E-Zine BLIMBING: Indische en Indonesische Onderwerpen
Redactie: Huib Deetman, Peter Schumacher, Emmy Verhoeff
 

COLOFON
mei 2003

Nieuwe directeur Indisch Huis

Onindisch Knooppunt

Interview SV Jappenkamp

Pak Yusril Mahendra

Communiqué Indisch Platform

Conferentie dekolonisatie

Bezuinigingen

Voorspelbare Perkaras

Boekrecensies

Amanda´s Laatste Kans
Nog meer reacties

Dat is me toch wat
Niod-column

Badontji

Lilian Ducelle over Indisch in de aanbieding

Oenig

Fantaaaaasties

Geflanst, recept

Telforttreunis

Verder met SBPB?

Last van de oorlog?

Tessel Pollman

Pasar Jembatan

Bersiap Conferentie

Kranten&Tijdschriften

Mislukte informatie over Tweede Gebaar

Wie houdt de herdenkingsrede?

Stiekem Gebaar?

Pasar Malam Besar?
&
Reacties

Interview Frans Deeleman

4 mei: Oorlog en Liefde

Prijs voor Stichting De Brug

Peter de Ridder

Verslag open discussies over BHO

KNEUZEN
en reacties

Haalbaarheidsonderzoek

Bespreking achterstelling in BHO

Discussiemiddag over Het Tweede Gebaar, een farce

Brief INOG aan Indisch Platform

Verslag vijfde Jembatanforum dd 9 november

Rood hoedje van papier

Nakamuraschat

Verslag Perkara-forum 22 oktober

Indo´s en Macchiavelli

Wouter Müller
I.N.D.O.

Moderne boekhandels in Jakarta

Forum uitnodiging

Sierkanlezingen verhuizen

Doorgaan Indisch Huis

Open brief aan voorzitter klankbordgroep

Indisch Platform is niet verantwoordelijk

Jembatanreactie op Jan de Kleyn

Toespraak Hans Vervoort

BOEKEN:
Tjimahi

Steijlen
Maleo
Gesignaleerd

Gorengan

De slang

Terug naar Tjihapit

Spelletjes

Borrelpraat?

WNI/Reactie

Leuke Tijden

Toespraak Gerda Verburg

Forums Indische Perkaras

Films uit N.O.I.

Sitrep

Adviescommissie
BHO 

IHC nog niet verkocht

juni 2002

FORUM INDISCHE PERKARAS

Breed Historisch Onbenul?

Aziatische
Indo´s?

SWAVING:
Goena

PASAR MALAM
FORUM

IP-LEEK

In memoriam Guus Becker

 

Lodeh

ARCHIEF

Zie de FOTO´s
Hier klikken

Afgang van een feestje

Overzicht uit de kranten

VOC: Wat vieren?

Reacties

Standpunt ambassadeur Abdul Irsan

Symposium
13 april 2002

Trouw interview


KNIL Mythe

Warga-negara:
Het Gebaar

8 maart Forum

Samenwerking
ICC en IH

Poncke Princen Overleden

VIP Interview

Swaving: Maatje Dies

Slavernijmonument

Usman Santi (PvdA)

Kant en klaar

Treffend taalgebruik

Schlechter: Tokeks

British Library

Schumacher: Recensies

Deetman: Boeken

Verslagen bijeenkomsten

AGENDA

Ingezonden

 

 

Toespraak van Hans Vervoort bij Introductie nieuw boek

Joop van den Berg
'Ajoh dan, neem... néém...'
ISBN 90 453 0121 0
Uitgeverij BZZTOH
aantal pag.: 160
Prijs € 13,50

