|
ARCHIEF

Hier klikken
Afgang van een feestje
Overzicht uit de kranten
VOC:
Wat vieren?
Reacties
Standpunt ambassadeur Abdul Irsan
Symposium
13 april 2002
Trouw
interview
KNIL Mythe
Warga-negara:
Het Gebaar
8 maart Forum
Samenwerking
ICC en IH
Poncke Princen Overleden
VIP Interview
Swaving: Maatje Dies
Slavernijmonument
Usman Santi (PvdA)
Kant en klaar
Treffend taalgebruik
Schlechter: Tokeks
British Library
Schumacher: Recensies
Deetman: Boeken
Verslagen bijeenkomsten
AGENDA
Ingezonden
| |
Mariska Heijmans-van Bruggen
De Japans Bezetting in Dagboeken; Kamp Tjimahi 4
Prometheus, Bert Bakker, 283 blz, ISBN 90 351 2466 9
Het boek is een sprekend bewijs van de stelling waar Esther Captain in haar
proefschrift op duidde (zie elders in BLIMBING), namelijk dat er misschien wel
een veelvoud van duizend dagboeken bestaat over de Japanse tijd in Nederlands
Indië. Zijzelf hield zich bezig met de in druk uitgebrachte.
Over en weer zijn de publicaties van beide samenstellers/auteurs niet in de
indices te vinden, begrijpelijk want de boeken zijn kort na elkaar verschenen.
Ook Mariska Heijmans wijst op het feit dat "authentiek bronnenmateriaal"
nauwelijks bewaard is gebleven en men daarom is aangewezen op dagboeken, die
hoewel "subjectief" wél een goed beeld geven van de dagelijkse werkelijkheid.
Zo'n uitspraak lijkt wel te duiden op een soort blinde vlek welke voorbijgaat
aan de unieke kans om via een beleefde werkelijheid iets te proeven van de
verleden tijd.
Dit boek is deel vier van een serie op initiatief van het NIOD, die in
afzonderlijke delen de internerings- en krijsgevangenkampen aan bod laat komen,
maar ook aandacht geeft aan het leven buiten de kampen.
Het gaat om zes geraadpleegde dagboeken van jongens en mannen die uiteindelijk
in het burgerinterneringskamp voor mannen, Tjimahi 4, terecht kwamen. Uit deze
dagboeken en kampcorrespondenties zijn de fragmenten gehaald die louter over het
verblijf in dit kamp gaan.
De keuze om de fragmenten niet in chronologische volgorde te rangschikken, mag
verheugend worden genoemd, in de eerste plaats omdat het groeperen binnen
bepaalde aspecten van het kampleven, de leesbaarheid ten goede is gekomen.
Zo leest men over het dagelijks leven en onderwerpen als: Transporten -
Huisvesting - Behandeling door Japanners - Werkzaamheden - Onderwijs - Contacten
buiten het kamp etc.
Vaak lees je met spanning de verschillende verhalen die onder één noemer zijn te
brengen en doet je verlangen naar méér informatie.
Toch blijven de verschillende auteurs heel verschillend in stijl en in de
beschreven gebeurtenissen.
In het bestek van een korte recensie valt niet te verwachten dat uitgebreid
wordt ingegaan op details die de schrijvers juist tot personen maakt. De
samenstelster heeft enkele nogal uitspringende beschrijvingen over personen die
mogelijk beschadigend zijn omdat ze stafrechtelijke zaken betreffen - waaronder
heulen met de bezetters - zoveel mogelijk anoniem gemaakt. Op zich te billijken,
aan de andere kant, bijna zestig jaar na dato wanneer de meesten al overleden
zijn, wel erg voorzichtig.
Indo's in het kamp
Daarom zijn de fragmenten uit de dagboeken van Jack Scholte (indertijd
inspecteur van politie) nogal opmerkelijk. Aan de ene kant door een directe en
heldere stijl, aan de andere niet schuw om met taboe's omringde thema's te
