we
nou, zonder klapperolie en dodol Depok en ook nooit meer eens tapéh´
Wat was er met het huis gebeurd?, vroeg ik
Ach, het huisje had tante aan Vasdi gegeven. Met eigendomspapieren erbij.
Oom had ze nog getekend. En sindsdien woonde Vasdi daar.Zo nu en dan schreef hij
haar een brief, in keurig schoonschrift, vol met nieuwtjes. Hij was een ouwe
kakèh geworden met veel tjoetjoe´s. In de laatste brief die tante van
Vasdi kreeg, stond een heel grappig bericht.
Hij schreef dat de slang nog steeds leefde. Onder het huis. Daar lag hij nog
steeds, deze ´Wijze ouwe´ en hij waakte in alle rust en vrede over zijn plekje
en niemand had hem ooit weer op de trap zien liggen. Na deze mededeling liet
Vasdi iedereen groeten en schreef nooit meer.
Ik hoop dat hij vredig is gestorven en dat zijn nageslacht nog steeds bewaakt
wordt door de huisslang en zijn nakomelingen
- Justine Swaving
23-10-2002
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|