Ik vind het geweldig dat Joop van den Berg mij het eerste exemplaar van zijn boek wilde uitreiken. Maar het verrast me ook een beetje. Want dit boek gaat over eten en dat is voor mij een heel nieuw aspect van Joop’s identiteit. Als wij elkaar ontmoeten staan we altijd allebei met een glas in de hand. En in zijn autobiografische verhalenbundel Een Mors Huis wordt, dacht ik, in het geheel niet gegeten. Een mors huis, het woord zegt het al. Het speelt in Nieuw-Guinea in de jaren zestig en daar gaan de calorieën op de snelste manier naar binnen, de alcoholische weg. Andere mogelijkheden zijn er niet, ze worden in elk geval niet vermeld. De manier waarop Joop van den Berg dat leven beschrijft leest net zo boeiend als het literaire werk van die andere Joop, Joop Waasdorp die een paar mooie boeken heeft geschreven over zijn jaren in Australië en het dagelijkse ontbijten met verschaald bier van het treurige feest van de vorige nacht.
In dit boek over de rijsttafel zal ik vermoedelijk een heel andere Joop van den Berg leren kennen. En als hij durft te bekennen dat hij tegenwoordig eet, dan kan ik eigenlijk niet achterblijven.
Ik dacht altijd dat ik het goed verborgen had gehouden en ik weet ook niet hoe Joop het ontdekt heeft. Maar hij heeft het ontdekt en nu we hier toch onder elkaar zijn wil ik het ook wel eens eerlijk toegeven.
Ik héb iets met eten. Ik doe het eigenlijk elke dag. Ik doe het elke dag wel een paar keer. Soms wel drie keer..Als ik niet eet krijg ik ontwenningsverschijnselen, dan voel ik me slap en trillerig. Ik verlies mijn concentratievermogen.
Iedereen weet wat dat betekent: dat ben je verslaafd.
Ik heb van alles geprobeerd om van die eetverslaving af te komen. Kleinere porties, om de dag eten, bolletjes slikken om de maag te vullen. Niets hielp.
Ze zeggen dat je ermee kan stoppen. Probeer eens cold turkey raadde iemand me aan. Ik heb het geprobeerd maar bij mij werkt het niet. Ik vind koude kalkoen juist heel lekker.
Het ergste van zo’n eetverslaving is dat je vereenzaamt. Je voelt je minder dan anderen.
Je denkt dat je een uitzondering bent. Pas toen vrienden mij meenamen naar de Pasar Malam in den Haag merkte ik dat ik behoorde tot een groep. Ogenschijnlijk gaat het bij die Pasar Malam om cultuur. Houten beelden, koloniale meubels en optredens van Adriaan van Dis en Marion Bloem. Dat is het front. Maar in tent drie, even rechts van de toiletten en dan straight rechtdoor vond ik mijn walhalla. De eettent!
Sop Kambing van tante Mia, Nasi Tjampoer van Toko Bandung, pecel van Doedie, en verder gado-gado, ondé-ondé, zuurzak, nangka, ach..ach..
En ik was niet alleen. Ik was terug in mijn thuisland met de mensen die ik kende van mijn jeugd.

