|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Terug naar het Tjihapit-kamp en het 15de
Bat.
Na jaren uitstel heb ik dan eindelijk de twee kampen bezocht waar ik tijdens de
Japanse bezetting zat opgesloten. Het eerste kamp was het bekende vrouwenkamp
Tjihapit (nu Cihapit) in Bandung. Toen wij (pas) in juli 1943 het kamp
indraaiden was ik tien jaar. Met mijn moeder, mijn oma en mijn twee zussen
woonden we in één kamer op de benedenverdieping van het enige verdiepingshuis in
het kamp aan wat toen de Riouwstraat heette en nu Jalan Martadinata. Vriend Huib
Deetman, die ik tweejaar geleden al eens had gevraagd eens te kijken of dat huis
er nog stond, kwam terug met een foto waaruit bleek dat ons huis inmiddels een
hotelletje was geworden. Dat bleek het nog steeds te zijn: Hotel Riau.
Als ik had gewild had ik dezelfde kamer kunnen huren waar ons gezin anderhalf
jaar heeft gewoond, maar dat ging me in het kader van de verwerking van mijn
oorlogsverleden toch wat te ver. De aardige portier bij het hotel, die
vermoedelijk wel eens eerder met ex-kampbewoners was geconfronteerd, wist
ongevraagd te melden dat het nabijgelegen plein, waar indertijd de kampkeuken
stond en nu jalan Riau heet, indertijd het Oranjeplein was.
Met mijn jongste zoon liep ik de Manggalaan af in de richting van het
Ramboetanplein, waar ook een tweede kampkeuken was gevestigd. Nu stonden er
allerlei toestellen waar kinderen zich vermaakten. De meeste jongenshuizen, waar
ik later verbleef toen mijn moeder, zussen en oma op transport waren gesteld
naar (later bleek) Batavia, bleken vervangen door nieuwere huizen. Het was er
heel rustig. Toen alle vrouwen en kinderen in mei 1945 Tjihapit hadden verlaten
vertrokken de jongens boven de 11 jaar uit ons kamp naar het jongenskamp, ook in
Bandung: het 15de bat.
Het Tjihapitkamp, althans een deel ervan, was tegen het eind van de oorlog
krijgsgevangenkamp. Het toeval wilde dat mijn vader daar zat. Dat ontdekte ik
via een vriendje die na de capitulatie naar Tjihapit was gegaan en daar werd
aangesproken door mijn vader met de vraag of hij Peter Schumacher kende. Er
zaten ongeveer 800 jongens in het 15de Bat., maar het toeval wilde dat die
jongen mij kende. Nog toevalliger was dat mijn vader en die jongen elkaar
ontmoette in het huis aan de Riouwstraat waar wij hadden gewoond. Helemaal
toevallig was dat nu ook weer niet, want in ons verdiepingshuis hadden de
Japanners toen het kamp door iedereen was verlaten, alle achtergebleven boeken
verzameld. Dat had mijn vader snel ontdekt, zonder te weten dat hij zich in ons
oude huis bevond.
Mijn vader scheurde een blanke pagina uit een Pinguin-pocket en schreef me een
briefje dat hij meegaf. Ik moest, zodra het kon in verband met de groeiende
onveiligheid buiten de kampen, maar gauw naar hem toekomen. Dat deed ik eind
september onder gewapende leiding met nog een paar jongens die inmiddels hadden
ontdekt dat hun vader in Tjihapit zat. Na wat zoeken ontmoette ik hem vlak bij
de poort. Ondanks dat ik 3½ jaar ouder was geworden, behoorlijk vermagerd en
kaalgeschoren wegens haaruitval door vitaminegebrek, herkenden wij elkaar
onmiddellijk. Toen ik mijn zoon de plek wees waar mijn vader mij 57 jaar eerder
in de armen sloot kreeg ik het een beetje te kwaad. Hij merkte het meteen en
legde hij even een hand op mijn schouder.
15de Bat.
Na Tjihapit trachtte we het 15de Bat. terug te vinden. Dat viel niet meer. Het
duurde even voor ik door had dat op de plek tegenover het kamp, waar zich toen
moestuinen bevonden waar wij als jongens vaak moesten werken, inmiddels een
voetbalstadion van de Siliwangi-divisie was verrezen. Het 15de Bat. was nu een
goed onderhouden Siliwangi-kazerne. Maar de buitenmuur, waartegen zich indertijd
de barak L1 bevond, was afgebroken. Het duurde even voor ik me geheroriënteerd
had. We liepen nog wat verder en plotseling bleek ik recht op L2 te kijken, het
gebouw waarin ik me nog zo’n 100 jongens had gezeten. Vlak daarvoor had ik aan
de wacht gevraagd of we even binnen mochten kijken en mogelijk een fotootje
maken. Dat mocht absoluut niet zonder speciale toestemming van het militaire
hoofdkwartier (Kodim) in Bandung. Ook vanaf de straat was fotograferen verboden,
zo bleek toen ik mijn zoon alleen maar wees op L2 en prompt de offiier van piket
en nog wat soldaten naar buiten stormden. We liepen gewoon door en de soldaten
keerden, blijkbaar gerustgesteld dat ze de buitenlandse spionnen op afstand
haden weten te houden, terug naar hun hok.
Ik koester een diep wantrouwen tegen Indonesische militairen, omdat ze tijdens
de Soeharto-periode stelselmatig de mensenrechten hebben geschonden, dus van dat
verzoek om toestemming heb ik afgezien.
L2 heb ik gezien. Van buiten. Het deed mij deugd dat het er zo mooi wit bij lag.
Peter Schumacher
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|