bespreken; zoals die van sexualiteit in de interneringskampen.
Schokkend is zijn mening over Indo's, die waarschijnlijk ook deel uitmaakte van
de manier van denken binnen zijn dienst: Politieke Inlichtingendienst (PID),
afdeling Japanse aangelegenheden.
Op 9 maart 1944 schrijft Scholte (geboren 1912):
" Angst, dát is de Hollander, een grote smoel maar een lafbek en een vuile
egoïst. Ik heb ze nu leren kennen in ruim anderhalf jaar en heb me lelijk
vergist in mijn eerste overpeinzingen. Nú komt pas de ware aard kijken van het
beestje. Ja, zal men zeggen 'Dat zijn toch uitzonderingen', maar dan zeg ik:
'Ja, uitzonderingen', exceptionele gevallen, maar alléén voor het goede, regel
is het slechte. [....] Hier in het kamp zit een gemeenschap (ca honderd man) die
een kenteken van de Nippon dragen met de rode bal en sterretjes op een plankje,
dat zij Belanda-Indo's zijn, die zich op het Inlands peil en standpunt hebben
gesteld en onder elkaar alleen Maleis spreken, terwijl ze totokhaters zijn. Ze
worden door ons verraders genoemd en wonen geheel apart in een barak evenals de
NSB'ers, die kleur hebben bekend en ook in een aparte loods wonen.
Niettegenstaande hun diensten, die ze de Nippon vrijwillig hebben aangeboden,
krijgen ze net zo hard op hun donder als wij, ja zelfs nog meer. Ha, ha. Zelfs
de vijand waardeert geen verradersdiensten."
Ballenjongens
Ook auteur Daniël Meijer (geboren 1901) heeft uitgesproken negatieve meningen
over zijn Indo-kampgenoten, zoals hij op 8 juni 1944 schrijft:
"Een groep van circa tachtig man heeft namelijk geweigerd Rodekruispakketten
te accepteren. Dit is een stelletje Indo's meer Inlander dan Europeaan, die zeer
anti-hollands zijn, zich Indonesiër noemen en met de Jappen trachten samen te
werken. We noemen ze de 'ballenjongens' aan de hand van het insigne dat ze
dragen, waarop de Japanse vlag en een, twee of drie sterren, al naar gelang hun
'rang'. Erg stevig in hun politieke overtuiging schijnen sommigen niet te zijn,
want door het weigeren van hun leiding iets van de Rodekruispakketten te
accepteren hebben enkelen de gelederen verlaten en zich bij de gewone bevolking
van het kamp aangesloten."
NB: de term ballenjongens slaat op leden van de Persudaraan Asia Golongan (PAGI)
die, hier maar ook in een kamp als Halimoen geïnterneerd waren. De jongelui
hadden een soort loyaliteitsverklaring jegens de Jappen getekend en ontleenden
daaraan bepaalde privileges.- ondermeer waren ze onderworpen aan een vrijer
regiem.
Blimbing heeft al eerder over deze kwestie geschreven, maar het bleek praktisch
onmogelijk om meer 'gevoelige' informatie van de betrokkenen te krijgen.
Het is eigenlijk vreemd dat nog steeds geen goede studie is gemaakt van details
in deze affaire, die mogelijk in de doofpot is geduwd, omdat de belangen van nog
levende ballenjongens tezeer zouden worden geschaad.
Resterend kan gezegd worden dat de samenstelster geslaagd is een boek te
publiceren dat nog steeds vragen openhoudt, maar waar de geïnteresseerde leek
moeiteloos zijn weg kan vinden.
| |
Bezoekers-statistieken
LINKS

Uit de zak van de Tjelana Monjet

BBC: Indonesian Flashpoints


LAYANGAN
12 Indodichters
Sierkan-lezingen
Onze
Plek
NIEUW-INDISCH
Nieuw-Indisch: meer aandacht in de media voor de indische cultuur
Kamus Elektronik Bahasa Indonesia
INDOWEB
community voor
indo's op het i-net
Bona Ni Pasogit
Batakse stammen
|