Die jeugd was overigens nogal Spartaans begonnen in de jaren veertig, kamp Ambarawa, waar culinair heel weinig te beleven viel. Het is een hard oordeel, ik weet het, maar iemand moet het een keer zeggen: het eten in het kamp stelde weinig voor. Al zal ik nooit de smaak vergeten van dat in de zon gedroogde boterhammetje met sambal dat ik daar ooit op een feestdag naar binnen mocht werken. Een godenmaal. Maar verder...nee. Ik heb uit dat kamp ook heel lang de indruk overgehouden dat koken een honds moeilijk karwei was. Als vijfjarige had ik weinig te doen en ik liep dus veel rond. Hier te kijken, daar te turen. En ik zag een keer een ouder meisje, ze was wel een jaar of tien, vlijtig aan het kipassen bij een arangstelletje met een paar gloeiende kooltjes er in. Er stond een pannetje water op het vuur en geregeld riep haar moeder uit de verte: kookt het al? Nee, riep het meisje dan terug en dat leverde scheldwoorden van haar moeder op, waarna ze de kipas met dubbele snelheid heen en weer liet gaan.
Toen ik een half uur later opnieuw langs kwam was ze nog steeds bezig het water aan de kook te krijgen. Zo’n groot meisje dat het niet voor elkaar kreeg om water te koken, dan moest het wel een heel moeilijk karwei zijn. Dat idee heb ik lang met me meegedragen.
Maar na het kamp kwam luilekkerland. Altijd en overal was er eten. Thuis en bij de vriendjes van school. Het kwam uit koektrommels, uit pisangbladen, uit stoompannen, uit wadjans, uit blikjes. Je kon het zo gek niet bedenken of er kwam voedsel uit. Als we om l uur uit school kwamen stond de warme maaltijd klaar: rijst met altijd wel zo’n zes of zeven gerechten. Dan de verplichte middagrust en als we om drie of vier uur wakker werden had kokki iets lekkers
voor bij de thee. Nu een zoetigheid. Onde-onde of pisang goreng of zwarte rijst. Daar en toen heb ik die voedselverslaving opgelopen. Soms lopen de kilo’s te snel op en moet ik mijn eetlust inperken. Daar heb ik kort geleden iets op gevonden: ik lees dan een stukje uit het boek dat Bas Veth in het jaar 1900 schreef over zijn verblijf in Indie. Hij was een handelaar in ongeregeld goed die 12 jaar doorbracht in de kolonie, en hij haatte elke minuut daarvan. Eenmaal terug in Nederland schreef hij een boek over zijn ervaringen onder de eenvoudige titel  ´Het Leven in Nederlandsch Indië´. Het riep stormen van verontwaardiging op en werd een klassieker. Ik zal u voorlezen wat hij over de rijsttafel schreef:

De rijsttafel werd geboren uit den drang der omstandigheden.
Rijst is er plenty in Indië. En ook lombok en ook verregaand bedorven visch: trassi geheten. En er is kip, o! zooveel kip, magere, taaie kip, en er zijn kippeneieren en eendeneieren, gezouten, anders bederven ze, zoals alles in Indië bederft. En er is kerri, vuil-groenkleurige kerrie, niet te verwarren met de geurige, bruine kerrie van Voor-Indie. En er is zoo iets als witte kool.
Maar dat alles op zichzelf smaakt beroerd.
Wacht, dachten de soldaten en de matrozen, die 't eerst in Indie kwamen, gooit dat alles door elkaar. Laat de peper den smaak bedriegen van al dat ordinaire eten; laat de rijst — rein en onbedorven van smaak — het hoofdgerecht zijn en laat een kerriesaus, met witte kool er in, de hutspot besproeien en wij leveren u de hoofdingrediënten voor een kost, waarin ge alles, wat even eetbaar is, kunt mengen.
En het verlengstuk van de ratjetoes en de hutspots werd de rijsttafel.
Dank aan deze hoofd-ingredienten, kan je in de rijsttafel alles gooien. Roode vischjes, uitjes, chutney, gebraden, gekookte, gebakken, gestoofde kip, gebakken visch, gekookte visch, sajor-an bij de vleet — gekruid of niet gekruid —, komkommers, frikkadel (indisch gehakt, je kunt het al aan het woord merken). En dan nog een ontzettend aantal indische schoteltjes, waarvan ik gelukkig de namen niet ken.
En nu begint ge dat allegaartje door elkaar te roeren op een diep bord. Hier en daar doet ge wat op de schoteltjes naast uw bord.
Wanneer nu alles goed is door elkaar geroerd en overgoten met wat stinksausjes, dan is uw rijsttafel klaar. Eet nu maar raak.
Zorg voor een beetje ,,bedis" — fijngehakte roode
lombok — apart op den rand van uw bord en wat rot-riekende trassi en ge zijt au grand complet.
Met volle happen gaat al dat saamgefrommelde eten naar binnen.

Kijk, als je dat leest wil je even geen rijsttafel. Zeker niet als je op een andere pagina leest hoe Veth de eetgewoonten van de koloniale indischman beschrijft: Borden vol rijst met vieze poespas verdwijnen achter zijn kaken, totdat hij etenszat zijn bedtent opzoekt waar hij als een boa-constrictor ligt te dirigeren tot vijf uur ’s middags.

Arme Bas Veth die al die jaren de rijsttafelgerechten door elkaar husselde omdat hij dacht dat het zo moest. Daar draait je maag echt van om en na een paar pagina’s Bas Veth vliegen de kilo’s er bij mij af.
Zoals ze er bij het lezen van dit rijsttafelboek van Joop er vermoedelijk weer aan zullen vliegen.
In 1974 reisde ik voor het eerst sinds mijn jeugd weer door Java en het viel me toen op dat het eten dat je daar kreeg beslist niet beter was en vaak slechter dan wat je in Nederland bij de Indische winkel en in het Indonesische restaurant voorgeschoteld kreeg. Het meest waarschijnlijk is natuurlijk dat het heimwee van de in Nederland wonende oud-indischgasten geleid heeft tot perfectionering van de Indische kookkunst. Maar in het boek dat ik over die reis schreef lanceerde ik ook nog een Darwiniaanse theorie.

Je zou kunnen opperen (schreef ik toen) dat de Nederlanders in hun koloniale tijd het culinair talent van Indonesië afgeroomd hebben. Indische mensen zijn nu eenmaal vaak ontstaan uit een verhouding tussen Hollanders en hun huishoudster en aangezien het hart van de man door de maag gaat ligt het voor de hand te veronderstellen dat de Hollanders vooral de betere kokkinnen als huishoudster aantrokken. Met de soevereiniteitsoverdracht verdween een groot deel van de Indische mensen naar Nederland, en daarmee ook een schat aan kookervaring, kooklust, en van moeder op dochter overgedragen recepten. In Indonesië bleven de mindere koks achter. Arm land!

Mijn moeder was Hollands, ik had dus culinair pech. Toen we in 1953 terugkeerden naar Nederland had ze wel zeventien jaar Indisch gegeten maar geen enkele kookervaring. Want koken, dat deed de kokkie. En daar ging je niet met je neus bovenop staan, want dat vond kokkie niet leuk.
Mijn moeder viel dus terug op de Hollandse sudderlappen met kruimige aardappels en doodgekookte groente die ze in haar jeugd had leren maken. Heel geleidelijk probeerde ze meer en als stille wenk heb ik haar wel eens een boek van Bep Vuyk gegeven. Een kookboek natuurlijk, de andere hield ik zelf. Mijn moeder is nooit een geweldige Indische kok geworden, net zo min als ik. Maar als ik nu de titel zie van Joop’s boek: Ajoh dan, neem.. neem.. dan zie ik haar toch weer voor me. Want in gulheid en gastvrijheid was zij wel heel Indisch geworden.
Heeft dat stukje vlees gezondigd, Hans? Proef dat aardappeltje toch. En als ik of mijn zus dan met een laatste krachtsinspanning de schaal had leeggegeten was steevast haar reactie: heb ik toch weer te weinig gekookt!

Beste Joop, je boek heeft veel bij mij losgemaakt. En ik heb het nog niet eens gelezen! Als je uitgever een beetje handig is legt hij een stapel in tent drie van de Pasar Malam. Daar waar de eters zijn. Ik zeg je, twintig drukken minstens.
Betoel Betoel!

  • Hans Vervoort

Website Hans Vervoort

Bezoekers-statistieken


LINKS


01.jpg (97035 bytes)
Uit de zak van de Tjelana Monjet


BBC: Indonesian Flashpoints

The Jakarta Post.com

LAYANGAN
12 Indodichters


Sierkan-lezingen


Onze Plek


NIEUW-INDISCH
 Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur


Kamus Elektronik Bahasa Indonesia

INDOWEB
community voor indo's op het i-net


Bona Ni Pasogit
Batakse stammen

 

De gedrukte versie van BLIMBING kost Euro 2,50 (o.m. bij Boekhandel Van Stockum in Den Haag)
Een abonnement voor een jaar (zes nummers) kost Euro 15,00, door storting van dit bedrag op gironummer 7786434, t.n.v. Blimbing, 
Westerweg 61, 1815 DD Alkmaar
Tel/fax +31 72 5115499